Klikzink

Zinklook: vuil, groen en aanslag op het vlak

Een dak of gevel staat buiten, en buiten regent het, waait het stof aan, vallen er blaadjes en groeit er iets op elk oppervlak dat lang genoeg vochtig blijft. Dat geldt voor elk gevelmateriaal, ook voor zinklook. De vraag die overblijft is niet of er iets op het vlak komt te zitten, maar wat, waar, en hoe zichtbaar dat is op een dof, donker gekleurd stalen vlak met een fijne structuur.

Stof en verkeersaanslag

Op een gevel langs een weg, of op een dak dat onder de rook van een schoorsteen of een drukke straat ligt, slaat fijn stof en roet neer. Op een lichte, glanzende plaat is dat vaak goed te zien als een waas. Op onze matte, donkere kleuren -- Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver -- valt diezelfde aanslag minder op, simpelweg omdat het vlak al donker is en geen spiegeling heeft waarin vuil als contrast zichtbaar wordt. Bij een lichtgrijze coating of bij blank zink is dat verschil groter: daar tekent stof zich sneller af tegen de gladde, reflecterende ondergrond. Dit is een van de plekken waar mat zijn niet alleen om uitstraling gaat, maar ook om hoe onopvallend vuil blijft; dat werken we verder uit op de pagina over waarom mat het verschil maakt.

Groene aanslag onder bomen en op het noorden

De combinatie die het meest oplevert is schaduw plus vocht plus tijd. Onder een boom, tegen een noordgevel, achter een andere bouwmassa die de zon wegneemt: daar blijft een oppervlak langer vochtig na regen of dauw, en daar krijgt algengroei de kans. Dat is geen eigenschap van het materiaal maar van de plek. Het gebeurt op stucwerk, op dakpannen, op houten gevelbekleding en op stalen platen evengoed. Op een zinklook dak onder een rij eiken zien we de groene waas het eerst ontstaan op de banen die het meest in de slagschaduw van de kroon liggen, en het traagst op de banen die vol in de wind en de zon staan. Op een enkel gebouw is dat verschil dus zichtbaar van baan tot baan, en dat is precies waar een architect of eigenaar op moet rekenen: niet een gelijkmatige verkleuring van het hele dak, maar een patroon dat de plek van bomen en schaduw volgt.

Hoe dat patroon zich aftekent, verschilt sterk per gebouw. Op een laag volume met een flauwe kap onder zwaar geboomte ontstaat een ander beeld dan op een steile kap die vrij in de wind staat, of op een gevel die door een naastliggend pand grotendeels aan de zon wordt onttrokken. Wij werken dat hier niet per gebouwtype uit; dat komt aan de orde bij de vraag hoe het beeld eruitziet na tien jaar, waar de opbouw van tijd, plek en oriëntatie samen worden bekeken.

Mos en aanslag in liggende voegen en op flauwe hellingen

Waar water lang blijft staan of langzaam afloopt, krijgt aanslag meer kans om zich te hechten. Bij een dakhelling net boven het minimum van zes graden loopt regenwater trager weg dan bij een steile kap, en op een felsdak zonder duidelijke afwatering kan zich in de loop van de jaren een dunne laag vuil en mos vormen in de fels zelf, waar de baan een schaduwrand heeft die net iets langer vochtig blijft dan het vlakke deel van de plaat. Dat is een detail dat pas op enige afstand van jaren zichtbaar wordt, en het gebeurt het duidelijkst op platte, weinig zonbeschenen daken. Op een steile gevel, verticaal gemonteerd, speelt dit vrijwel niet: water loopt daar snel en volledig weg, en er is simpelweg minder tijd voor aanslag om zich te vestigen.

Wat er niet gebeurt: geen patina zoals bij zink

Het is de moeite waard hier iets recht te zetten, want het wordt vaak verward met vervuiling. Zink krijgt na verloop van tijd een eigen, doffe grijze deklaag die vanuit het materiaal zelf ontstaat -- een chemisch proces waarbij het metaal reageert met lucht en water. Onze coating doet dat niet: die verandert niet van binnenuit, hij blijft dezelfde kleur en dezelfde matheid die hij bij levering had. Wat er op een zinklook vlak verandert, komt dus altijd van buiten: stof, roet, algen, mos. Dat is een ander soort veroudering dan patina, en het is ook de plek waar het verschil met echt zink het duidelijkst wordt. Wie daar meer over wil weten, verwijzen we naar de pagina over het patina dat zink wel krijgt en naar de pagina waarop we uitleggen waaraan u het verschil met zink kunt zien.

Wat dit betekent voor de keuze

Als een gebouw grotendeels in de schaduw van bomen staat, of een noordgevel heeft die nooit droog wordt door de zon, dan is het verstandig daar bij het ontwerp al rekening mee te houden. Dat betekent niet dat zinklook daar ongeschikt is -- staal met deze coating is duurzaam genoeg om onder die omstandigheden gewoon zijn werk te doen -- maar het betekent wel dat u op die plekken eerder een groene waas of een vuiler beeld kunt verwachten dan op een vlak dat vol in de wind en de zon staat. Een donkere kleur maakt die aanslag minder opvallend dan een lichte kleur zou doen, simpelweg omdat het contrast kleiner is. Wie voor Nordic Night Black kiest op een schaduwrijk dak, kiest daarmee ook voor een kleur waarop latere vervuiling het minst afsteekt.

Onderhoud, of het uitblijven daarvan

We beloven niet dat een zinklook dak of gevel schoon blijft, en we raden ook niet aan om het periodiek te laten reinigen als vaste regel -- dat hangt volledig af van de locatie, de omgeving en wat de eigenaar ervan verwacht. Op een vrijstaand gebouw in open veld, ver van bomen en verkeer, zal een vlak jarenlang nauwelijks aanslag tonen. Onder een dichte boomkroon, op het noorden, in de buurt van een drukke weg: daar mag verwacht worden dat het beeld na een aantal jaren minder schoon oogt dan op de dag van opleveren. Dat is geen gebrek van het materiaal, het is de plek die dat bepaalt, en het is iets wat een architect of aannemer bij de keuze voor kleur en oriëntatie kan meenemen. Wilt u weten hoe uw ontwerp zich daarin gedraagt, dan kijken we dat graag met u door op tekening -- dat kost niets, en er zijn monsters van alle drie de kleuren om ze in daglicht te zien voordat u kiest.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink