Klikzink
Een mantelzorgwoning staat nooit alleen. Ze staat op een paar meter van het huis waar de kinderen, de ouders of de mantelzorgvrager wonen, meestal in de tuin, vaak zichtbaar vanuit de keuken van het hoofdhuis. Dat is de vraag die bij dit gebouwtype voorafgaat aan elke andere: moet dit bijgebouw wegvallen tegen het huis, of mag het gezien worden als iets eigens dat er toch bij hoort. De kleur van de zinklook bepaalt die uitkomst meer dan de vorm van het dak.
Wij leveren drie matte kleuren: Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver. Alle drie hebben een glansgraad onder de 5, dus geen van de drie gaat spiegelen in de tuin. Het verschil zit in wat ze doen met het huis dat er al staat.
Nordic Night Black is de kleur die het meest een eigen uitspraak doet. Op een grasveld naast een bakstenen jaren-dertig-huis oogt een zwarte mantelzorgwoning als een apart, klein gebaar: een tuinhuis met karakter, geen aanbouw. Dat werkt goed als het hoofdhuis een duidelijke, warme kleur heeft -- rode of bruine baksteen, een rieten kap, houten kozijnen. Het zwart van de zinklook trekt dan niet de aandacht van het huis weg, het geeft het bijgebouw juist zijn eigen plek zodat niemand het per ongeluk voor een verbouwing van het hoofdhuis aanziet.
De grens ligt bij hoofdhuizen die zelf al donker zijn: een woning met een zwart of donkergrijs dak, donkere kozijnen, een grijze gevel. Dan wordt een zwarte mantelzorgwoning ineens een kopie in het klein, en dat is precies wat bij dit gebouwtype vaak niet de bedoeling is. Een mantelzorgwoning die te veel op het hoofdhuis lijkt, oogt snel als een verkleinde herhaling, terwijl die woning juist zijn eigen adres, eigen voordeur en eigen leven heeft.
Slate Grey is de kleur die het minst een standpunt inneemt. Naast een lichte gevel -- wit stucwerk, lichte baksteen, een houten schutting die vergrijsd is -- valt Slate Grey niet op en niet weg. Het is de kleur die past bij een tuin waarin al veel gebeurt: een schuur, een carport, een border, misschien zonnepanelen op het hoofddak. In zo'n rommelige achtertuin voegt een grijze mantelzorgwoning zich in het geheel zonder er nog een blikvanger bij te zetten.
Waar Slate Grey minder goed werkt, is bij een hoofdhuis met een uitgesproken rode of oranje dakpan en een gevel in warme, gele baksteentonen. Daar oogt het grijs eerder koel en een beetje kil naast de warmte van het huis, als een import uit een ander bouwproject. In die situatie ligt Metallic Dark Silver vaak dichter bij wat er al staat, of moet er bewust voor het contrast gekozen worden -- dat is een keuze die u met de architect maakt, niet iets wat de kleurkaart alleen beslist.
Wie in de eerste plaats denkt aan een zinken dak, en de mantelzorgwoning wil laten aansluiten bij een hoofdhuis dat al zink of een vergelijkbare grijstint heeft, komt vaak bij Metallic Dark Silver terecht. Het is de kleur met de meeste diepte van de drie: niet vlak grijs, maar met een lichte schittering in het metaal onder de coating, zonder dat de glansgraad boven de 5 komt. Op een klein volume, waar je toch vlak bij het materiaal staat -- een mantelzorgwoning ziet u van dichtbij, anders dan een dak op een loods -- valt dat verschil met een egale grijze verf goed op, en dat is meestal precies waarom deze kleur gekozen wordt.
Het risico bij Metallic Dark Silver op een heel klein volume is dat het weer te veel doet lijken aan een zinken dak op ware grootte, terwijl de mantelzorgwoning een fractie van die schaal heeft. Bij een volume van een paar meter breed kan die metallic uitstraling ineens zwaarder ogen dan bedoeld, vooral als de zon er vol op staat. Dan is een van de andere twee kleuren, met minder eigen leven in het oppervlak, vaak de rustigere keuze.
Een aantal opdrachtgevers wil dak en gevel van de mantelzorgwoning in hetzelfde materiaal, zodat het een gesloten volume wordt zonder duidelijke knik tussen dak en wand. Dat kan met deze platen, in elke van de drie kleuren, en het versterkt het idee van een eigen, herkenbaar bouwwerk. Voor dat effect is het juist verstandig om niet de kleur van het hoofdhuis te kiezen: een volledig ingepakt zwart of grafiet volume naast een bakstenen huis leest als iets nieuws en modern, terwijl dezelfde vorm in een kleur die op het hoofdhuis lijkt eerder aanvoelt als een verlengstuk dat er per ongeluk bij hoort.
Er zijn gemeenten en particuliere ontwikkelingen waar voor bijgebouwen bij een hoofdwoning een verplichte aansluiting geldt op het materiaal van het hoofdhuis -- bijvoorbeeld dezelfde dakpan of hetzelfde type gevelsteen, vaak omdat de mantelzorgwoning na verloop van tijd weer een andere functie krijgt en dan als eenheid met het huis moet blijven ogen. In die situatie is een metalen felsdak, in welke kleur dan ook, soms niet de vorm die wordt toegestaan of gewenst is, en is de vraag naar kleur eigenlijk voorbarig: eerst moet vastgesteld worden of dit materiaal hier passend is, dan pas welke tint. Ook wanneer de mantelzorgwoning nadrukkelijk moet ogen als "bijgebouw dat er altijd al stond" -- bijvoorbeeld bij een boerderij met bestaande houten schuren -- past een strak, dof metalen volume soms minder goed dan een houten of rietbedekte uitvoering, hoe zorgvuldig de kleur ook gekozen is.
De drie kleuren zien er op een scherm, of zelfs op een klein plaatje in de showroom, anders uit dan buiten naast het echte hoofdhuis, in het licht dat er op dat perceel valt. Wij hebben van alle drie kleuren monsters beschikbaar, en het advies is steevast om die mee te nemen naar de tuin en tegen de bestaande gevel te houden, bij daglicht en niet onder kunstlicht binnen. Een kleur die op de kaart perfect leek, kan in de schaduw van een grote boom naast het hoofdhuis toch net iets anders vallen dan verwacht, en bij een gebouw dat zo dicht bij het hoofdhuis staat en zo klein van schaal is, valt dat verschil sneller op dan bij een dak dat u alleen van veraf ziet.