Klikzink

Zinklook bij een monument: mag dat zomaar?

Regelmatig krijgen wij de vraag of zinklook bij een monument of beschermd stadsgezicht is toegestaan. Het eerlijke antwoord is: dat weten wij pas als de gemeente of de monumentencommissie zich erover heeft uitgesproken. Wij kunnen het materiaal leveren en verwerken, maar of het mag, ligt niet bij ons.

Waar de beoordeling op steunt

Bij een rijksmonument of gemeentelijk monument kijkt de monumentencommissie niet alleen naar hoe iets eruitziet, maar ook naar wat er oorspronkelijk zat. Zink heeft op veel monumentale daken en gevels een lange geschiedenis, en sommige commissies vinden materiaal-echtheid een zelfstandig criterium. Dan is de vraag niet of zinklook op afstand hetzelfde beeld geeft, maar of het materiaal zelf klopt met wat er ooit lag. In dat geval wordt zink voorgeschreven en is zinklook geen bespreekbare optie, ook niet als de kleur en de belijning vrijwel identiek zijn.

Bij een beschermd stadsgezicht ligt dat vaak anders. Daar is niet het individuele pand beschermd, maar het aanzicht van de straat of de buurt als geheel. De welstandsnota van de gemeente geeft dan meestal aan waar het om gaat: de goothoogte, de dakvorm, de kleurstelling, de manier waarop banen en naden lopen. Als het uiterlijk aan die eisen voldoet, is er vaker ruimte om een alternatief materiaal te gebruiken, ook al staat dat niet met zoveel woorden in het beleid. Veel gemeenten toetsen op beeld, niet op grondstof.

Wat dit betekent voor uw aanvraag

Het verschil tussen die twee situaties is precies waarom wij niet op voorhand kunnen zeggen of een project met zinklook door de vergunning komt. Bij een rijksmonument met een expliciete behoudsplicht op materiaalniveau raden wij aan om niet op zinklook te koersen voordat er vooroverleg is geweest. Een verwerker die daar toch mee aan de slag gaat, loopt het risico dat de vergunning wordt geweigerd of dat de commissie achteraf alsnog zink eist, met alle meerkosten van dien.

Bij een beschermd stadsgezicht is het verstandig om in het vooroverleg met de gemeente concreet te vragen of het om het materiaal of om het beeld gaat. Architecten die dit gesprek voeren, nemen vaak een monsterplaat of een foto van een vergelijkbaar uitgevoerd project mee, zodat de commissie kan beoordelen of het resultaat aan de eisen voldoet. Dat werkt beter dan alleen een productblad, omdat de commissie dan zelf kan zien hoe de naden, de kleur en de belijning ogen.

Er is ook een tussenweg die in de praktijk vaker voorkomt dan je zou denken: een hoofdgebouw dat wel aan zink vasthoudt, met een aanbouw, dakkapel of achterzijde die niet in het zicht vanaf de openbare weg ligt en waar zinklook wel wordt geaccepteerd. Dat is een compromis dat sommige commissies aanbieden zonder dat de aanvrager erom hoeft te vragen, dus het loont om er expliciet naar te informeren.

Wat u nu kunt doen

Als u met een monument of een pand in een beschermd stadsgezicht te maken heeft, is de eerste stap niet het kiezen van een materiaal, maar het vooroverleg met de gemeente of de monumentencommissie. Vraag daarbij expliciet of de eis op het materiaal zit of op het beeld. Wilt u die vraag technisch onderbouwen met een monsterplaat, een productblad of een referentieproject, dan denken wij daar graag over mee, zodat u met een concreet voorstel het gesprek in kunt.

← Alle berichten

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink