Klikzink

Zinklook of houten gevelbekleding kiezen

Wie voor een gevel tussen zinklook en hout kiest, kiest eigenlijk tussen twee heel verschillende relaties met de tijd. Hout verandert; zinklook niet, of nauwelijks. Dat is de kern van de vergelijking, en bijna alles wat verder meespeelt volgt daaruit.

Onderhoud is het meest concrete verschil

Onbehandeld hout, zoals thermisch gemodificeerd grenen of lariks, vergrijst. Dat vergrijzen is geen gebrek, het is de bedoeling: de gevel krijgt na een paar jaar een grijze, verweerde tint die veel opdrachtgevers juist mooi vinden. Maar dat proces verloopt nooit helemaal gelijk. Een noordgevel vergrijst anders dan een zuidgevel, de kant onder de overstek anders dan de kant die vol in de regen staat. Wie dat aanvaardt, kan uitstekend met hout leven. Wie een egale gevel wil houden, moet gaan behandelen: beitsen, oliën, op een gegeven moment vervangen van planken die verrotten of kromtrekken. Dat is geen jaarlijkse klus, maar het is ook geen keuze die je één keer maakt en daarna kunt vergeten.

Stalen zinklook gedraagt zich daar tegenovergesteld. De coating is fabrieksmatig aangebracht, zit er dertig jaar geleden even dik op als vandaag, en verandert niet door uv-licht of vocht op de manier die hout wel doet. Er is geen na-behandeling nodig, geen beits die om de zoveel jaar terugkomt. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt: ook een gecoat stalen paneel krijgt op de lange termijn een lichte visuele verandering door weer en vervuiling, zoals we beschrijven bij de pagina over hoe het eruitziet na tien jaar. Maar die verandering is klein vergeleken met de gedaanteverwisseling die hout ondergaat, en ze is over de hele gevel gelijk, omdat het materiaal zelf niet reageert op zon of regen zoals houtvezel dat doet.

De keuze is dus niet zozeer welk materiaal beter is, maar hoeveel onderhoud iemand wil, en of hij een gevel wil die meebeweegt met de jaren of een gevel die stil blijft staan.

Het beeld dat bij het gebouw past

Daarnaast is er de vraag van het beeld zelf, los van onderhoud. Hout brengt warmte, een organische onregelmatigheid, een nerf die van dichtbij zichtbaar is. Zinklook brengt een strakke, technische rust: smalle banen, een scherpe lijn tussen de vlakken, een dof metalen oppervlak dat het licht anders vangt dan een houten gevel dat doet. Dat zijn twee verschillende registers, en welk register bij een gebouw past hangt af van het gebouw. Een landelijke schuurwoning met een rieten of pannen dak vraagt om een ander antwoord dan een nieuwbouwvilla met platte volumes, en een bedrijfshal aan de rand van een bedrijventerrein weer om een ander antwoord dan een woning in een dorpskern. Die uitwerking per gebouwtype voert hier te ver; wat vooral telt is dat de keuze tussen zinklook en hout niet los kan staan van de architectuur waarin het beeld moet functioneren.

Er is ook een praktische kant aan die keuze die met schaal te maken heeft. Hout wordt doorgaans in planken van beperkte breedte toegepast, met een duidelijk ritme van naden. Zinklook in stalen felsbanen kan tot 8000 mm op maat worden afgekort en heeft een werkende breedte van 475 mm per baan, met een haaks opstaande fels van 35 mm ertussen. Dat geeft een ander soort regelmaat dan hout: minder organisch, meer getekend. Welke baanbreedte bij welke gevelmaat werkt, leggen we uit bij de pagina over baanbreedte en schaal, en de richting waarin de banen lopen bepaalt eveneens sterk hoe een gevel oogt, zoals te lezen is bij de richting van de banen.

Waar hout wint en waar het niet opweegt

Hout heeft één eigenschap die zinklook niet kan evenaren: het is een natuurlijk materiaal met een tastbare, ruikbare aanwezigheid die door velen als authentieker wordt ervaren, juist omdat het niet perfect blijft. Voor een opdrachtgever die een gevel wil die meeleeft met het gebouw, die sporen van weer en jaren mag tonen, is hout vaak de eerlijkere keuze. Zinklook is voor wie dat beeld van meeleven niet wil, maar juist een gevel zoekt die op dag één en op dag zesduizend hetzelfde silhouet en dezelfde kleur toont.

Andersom is er een praktisch punt waarop hout het aflegt: bij hoogbouw, bij grote onderhoudsafstanden, of bij een gevel die vanaf de openbare weg nauwelijks bereikbaar is voor onderhoud, is een materiaal dat geen periodieke behandeling nodig heeft eenvoudigweg praktischer. Datzelfde geldt voor gebouwen waar de opdrachtgever nu al weet dat er geen budget of animo is voor onderhoud over tien jaar. Dan is de keuze niet primair esthetisch, maar een kwestie van wat beheersbaar blijft.

Combineren in plaats van kiezen

Het is geen kwestie van het één of het ander op elk vlak van het gebouw. Zinklook en hout worden regelmatig samen toegepast: een houten plint of luifel naast stalen felsbanen op het hoofdvolume, of een houten kozijnpartij die de kleur van de coating juist accentueert. Hoe die twee materialen elkaar in verhouding en kleur kunnen versterken, staat uitgewerkt bij combineren met hout. Wie deze keuze naast een bakstenen plint of gevel overweegt, vindt de overwegingen daarvoor terug bij combineren met baksteen.

Wat wij doen

Wij leveren de stalen felsbanen op maat, in drie matte kleuren en drie uitvoeringen van het vlak, met een coating die niet is bedoeld om na te bootsen wat hout van nature doet, maar om jarenlang hetzelfde te blijven. Of dat de juiste keuze is voor een specifiek gebouw, hangt af van het gebouwtype, de omgeving en de vraag hoeveel verandering er welkom is. Denkt u daar liever met iemand doorheen dan alleen op papier, dan kijken wij kosteloos mee op tekening, en liggen er in Ede monsters van alle drie de kleuren om naast elkaar te bekijken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink