Klikzink

Zinklook schuurwoning en welstand bij beschermd gezicht

Bij een schuurwoning is er geen dakrand die het gebouw in twee stukken knipt. Het dakvlak loopt door in het gevelvlak, vaak over dezelfde banen, en dat is precies waar een welstandscommissie op gaat kijken. Niet op het materiaal als zodanig, maar op wat die overgang doet met de massa van het gebouw. Een schuurvorm oogt van nature al fors; als het dak blinkt en de gevel dof is, of andersom, valt het gebouw in de waarneming in twee volumes uiteen. Juist bij een beschermd gezicht, waar de commissie kijkt naar hoe een nieuw volume zich verhoudt tot de bebouwing ernaast, is dat een reden om vragen te stellen.

Een welstandscommissie beoordeelt geen merknaam en geen productblad. Ze beoordeelt wat ze ziet op de tekening en, later, op het gebouw: kleur, glans, de maat van de banen en de manier waarop het licht over het vlak valt. Zinklook in een matte, donkere kleur met een glansgraad onder de 5 leest op een tekening en in het echt als een gedekt, teruggetrokken oppervlak. Dat is meestal precies wat een commissie bij een schuurwoning in een historische omgeving wil zien: een vorm die aanwezig is zonder op te vallen. Een glanzend of licht gekleurd vlak trekt sneller de aandacht, en aandacht is wat een commissie bij een beschermd gezicht liever niet aan een nieuw gebouw geeft.

Waar de vergunningaanvraag vaak op vastloopt, is niet de kleur maar de vraag of het materiaal zink is of zinklook. Sommige commissies hebben in hun beleidsregels letterlijk zink of een gelijkwaardig materiaal staan, en dan moet u kunnen uitleggen waarom stalen felsbanen met een zinkuiterlijk aan die eis voldoen. Andere commissies noemen geen materiaal maar een beeld: fijne, verticale of horizontale banen met een scherpe schaduwlijn, een dof oppervlak, een kleur die niet wit en niet felgekleurd is. Dat beeld is precies wat wij uitleggen bij [de baanbreedte en de schaal bij een schuurwoning](/zinklook/schuurwoning/baanbreedte) en bij de schaduwlijn tussen de banen; het is ook het beeld dat op de meeste tekeningen en in de meeste toelichtingen bij een vergunningaanvraag wordt gevraagd.

Wij leveren geen zink. Dat zeggen we er in een vergunningaanvraag liever bij dan dat de commissie het zelf ontdekt. Van dichtbij, in direct zonlicht en op de plek waar de fels tegen de plaat afsteekt, is te zien dat het staal is: de fels heeft een net iets andere, hardere lijn dan de ronder gewalste fels van zink, en het materiaal veroudert niet naar een groengrijze patina maar houdt zijn ingestelde kleur. Wij verwijzen daarvoor naar de pagina over het verschil met zink. Voor een welstandscommissie is dat onderscheid vaak niet het punt; die kijkt naar het beeld op afstand, niet naar de fels op tien centimeter. Voor een enkele commissie, bijvoorbeeld bij een rijksmonument of in een gezicht met een zeer strikte materialenlijst, is het wel het punt, en dan is zinklook niet de juiste keuze. Dat is geen kwestie van overtuigen; als het beleid letterlijk zink voorschrijft en niet toestaat dat een gelijkwaardig uiterlijk daarvoor in de plaats komt, houdt het op.

Een tweede punt waar wij vooraf naar vragen, is of de commissie aparte eisen stelt aan dak en gevel. Bij een schuurwoning is het juist de bedoeling dat beide in één lijn doorlopen, met dezelfde baanbreedte en veelal ook dezelfde richting over de knik van dak naar gevel heen. Sommige welstandsnota's staan dat toe, andere schrijven voor dat een gevel een ander, meer solide materiaal krijgt dan het dak, bijvoorbeeld baksteen onder een metalen dak. Dat raakt aan wat wij bespreken bij dak en gevel in één beeld; het is het eerste dat wij op tekening bekijken voordat er iets wordt bijgesteld, want een commissie die om een breuk tussen dak en gevel vraagt, ontmantelt in feite de reden waarom voor een schuurvorm is gekozen.

De glansgraad komt in vrijwel elke welstandsbeoordeling terug, meestal niet met dat woord maar als opmerking dat het gebouw niet mag glimmen of opvallen in de straat. Een lage glansgraad, zoals bij onze coating, geeft op foto's bij bewolkt weer een vlak vlak, en bij laagstaande zon een zachte glans die niet spiegelt. Dat is doorgaans voldoende om aan zo'n eis te voldoen. Bij een schuurwoning aan een open weg of tussen lager, ouder bebouwing telt dit sterker dan in een dichte straatwand, simpelweg omdat het dakvlak vanaf grotere afstand zichtbaar is en meer van de omgeving weerspiegelt als het te glanzend is.

Wat wij aanraden als een gebouw binnen een beschermd gezicht valt, is niet pas een monster meenemen als de commissie erom vraagt, maar het vooraf al bij de vooroverlegtekening voegen. Een foto van een schuurwoning is nooit hetzelfde als een fysiek stukje plaat in de hand; de commissie ziet dan de dofheid en de kleur zoals die werkelijk zijn, in plaats van een render die vaak te glanzend of te blauw wordt weergegeven. Wij hebben monsters van alle drie de kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, en denken zonder kosten mee op de tekening zelf, juist om dit soort vragen vooraf glad te trekken in plaats van na een afwijzing.

Er zijn ook situaties waarin zinklook, ongeacht kleur of glans, niet de aangewezen keuze is. Als de welstandsnota voor een specifiek gezicht een gesloten lijst van toegestane materialen hanteert waar alleen zink, lood of natuurleien op staan, en geen ruimte laat voor een gelijkwaardig uiterlijk, dan helpt geen kleurkeuze en geen monster. Dat komt vooral voor bij rijksmonumenten en bij enkele streng beschermde dorpskernen. In dat geval is het verstandiger om dat in een vooroverleg vast te stellen, voordat er een compleet bouwplan met dit materiaal is uitgewerkt.

Voor de meeste schuurwoningen binnen een beschermd gezicht is de vraag niet zink of geen zink, maar of het beeld klopt: een mat, terughoudend vlak dat dak en gevel in één lijn samenhoudt. Als u een tekening heeft en wilt weten hoe die vraag voor uw gebouw uitpakt, kunt u die aan ons voorleggen; wij kijken er kosteloos naar mee.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink