Klikzink

Zinklook: uitzetting bij lange banen

Wie zich verdiept in zinklook uitzetting bij lange banen, stuit al snel op een rekenkundig gegeven: staal zet uit en krimp door temperatuurwisseling, en hoe langer de baan, hoe groter die beweging in absolute zin wordt. Dat is geen gebrek van het materiaal, het is gewoon natuurkunde. De vraag is niet of een baan beweegt, maar hoe die beweging wordt opgevangen zodat de bekleding niet gaat golven, scheuren of loskomen.

Waar de uitzetting vandaan komt

Staal reageert op temperatuur, en een dak- of gevelvlak in de volle zon kan flink warmer worden dan de omgevingstemperatuur. Bij een paneel van een meter lengte is die uitzetting verwaarloosbaar klein. Bij een baan van tien meter of meer loopt dat op tot een beweging die met het blote oog zichtbaar kan worden als er niets tegen wordt gedaan. Daarom werken wij nooit met één doorlopende bevestiging over de volle lengte. Een deel van de bevestigingspunten ligt vast, de rest is schuivend uitgevoerd, meestal met schuifplooien of glijdende klemmen die de baan laten bewegen zonder dat de beplating vervormt of los trekt. Hoe die vaste en schuivende punten verdeeld worden, hangt af van de lengte van de baan, het materiaal van de ondergrond en de ligging op het dak of de gevel.

Wat dit betekent voor de keuze van baanlengte

Lange, naadloze banen ogen rustig en worden om die reden vaak gevraagd, zeker bij een strak hedendaags ontwerp. Maar een lange baan vraagt wel om een doordachte opbouw. Bij een gevel die op het zuiden ligt en dus veel zoninstraling krijgt, is de temperatuurschommeling groter dan bij een baan op het noorden, en moet de schuifruimte daarop worden afgestemd. Bij een dakvlak met een knik of met doorvoeren, zoals een dakraam of een ventilatiekap, wordt een lange ononderbroken baan lastiger te detailleren, omdat elke doorvoer een vast punt in de baan introduceert waar de rest van de uitzetting omheen moet worden opgelost.

Er zijn situaties waarin wij een lange baan afraden, ook als de klant daar aanvankelijk om vraagt. Op een plat dak met beperkt afschot, waar de ondergrond zelf al een beetje kan werken door houtkrimp of zetting, stapelen de bewegingen zich op en is het verstandiger om met kortere, onderbroken banen te werken die elk hun eigen speling hebben. Hetzelfde geldt bij een ondergrond die niet helemaal vlak of stabiel is: hoe langer de baan, hoe minder vergevingsgezind het systeem is voor kleine oneffenheden. En bij gevels met veel aansluitingen, zoals rond kozijnen of op overgangen naar ander gevelmateriaal, levert een lange baan vaak meer werk op dan hij oplevert aan rust in het beeld, omdat elk detail apart moet worden opgelost binnen die ene lange plaat.

De praktijk leert dat een baanlengte die goed werkt op een rustige, vlakke gevel op het noorden, op een complexe zuidgevel met veel doorvoeren juist tot problemen kan leiden. Daarom bepalen wij de maximale baanlengte per project, aan de hand van de oriëntatie, de ondergrond en de aansluitingen, en niet aan de hand van een vast getal dat voor elk dak of elke gevel zou gelden.

Wilt u weten wat voor uw dak of gevel een haalbare baanlengte is, dan bekijken wij dat het liefst aan de hand van een tekening of een foto van de situatie. Zo kunnen wij vooraf aangeven waar de vaste punten komen, waar de baan juist onderbroken moet worden, en wat dat betekent voor het uiteindelijke aanzicht.

← Alle berichten

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink