Klikzink

Zinklook na tien jaar: wat verandert er echt

Wie nu een dak of gevel in zinklook laat maken, wil weten hoe dat er over tien jaar bij staat. Niet op de dag van opleveren, maar op een doordeweekse dinsdag als het licht laag staat en er een paar jaar regen, stof en vogelpoep over het vlak zijn gegaan. Dat is een andere vraag dan hoe het glimt in de showroom, en het antwoord verschilt wezenlijk van wat er met echt zink gebeurt.

Zink is een levend materiaal. Het metaal reageert met de lucht en vormt een grijzige, ongelijke oxidelaag, de patina, die in het begin vlekkerig is en na verloop van jaren egaliseert. Dat proces is precies waarom mensen ooit voor zink kozen: het beeld verandert mee met de tijd, van blank en glimmend naar iets dooiers en grijzer. Zinklook zoals wij dat maken is geen zink maar Sendzimir verzinkt staal met een organische coating erover, GreenCoat Pural BT. Die coating patineert niet. Er zit geen chemisch verouderingsproces onder dat het aanzien van de plaat verandert. Dat is de kern van het verschil, en die geldt voor elk gebouw waar we dit materiaal op leveren, van een schuur tot een bedrijfshal.

Wat blijft, is de kleur. Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver zijn mat ingesteld, met een glansgraad onder de 5, en die matheid is stabiel. Er is geen laag die afslijt tot een andere glans of die na verloop van tijd begint te blinken. Wat een gebouw op oplevering aan kleurdiepte heeft, is grotendeels wat het na tien jaar nog heeft. Verschuiving in kleurtoon door uv-licht is bij coatings van dit type gering, en zeker niet vergelijkbaar met de dramatische overgang die zink doormaakt van glimmend naar dof grijs.

Wat wél verandert, is het vlak zelf, en dat heeft niets met de coating te maken maar met wat er op valt. Stof, roetdeeltjes uit de lucht, mos en algengroei op plekken die vochtig blijven, druppelsporen onder een overstek: dat zijn oppervlakteverschijnselen, geen materiaaleigenschap. Op een dakvlak dat weinig regen krijgt om zichzelf schoon te spoelen, kan na een aantal jaren een grijzige waas ontstaan die niet van de coating komt maar van wat erop is neergeslagen. Op een verticaal gevelvlak, waar regen makkelijker afspoelt, is dat effect meestal beperkter. Hoe dat er op een specifiek gebouw uitpakt, hangt af van hellingshoek, beschutting, omgeving en windrichting, en dat is iets wat per gebouwtype verschilt; daarover schrijven we apart.

De fels en de klemmen blijven ondertussen ongewijzigd zichtbaar als scherpe lijn. Omdat de bevestiging blind is, onder de fels, komen er geen roestvlekken van doorgeroeste schroeven, wat bij sommige andere gevelsystemen wel het beeld op de lange duur bepaalt. De felslijn zelf raakt niet vervormd of dof; die blijft de harde scheidingslijn tussen de banen die vanaf het begin het beeld heeft bepaald.

Een vraag die vaak volgt: wat als er over acht jaar een baan vervangen moet worden, na een aanrijding of een reparatie? Op dat moment ligt er een nieuwe, ongebruikte plaat naast platen die acht jaar weer en licht hebben gezien. Bij zink zou dat verschil zich vanzelf herstellen, want de nieuwe plaat gaat patineren en groeit qua kleur naar de rest toe. Bij een coating gebeurt dat niet. De kleurtoon van de nieuwe baan verschuift niet mee, dus als de oude platen inmiddels een tint zijn opgelopen door vervuiling of lichte verwering, valt de nieuwe baan er eerst nog enigszins tussenuit. Dat vervlakt na een tijd doordat ook de nieuwe plaat vervuiling opbouwt, maar het is niet het zelfherstellend mechanisme dat zink heeft. Wie op voorhand weet dat een deel van de gevel eerder vervangen wordt dan de rest, houdt daar dus rekening mee.

De vraag waaraan je op afstand het verschil ziet met echt zink, is na tien jaar niet anders dan op dag één, en misschien zelfs iets duidelijker. Zink patineert ongelijk: schaduwplekken, aflopende randen en oppervlakken die meer vocht vasthouden, worden anders grijs dan een vlak dat snel droogt. Dat geeft een zeker levendig, wisselvallig beeld, met plaatselijke lichtere en donkerdere vlakken die met het metaal meegroeien. Onze coating blijft egaler: alle platen verouderen op ongeveer hetzelfde tempo en dezelfde manier, omdat het geen chemisch proces in het materiaal zelf is maar simpelweg oppervlaktevervuiling die kan worden afgespoeld door regen of, waar nodig, gereinigd. Van dichtbij en bij vergelijkend licht is dat verschil met een zinkbord dat tien jaar patina heeft opgebouwd wel te zien: zink krijgt karakter door onregelmatigheid, deze coating blijft gelijkmatiger van kleur.

Of dat verschil ergens toe doet, hangt af van wat de opdrachtgever wil. Bij een monument of een pand waar de gepatineerde, wisselvallige uitstraling van oud zink zelf het doel is, komt zinklook nooit helemaal aan die verwachting. Bij nieuwbouw, een bedrijfspand of een verbouwing waar men een strak, gelijkmatig en onderhoudsarm beeld wil dat over tien jaar nog steeds de kleur heeft die is uitgezocht, is dat gelijkmatige verouderingsgedrag precies de reden om voor dit materiaal te kiezen in plaats van voor zink.

Wat dit voor een specifiek gebouw betekent, verschilt met de dakhelling, de beschutting en de omgeving, en dat werken we per gebouwtype verder uit. Hier is het genoeg te weten dat de coating zelf, los van vervuiling, na tien jaar nog nagenoeg is wat ze bij plaatsing was, en dat het beeld dus veel meer bepaald wordt door wat erop terechtkomt dan door het materiaal zelf. Wilt u weten hoe dat er op uw gebouw specifiek uit gaat zien, dan kijken we graag mee op tekening en laten we u de kleuren in het echt zien.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink