Klikzink

Zinklook combineren met baksteen bij kantoorpand

Een kantoorpand met baksteen en een opbouw of dakvlak in zinklook laat twee heel verschillende materialen zien op één gevel. Baksteen is gestapeld, kleinschalig van patroon en onregelmatig van kleur, ook als de bakstenen uit dezelfde partij komen. Zinklook is het tegenovergestelde: grote vlakke banen, een egale matte kleur, en een schaduwlijn die op elke meter precies hetzelfde doet. Die twee naast elkaar zetten is niet lastig, maar de plek waar ze samenkomen bepaalt of het pand eruitziet als één ontwerp of als twee losse beslissingen.

Bij een kantoorpand met een gemetselde onderbouw en een opgetilde bovenbouw of dakopbouw in zinklook is die overgang meestal horizontaal: een dorpel, een rollaag, een strook plaatwerk die de twee vlakken van elkaar scheidt. Hoe smaller die overgang is uitgevoerd, hoe meer het voegt tussen twee tijden lijkt: oud, gebonden metselwerk onder, en een strak, koud gewalst vlak erboven. Dat contrast werkt goed zolang de lijn zelf recht en dun blijft. Wordt die overgangsstrook te breed, of loopt hij niet strak door over de hele gevellengte, dan valt precies op die plek de aandacht, en niet op de vlakken die er eigenlijk toe doen.

Bij een kantoorpand telt vlakheid zwaarder dan bij een woonhuis, omdat het gebouw doorgaans van verder weg wordt bekeken: vanaf de parkeerplaats, vanaf de weg, vanaf het gebouw ertegenover. Op die afstand verdwijnt het voegwerk van de baksteen tot een egale textuur, en datzelfde geldt voor het zinklook: de fels op 475 millimeter wordt een subtiele streping, geen aftelbare reeks banen. Wat overblijft is het grote gebaar: een warm, ruw vlak naast een koel, glad vlak. Dat gebaar moet standhouden vanaf de weg, niet vanaf de steiger. Een architect die het contrast op tekening beoordeelt op basis van een detailfoto van dichtbij, ziet iets anders dan wat er straks vanaf de straat te zien is.

De kleurkeuze bepaalt hoeveel contrast er ontstaat. Metallic Dark Silver naast een rode of bruine baksteen geeft een helder onderscheid tussen twee materialen die niets met elkaar te maken hebben; dat werkt als het gebouw juist die twee tijden of twee bouwdelen wil laten zien, bijvoorbeeld een bestaand kantoorpand met een nieuwe opbouw erop. Nordic Night Black naast baksteen doet iets anders: het silhouet van de opbouw wordt donker en gesloten, waardoor de baksteen als het lichtste en meest actieve deel van de gevel overblijft. Slate Grey zit daar tussenin en oogt het meest als een neutrale partner van bijna elke baksteenkleur, zonder dat een van de twee de show steelt. Welke van de drie hier klopt, hangt af van of het pand het contrast wil benadrukken of juist wil dempen, en dat is een keuze die op de tekening gemaakt moet worden, niet achteraf op de bouwplaats.

De richting van de banen doet hier meer dan bij een gevel zonder baksteen ernaast. Verticale banen op een opbouw boven een horizontaal gemetselde onderbouw benadrukken dat de opbouw een ander bouwdeel is, iets dat lichter oogt en later is toegevoegd. Horizontale banen laten de opbouw juist meelopen met de lijnen van het metselwerk, en dat maakt het pand rustiger maar ook minder duidelijk in twee delen leesbaar. Bij een kantoorpand waar de opbouw een duidelijk andere functie heeft, bijvoorbeeld een technische verdieping of een teruggelegen dakverdieping, is een verticale richting vaak leesbaarder. Bij een pand dat als één geheel moet ogen, ligt horizontaal voor de hand.

Er is een situatie waarin deze combinatie niet goed uitpakt, en dat is bij een kleine hoeveelheid zinklook op een overwegend bakstenen gevel: een klein dakkapelletje, een enkel opgetild randje, een dakrand van een halve meter hoog. Op die schaal wordt het zinklook geen vlak meer maar een detail, en een dof metalen detail tussen veel baksteen oogt eerder als een reparatie dan als een materiaalkeuze. Zinklook is ontworpen om als vlak te werken; op een klein oppervlak verdwijnt precies het effect waarvoor de banen en de matte coating bedoeld zijn, en blijft er een grijs of zwart randje over dat niet meer met de rest van het pand communiceert. Voor zo'n klein element is een ander materiaal vaak logischer, en wie twijfelt of het aandeel groot genoeg is om als eigen vlak te functioneren, kan dat het beste vooraf op tekening beoordelen, niet na plaatsing.

De voeg tussen baksteen en zinklook is op detailniveau ook een kwestie van vlakheid houden. Baksteen zet en krimpt met de seizoenen op een andere manier dan een gewalste stalen plaat; zinklook zet ongeveer half zoveel uit als traditioneel zink, maar beweegt nog altijd anders dan metselwerk. Die overgang moet ruimte krijgen om te bewegen zonder dat de rechte lijn zelf verspringt, want een golvende of onderbroken overgangslijn valt precies daar op waar het contrast tussen de twee materialen al de aandacht trekt. Dat is een detailleringsvraag voor op tekening, en juist bij een kantoorpand waar het gebouw van afstand beoordeeld wordt, telt een strakke lijn zwaarder dan een lijn die goed bedoeld is maar in de uitvoering kromtrekt.

Wie deze combinatie overweegt voor een kantoorpand, doet er goed aan het contrast eerst op ware grootte te bekijken: een monster van de gekozen kleur naast een stuk van de bestaande of nieuwe baksteen, in het licht dat op de gevel valt. Vanaf daar is te zien of het contrast het gebouw sterker maakt of alleen onrustiger. Bij Klikzink liggen monsters van alle drie de kleuren klaar, en denken we op tekening mee over waar de overgang precies loopt en hoe breed die moet zijn om strak te blijven.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink