Klikzink

Zinklook gevel horizontaal: een doorlopende lijn

Leg felsbanen horizontaal op een gevel en er gebeurt iets met de hele massa van het gebouw. De schaduwlijn van elke fels loopt evenwijdig aan de grond, en dat trekt het oog mee over de breedte. Een gebouw dat verticaal gezet misschien log oogt, kan horizontaal juist laag en breed ogen. Dat is de reden dat architecten hier vaak voor kiezen: niet om het materiaal, maar om wat die liggende lijn met de verhoudingen doet.

Maar een horizontale lijn is pas een lijn als hij doorloopt. Bij verticale banen valt een kleine oneffenheid in de aansluiting minder op, omdat het oog toch al van baan naar baan springt. Bij horizontale banen is het net andersom. Eén lijn die halverwege de gevel een paar millimeter verspringt, valt binnen een paar seconden op aan iedereen die er langsloopt, ook aan wie niet weet waarom het schuurt. De ogen volgen de fels vanzelf, en een knik in die route trekt meteen de aandacht.

Daarmee is de hele opdracht bij een horizontale gevel eigenlijk één vraag: hoe zorg je dat die lijn overal even hoog blijft, ook rond kozijnen, hoeken en overgangen naar een ander gevelvlak.

Waarom de lengte van de baan hier het ontwerp bepaalt

Bij verticale banen is de vraag vooral hoe hoog een gebouw is; onze banen gaan tot acht meter, en boven die maat komt er een naad in het zicht die je kunt wegwerken in een overstek of een waterslag. Bij horizontale banen ligt dat anders. Hier is niet de hoogte van het gebouw de maat, maar de breedte van het gevelvlak. En omdat wij op de millimeter afkorten, kunnen we een baan precies zo lang maken als het vlak waarin hij komt, van hoek tot hoek, zonder las in het midden.

Dat is meer dan een kwestie van gemak. Een baan die precies past, hoeft nergens onderweg te stoppen en weer op te pakken. Er is dus geen plek waar wij een keuze moeten maken over waar een kopnaad komt, want die vraag stelt zich niet als de baan de volle breedte in één stuk overspant. Bij een gevel van bijvoorbeeld veertien meter is dat een andere aanpak dan bij een gevel van vier meter, en dat werken we per project apart uit, aan de hand van de tekening van het gebouw, niet aan de hand van een standaardmaat die toevallig op de rol zit.

Waar de lijn zich niets aantrekt van het kozijn

Het punt waar een horizontale gevel het meest te verduren krijgt, is rond de kozijnen. Een raam onderbreekt het gevelvlak, en de vraag is wat de doorlopende lijn daar doet: stopt hij bij het kozijn, loopt hij erlangs, of zet hij aan de andere kant gewoon door op precies dezelfde hoogte.

Die laatste optie is meestal de reden dat iemand voor deze uitvoering kiest. Een lijn die aan beide kanten van een raam op exact dezelfde hoogte doorloopt, oogt als één gevelvlak met een gat erin, in plaats van twee losse stukken gevel die toevallig hetzelfde materiaal hebben. Om dat te laten kloppen, moet de indeling van de banen op voorhand rekening houden met de plaats van elk kozijn. Niet achteraf passen, maar vooraf tekenen: waar valt de onderkant van elke baan ten opzichte van de dorpel, en klopt die maat aan de linker- en de rechterkant van het raam.

Bedrijfsgebouw met zinklook naast een lichte houten gevel

Een voorbeeld uit de praktijk maakt dat concreet. Bij een woonhuis met een lange gevel en drie ramen op een rij, allemaal op verschillende hoogte gezet door de indeling van de kamers erachter, is de verleiding groot om de banen gewoon vanaf de grond op te bouwen en te zien waar ze langs de kozijnen uitkomen. Dat werkt bijna nooit. Bij het ene raam loopt de lijn dan net over de dorpel, bij het andere net erlangs, en dat verschil valt op zodra je een paar stappen terugdoet. Wij tekenen daarom eerst de gevel met de kozijnen erin, bepalen waar de lijnen het rustigst vallen, en passen de baanindeling daarop aan, in plaats van andersom.

Wanneer de baan toch een naad nodig heeft

Soms is een gevelvlak breder dan met één baan te overspannen is, of vraagt de opbouw van het gebouw om een overgang. In dat geval is er een stelnaad nodig: een plek waar de horizontale lijn onderbroken wordt en weer opnieuw begint. De vraag is dan niet of die naad er komt, maar waar.

Een stelnaad die valt op de plek waar de baan toevallig ophield, omdat dat de lengte was die er nog over was, is precies het soort verspringing dat een horizontale gevel verraadt. Een stelnaad die valt op een bouwkundige overgang, bijvoorbeeld waar het gevelvlak van kleur wisselt, waar een erker begint, of waar een andere gevelbekleding aansluit, wordt onderdeel van het ontwerp in plaats van een storing erin. Die plek bepalen we dus vooraf, samen met wie het gebouw ontwerpt, en niet op de bouwplaats met het stuk plaat dat er nog ligt.

Waar dit beeld niet de goede keuze is

Er zijn gevels waarbij horizontale banen de zaak niet helpen. Een smal gevelvlak, bijvoorbeeld tussen twee erkers of op een klein bijgebouw, wordt door horizontale lijnen soms juist onrustiger, omdat er te weinig breedte is om de lijn zijn werk te laten doen en de aansluitingen aan de zijkanten verhoudingsgewijs veel aandacht trekken. Op zulke vlakken werkt een verticale baan vaak rustiger, juist omdat die de hoogte van het vlak volgt in plaats van de beperkte breedte.

Ook een gevel met veel doorbrekingen dicht bij elkaar, zoals een rij kleine ramen op ongelijke hoogte, is niet altijd geschikt voor een doorlopende horizontale lijn. Als de kozijnen zelf al geen enkele regelmaat hebben, is het soms eerlijker om dat niet te verbloemen met een lijn die overal net iets anders moet uitkomen, en te kiezen voor een andere indeling of een ander gevelvlak per bouwdeel. Wij zeggen dat liever vooraf op tekening dan pas als de plaat al gewalst is.

Wat dit betekent voor de bestelling

Omdat de baan de volle breedte van het gevelvlak beslaat, bepaalt de tekening van de gevel de lengte van de bestelling, tot op de millimeter. Dat vraagt om een maatvoering die al vaststaat voordat wij gaan walsen, inclusief de definitieve plaats van kozijnen. Wij denken in die fase mee, kosteloos, en werken de indeling van de lijnen uit ten opzichte van de raamdorpels, zodat op de bouwplaats duidelijk is waar elke baan begint en eindigt, en waar een eventuele stelnaad hoort te vallen. Dat is meer voorbereiding dan bij een gevel die met losse platen wordt opgebouwd, maar het is ook de enige manier waarop die ene lange lijn overal even hoog blijft.

  • Schaduwlijn om de 475 mm
  • Doorlopend langs kozijnen en hoeken
  • Op lengte geleverd per gevelvlak
  • Ook op een houten regelwerk toe te passen

Vraag het ons

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink