Klikzink
Aan het water komt licht niet alleen van boven. Het weerkaatst ook van onderaf, vanaf het wateroppervlak zelf, en dat is iets anders dan de lichtval op een gebouw middenin een straat of een polder. Bij een rivier, een plas, een haven of een strook duinmeer krijgt een gevel of een dak licht van twee kanten: het gewone daglicht van boven, en een tweede, bewegende weerspiegeling van onderaf die meebeweegt met golfslag, wind en het tij of de stroming. Die tweede lichtbron is niet constant. Op een windstille ochtend is het wateroppervlak bijna een spiegel en krijgt de onderkant van een gevel een vlak, warm licht. Bij wind breekt dat licht in duizenden kleine schitteringen die over het vlak heen bewegen. Dat is een ander soort belichting dan een architect of eigenaar gewend is van een gebouw dat alleen van boven belicht wordt, en het is de reden dat gevelbekleding aan het water zich anders gedraagt dan diezelfde bekleding een paar straten landinwaarts.
Een glanzend of half-glanzend oppervlak reageert sterk op die twee lichtbronnen. Het spiegelt het licht van boven en het spiegelt het bewegende licht van het water, en beide spiegelingen verschuiven met de kijkhoek van de toeschouwer. Vanaf een boot, een kade of de overkant van het water ziet men dan een gevel die lijkt te flikkeren of die op sommige momenten van de dag een fel oplichtend vlak wordt. Voor sommige gebouwen is dat precies gewenst; voor de meeste is het een storende bijwerking waar niemand om gevraagd heeft.
Onze zinklook heeft een glansgraad onder de 5. Dat is laag genoeg om als mat te gelden, en het effect daarvan is dat het oppervlak licht verstrooit in plaats van terugkaatst. Het vlak wordt niet zwart of dood, het geeft nog wel degelijk licht en schaduw door, maar het spiegelt de omgeving niet. Aan het water betekent dat concreet: de weerspiegeling van het water zelf wordt niet nogmaals herhaald op de gevel. Er is één lichtbron die zichtbaar beweegt, het water, en niet twee. Dat houdt het aanzicht van het gebouw rustiger, ook op een dag met veel wind en veel golfslag op het water.
Dit werkt anders bij dag en bij nacht, en anders bij hoog en laag water. Overdag, bij hoge waterstand dicht onder de gevel, is het effect van onderaf komend licht het sterkst; er is dan simpelweg meer wateroppervlak dichtbij dat licht terugkaatst. Bij laag water, met een brede strook wal, drooggevallen slik of een talud tussen gebouw en waterlijn, is dat effect veel kleiner. Bij avondlicht, met een lage zon die over het water schijnt, ontstaat er kort een sterke, warme gloed van onderaf die op een glanzend materiaal een felle streep licht geeft en op een dof materiaal een zachtere, kortere gloed. Wie een gebouw aan het water beoordeelt op basis van een foto op één moment van de dag, ziet dus niet wat er op andere momenten gebeurt. Dat is precies waarom het de moeite loont om op de plek zelf te kijken, op een paar verschillende momenten, voordat er een keuze wordt gemaakt.
De kleurkeuze speelt hierin mee, maar anders dan op een gewoon gebouw. Metallic Dark Silver, de lichtste van onze drie kleuren, vangt meer omgevingslicht op dan Nordic Night Black, en aan het water betekent dat een iets grotere gevoeligheid voor die tweede, bewegende lichtbron van onderaf. Slate Grey ligt daar tussenin. Geen van de drie spiegelt, dat blijft gelijk, maar de lichte kleur toont het effect van het water iets duidelijker dan de donkere. Bij een gebouw met veel glas en een lage, brede gevel aan het water is dat verschil groter dan bij een smal, hoog volume waar de gevel maar een beperkt stuk boven de waterlijn uitkomt; hoeveel dat precies uitmaakt, hangt af van de hoogte van de gevel boven het water, de breedte van het wateroppervlak ervoor, en de oriëntatie ten opzichte van de zon. Dat is dan ook iets wat per gebouw verschilt en waarover per situatie iets te zeggen is, niet in het algemeen.
De vorm van het vlak telt hier ook mee, los van de kleur. Een vlakke plaat geeft de zachtste, meest gelijkmatige weergave van dat verstrooide licht. Een plaat met verstijvingsril of met micro-lines breekt het vlak op in een fijner patroon van lichte en donkere lijnen, wat op een groot vlak de golving van een dunne plaat visueel camoufleert, maar aan het water ook betekent dat er iets meer kleine richels zijn die licht van beide kanten opvangen. Op een groot, laag gebouw direct aan het water, waar het vlak in zijn geheel goed te overzien is vanaf de overkant, is dat een reden om de keuze voor vlak, ril of micro-lines niet los te zien van de plek. Hoe dat precies uitpakt, verschilt van gebouwtype tot gebouwtype: bij een woonhuis met een beperkt gevelvlak speelt dit anders dan bij een loods of een paviljoen met een gevel die zich over de volle breedte van het water uitstrekt, en dat is iets waar de pagina's over die specifieke gebouwen verder op ingaan.
De richting van de banen heeft aan het water een tweede functie naast wat hij op elk gebouw al doet. Staande banen langs een gevel die het water volgt, benadrukken de hoogte van het gebouw tegenover de horizontale lijn van het water, en dat contrast valt aan een waterkant sterker op dan in een straat, omdat de waterlijn zelf al zo'n dominante horizontale lijn is. Liggende banen doen het omgekeerde en versterken juist die horizontale lijn. Geen van beide is een vaste regel, het is een keuze die samenhangt met hoe het gebouw zich tot de waterlijn wil verhouden, en die keuze verschilt weer per gebouwtype en komt op de pagina's daarover apart aan de orde.
Condens en vocht vanaf het water raken de conditie van het materiaal, niet het beeld waar deze pagina over gaat; die kant van de zaak laten we hier dan ook liggen. Wat wel bij het beeld hoort: zout in de lucht, dat aan zee en bij groter open water voorkomt, kan op een glanzend metalen oppervlak een waas geven die de spiegeling nog onregelmatiger maakt. Op een mat, geverfd oppervlak zoals GreenCoat Pural BT is dat effect veel minder aanwezig, simpelweg omdat er weinig glans is om te verstoren.
Wie een gebouw aan het water plant en kiest voor zinklook, doet er goed aan om op de plek te gaan kijken op een dag met wind en op een dag zonder wind, bij hoog water en bij laag water als dat verschil er is, en te letten op waar het licht van het water de gevel het meest raakt. Daarna is het aan het gebouw zelf, de hoogte, de breedte van het vlak en de gekozen kleur, hoe dat er precies uitziet, en dat wordt per gebouwtype uitgewerkt op de andere pagina's van deze kennisbank. Voor een advies op een concrete tekening en een blik op de kleurstalen kunt u contact met ons opnemen.