Klikzink

Zinklook kantoorpand: de hoek van twee gevels

Bij een kantoorpand kijkt niemand van dichtbij naar de gevel. Mensen fietsen erlangs, rijden erlangs, lopen op honderd meter afstand naar de ingang. Op die afstand valt het oog automatisch op de plek waar het vlak een richting verandert: de hoek waar de ene gevel overgaat in de andere. Dat is de plek waar je in één oogopslag ziet of een gevel strak is opgetrokken of niet. Bij een gebouw met kleine ramen, doorlopende luifels en grote ongedeelde vlakken telt die hoek dubbel, omdat er verder weinig is om het oog af te leiden.

De reden dat die hoek zo veel zegt, ligt niet in het materiaal maar in de manier waarop het licht erop valt. Twee gevelvlakken staan nooit in dezelfde richting ten opzichte van de zon, dus vangen ze ook nooit dezelfde hoeveelheid licht. Een glanzend oppervlak zou dat verschil versterken tot een harde overgang, soms met een lichtflits op het ene vlak en een donkere partij op het andere. Bij zinklook is de glansgraad met opzet laag gehouden, ruim onder de vijf, en dat zorgt ervoor dat beide gevelvlakken er in vergelijkbare, doffe tint bij staan. Het verschil tussen de twee kanten van de hoek wordt dan een verschil in schaduw, niet in schittering. Dat is precies wat je wilt bij een gebouw dat vanaf een afstand beoordeeld wordt: rust op het vlak, en een heldere maar niet opdringerige lijn op de hoek zelf.

Die lijn ontstaat door de fels, de opstaande naad tussen de banen, die ook bij de hoekoplossing zijn werk doet. Bij een felsbaan die om de hoek heen loopt of tegen de hoek aan sluit, blijft die opstaande rand het enige element dat een schaduw geeft die je van veraf nog kunt volgen. Op een grote lege gevel is dat vaak de enige structuur die er is, en daarmee wordt de hoeklijn een soort ruggengraat van het hele beeld. Loopt die lijn niet door, of verspringt hij net op de hoek een paar centimeter, dan zie je dat vanaf de stoep al, zonder dat je kunt aanwijzen waarom het net niet klopt.

Grote vlakken vragen om vlakheid, niet om detail

De zoekvraag achter deze pagina gaat eigenlijk over één ding: wat er met het beeld gebeurt op die overgang. Bij een kantoorpand met grote, strakke vlakken is het antwoord vooral een kwestie van vlakheid houden, niet van het detail zelf verfraaien. Een gevel van dertig meter lang, gezien vanaf de rotonde of vanuit een auto op vijftig kilometer per uur, wordt niet beoordeeld op de afwerking van een enkele naad. Hij wordt beoordeeld op de vraag of het vlak recht blijft liggen, of er geen golving in zit die met laagstaand zonlicht zichtbaar wordt, en of de hoek waar twee vlakken samenkomen een schone, doorlopende lijn geeft in plaats van een hobbelige overgang.

Dat is de reden dat de uitvoering van het vlak hier zwaarder telt dan bij een gebouw waar mensen wel dichtbij komen. Een vlakke plaat toont elke onvlakheid van de ondergrond direct, zeker op een groot paneel in een gladde, donkere kleur als Nordic Night Black. Een plaat met een verstijvingsril of met micro-lines breekt het licht net genoeg om diezelfde onvlakheid te camoufleren, zonder dat het aanvoelt als decoratie. Bij een kantoorpand met een gevelvlak dat groter is dan een paar vierkante meter, is dat vaak het verschil tussen een gevel die er op een grijze middag rustig bij staat en een gevel waarvan je de onderconstructie kunt aflezen. Bij de hoek werkt dat door: een licht gestructureerd vlak verbergt kleine maatverschillen tussen de twee aansluitende gevels beter dan een volledig vlakke plaat dat doet.

Wanneer deze keuze hier niet werkt

Er zijn situaties waarin precies dezelfde eigenschappen die de hoek rustig houden, tegen een kantoorpand gaan werken. Op een gebouw met een complexe gevelindeling, met veel inspringingen, erkers, luifels die net niet in het verlengde van elkaar liggen, of een hoek die geen negentig graden is maar een afwijkende hoek van bijvoorbeeld tachtig of honderd graden, is een strak doorlopende felslijn juist een risico. De lijn die op een simpele gevel de blik rustig langs het vlak leidt, legt op een onregelmatige gevel elke kleine sprong in de aansluiting genadeloos bloot. In dat geval is een materiaal met minder uitgesproken lijnwerk, of een andere hoekoplossing dan een doorlopende baan, vaak passender.

Het werkt ook niet goed als de opdrachtgever eigenlijk op zoek is naar variatie in het beeld, naar een gevel die van dichtbij interessant blijft voor voorbijgangers die wel vlak langs het gebouw lopen, zoals bij een kantoor met een publieksfunctie op de begane grond. Zinklook is gemaakt om op afstand rustig en gelijkmatig te ogen; van dichtbij zie je dat het om stalen platen gaat met een regelmatige, herhaalde baanmaat, en dat is geen nadeel maar wel iets anders dan wat sommige opdrachtgevers voor ogen hebben als ze aan zink denken. Wie op zoek is naar een gevel die van dichtbij nog verrast, moet dat elders zoeken dan in dit materiaal.

En ten slotte werkt de keuze niet als de twee gevels die samenkomen in de hoek een compleet verschillende functie of oriëntatie hebben, bijvoorbeeld een representatieve voorgevel naast een gevel die grotendeels installatietechniek verbergt. Dan is de hoek niet alleen een visueel punt maar ook een punt waar heel andere eisen aan de gevel samenkomen, en is het slimmer om dat gesprek eerst te voeren aan de hand van een tekening dan om ervan uit te gaan dat één materiaal en één baanrichting die twee werelden vanzelf verzoenen.

Wat er wel klopt, in de meeste gevallen

Bij het gangbare kantoorpand met twee heldere, rechte gevelvlakken die in een gewone hoek samenkomen, is de combinatie van een dof, mat oppervlak en een consequent doorgezette felslijn precies wat die hoek nodig heeft. Het oppervlak voorkomt dat de twee gevelkanten door verschillend lichtinval uit elkaar gaan lopen, en de felslijn geeft het oog een vast punt om de overgang langs te volgen. Op een groot vlak is dat genoeg. Er is dan geen extra ornament nodig op de hoek zelf, geen aparte hoekprofilering die de aandacht trekt: de rust zit al in het materiaal, als de plaat vlak ligt en de banen recht doorlopen.

Of dat in een specifiek geval ook echt zo uitpakt, hangt af van de maatvoering van de gevel, de exacte hoek en de manier waarop de banen op tekening worden ingedeeld. Dat is precies waar wij op tekening meedenken, kosteloos, en waar het helpt om eerst een monster in de hand te hebben voordat er iets besteld wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink