Klikzink
Wie op zoek gaat naar een gevel of dak met het uiterlijk van zink komt twee materialen tegen die allebei die naam claimen: staal met een zinklook coating, en aluminium met stromingsprofielen die diezelfde smalle banen en felsen nabouwen. Van een paar meter afstand zijn ze nauwelijks te onderscheiden. Beide zijn mat, beide hebben een fels die het licht een schaduwlijn geeft, en beide bestaan in grijstinten die aan zink doen denken. Het verschil zit niet in de eerste indruk, maar in een aantal dingen die zich pas later laten zien: hoe het klinkt, hoe het kleurt, hoe het beweegt, en wat het weegt op de begroting.
Het eerste verschil is de kleur zelf, en dan niet de kleurnaam maar de manier waarop hij ontstaat. Aluminium wordt vaak in de massa geanodiseerd of natlak gecoat, en dat geeft een egale, soms iets koelere tint die weinig richting geeft. Staal met een zinklook, zoals wij dat leveren, krijgt een coating van vijftig micrometer met een glansgraad onder de vijf; dat is dof genoeg om niet te spiegelen, maar niet zo vlak dat het beeld leeg wordt. Wij werken met drie matte kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, en welke daarvan het beste bij een gebouw past hangt af van de omgeving. Dat werken we hier niet verder uit, dat leest u bij welke kleur past hier (/zinklook/welke-kleur).
Het tweede verschil is het gewicht, en gewicht is bij dit soort bekleding nooit alleen een technisch getal, het is ook een beeldkwestie. Aluminium is lichter dan staal, en die lichtheid maakt grotere onderstukken en langere lengtes mogelijk zonder dat de constructie zwaarder hoeft te worden. Staal met zinklook, zoals wij dat maken, weegt ongeveer vijf kilo per vierkante meter; dat is meer dan aluminium, maar het geeft het materiaal ook een andere stevigheid onder de hand en een andere klank onder regen. Wie op een dakterras onder een aluminium dak heeft gestaan, kent het iets holler klinkende geluid van regen op een dunner, lichter blad; staal klinkt voller. Dat hoor je pas als het gebouw er staat, niet op een monster in de showroom.
Het derde verschil is uitzetting, en dat raakt direct de vraag hoe recht de banen op lange termijn blijven liggen. Aluminium zet aanzienlijk meer uit bij temperatuurwisselingen dan staal. Onze zinklook zet ongeveer half zoveel uit als traditioneel zink, en daarmee ook minder dan aluminium; bij lange banen op een zongerichte gevel merkt u dat verschil terug in hoe strak de fels blijft liggen na een paar jaar zomers. Bij grote, ononderbroken vlakken is dat een reden om liever voor staal te kiezen, en dat sluit aan bij wat wij schrijven over de baanbreedte en de schaal (/zinklook/baanbreedte).
Het vierde verschil is de prijs, en die noemen we hier bewust zonder getallen, omdat de verhouding per project en per marktmoment verschilt. Aluminium is doorgaans duurder in grondstof dan verzinkt staal, maar weegt lichter, waardoor de onderconstructie soms goedkoper kan uitvallen. Bij een eenvoudig zadeldak scheelt dat weinig; bij een grote overkapping met een lichte draagstructuur kan het verschil in constructiekosten net zo zwaar wegen als het verschil in plaatprijs. Dat is een rekensom die per gebouw anders uitpakt, en die maakt u het beste samen met de aannemer op basis van de tekening.
Het vijfde verschil, en misschien het minst besproken, is hoe het materiaal reageert op krassen, deuken en de jaren. Aluminium is zachter dan verzinkt staal en kan bij een stoot eerder een blijvende deuk krijgen; staal veert dat soort schade vaker terug of laat een minder diepe afdruk achter. Aan de andere kant is aluminium ongevoelig voor roest aan de kern als de coating ooit beschadigt, terwijl staal daar de dikke zinklaag van 275 gram per vierkante meter aan beide zijden als achtervang heeft. Beide oplossingen zijn dus verdedigbaar, maar niet op dezelfde manier kwetsbaar. Hoe zink zelf, als origineel, na verloop van tijd verkleurt door patina, leggen we uit bij het patina dat zink wel krijgt (/zinklook/patina); zowel onze stalen zinklook als aluminium zinklook missen dat chemische proces juist, en blijven daardoor een stuk voorspelbaarder in kleur.
Er is ook een verschil dat niets met techniek te maken heeft, maar met wat een architect of welstandscommissie ziet. Sommige gemeenten en welstandscommissies stellen materiaaleisen die uitgaan van een bepaald gewicht, een bepaalde dikte of een historisch gegroeide gewoonte om met verzinkt staal of zink te werken, vooral bij beschermde gezichten. Aluminium wordt daar niet altijd zonder discussie geaccepteerd, terwijl stalen zinklook dichter bij de traditionele opbouw blijft. Dat is geen technisch argument maar wel een praktisch, en het is precies waarom dit per gebouw en per gemeente verschilt; wij gaan daar dieper op in bij welstand en beschermd gezicht (/zinklook/welstand).
Waar aluminium wél overtuigend wint, is bij zeer grote, licht gebogen vlakken waar gewicht op de constructie een harde grens is, zoals bij overkappingen met een minimale draagstructuur of bij gevelbekleding op een bestaande, niet-versterkte spouwmuur. Daar is het gewichtsvoordeel soms de doorslag, en dan is aluminium niet de tweede keuze maar de juiste. Omgekeerd is stalen zinklook logischer bij gebouwen waar de banen lang en recht doorlopen, waar het geluid van regen een rol speelt zoals bij een woning of een kleine publieke ruimte, of waar de coating na een aanrijding of stootschade eerder zijn vorm terugkrijgt dan een deuk houdt.
De conclusie is dus niet dat het een beter is dan het ander in het algemeen; het verschil zit in wat een specifiek gebouw nodig heeft. Bij een lage loods met een groot, ongebroken dakvlak wegen gewicht en uitzetting anders dan bij een woonhuis met een steil zadeldak waar de fels dicht bij het oog komt. Wij denken graag mee op basis van een tekening, kosteloos, en leggen dan naast elkaar wat voor uw gebouw de doorslag geeft.