Klikzink

Zinklook bij de goot en dakrand van een monumentaal pand

Op een monumentaal pand is de goot geen bijzaak. Welstand kijkt daar vaak het langst naar, omdat de dakrand de plek is waar het silhouet van het gebouw tegen de lucht afsteekt. Een vlak op het dak zelf kan nog zoveel kloppen, als de rand rommelig oogt of als het profiel daar plotseling anders aandoet dan de rest, is dat wat blijft hangen bij wie er langsloopt of langsfietst.

Bij een pand in een beschermd gezicht is het beeld van zink vaak niet zomaar een voorkeur maar de norm waaraan een welstandscommissie toetst. Dat betekent dat de goot en de dakrand niet alleen technisch moeten aansluiten op het dakvlak, maar ook optisch: dezelfde kleur, dezelfde matheid, en een lijn die even scherp is als de fels tussen de banen daarboven. Wij maken de bakgoten, de mastgoten en de daktrim daarom in dezelfde coating en dezelfde kleur als het dakvlak, zodat er geen overgang zichtbaar is waar het dak in de gevel of in de goot overloopt.

Waar dit misgaat, is meestal niet bij het dakvlak zelf maar bij de randafwerking. Een goot die in een ander materiaal is uitgevoerd, of in een gladdere plaatafwerking dan de banen erboven, springt eruit doordat hij het licht anders teruggeeft. Zink krijgt in de loop van de tijd een eigen, ongelijke waas; dat proces beschrijven wij bij het patina dat zink wel krijgt. Onze coating verandert niet op die manier, en dat is precies waarom de rand er tien en twintig jaar na plaatsing nog hetzelfde uit moet zien als het dakvlak: geen kleurverloop, geen glans die ergens toch weer opduikt. Bij een monumentaal pand is die gelijkmatigheid meestal precies wat gevraagd wordt, omdat de goot daar niet als los onderdeel gezien mag worden.

Er is ook een praktisch punt dat het beeld direct raakt: bij een dakrand met een scherpe daklijst of een geprofileerde kroonlijst moet de plaat vaak in kleine, precieze zettingen om de rand heen. Onze plaat is tot -15 graden koud vouwbaar, wat betekent dat die vorm op locatie gezet kan worden zonder dat de coating scheurt of de kleur op de vouw anders wordt. Bij een gietijzeren of houten dakrand met veel profilering kan dat net het verschil maken tussen een rand die aansluit en een rand die als opgelegd stukje plaatwerk oogt.

De schaal van de goot moet ook kloppen met de schaal van het dak. Onze banen zijn leverbaar op maat afgekort tot op de millimeter, en dat geldt ook voor de randstroken en de gootbekleding. Op een breed dakvlak met banen van bijvoorbeeld 400 millimeter werkt een smalle, gedetailleerde daktrim vaak beter dan een grote gladde plaat, omdat die aansluit bij het ritme dat wij bespreken bij de baanbreedte en de schaal. Bij een smal, steil dakvlak is het vaak precies andersom en werkt een rustiger, minder gedetailleerde randafwerking beter, om te voorkomen dat de goot drukker oogt dan het dak zelf.

Wij zien ook gevallen waarin zinklook bij de dakrand niet de juiste keuze is. Bij een rijksmonument met een oorspronkelijke lood- of zinkgoot die als authentiek onderdeel is aangemerkt, verwacht welstand vaak herstel in het bestaande materiaal, niet een vervangend systeem, ook niet een dat er in beeld sterk op lijkt. Ook bij een goot met veel ornamentiek, zoals gesneden consoles of een sierlijst die in het historische materiaal is meegevat, ligt maatwerk in zink of lood eerder voor de hand dan een stalen bekleding. Onze plaat is sterk in het rustige, strakke vlak; bij overdadig gedetailleerd smeed- of snijwerk komt die kracht niet tot zijn recht.

Een ander punt waar de goot het beeld kan breken, is de overgang naar de gevel. Bij veel monumentale panden loopt de dakrand door in een boeiboord of een gevellijst die in een ander materiaal is uitgevoerd, zoals natuursteen of gepleisterd metselwerk. Daar is het niet de bedoeling dat het dakmateriaal die overgang overneemt; de vraag is juist waar de zinklook eindigt en het andere materiaal begint, en of die lijn even scherp is als de schaduwlijn tussen de dakbanen. Wij werken dat detail meestal uit op tekening, samen met de architect, zodat de dakrand het dakvlak logisch afrondt in plaats van een eigen element te worden.

Ook bij dakkapellen en dakoverstekken op een monumentaal pand speelt de goot een rol die verder gaat dan afwatering. Een overstek met een zichtbare onderkant in dezelfde kleur en matheid als het dakvlak, met een goot die daar ononderbroken op aansluit, oogt als één gebaar. Zodra de goot in een glimmender plaatwerk is uitgevoerd dan de rest, valt dat direct op, juist omdat een monumentaal pand meestal van dichtbij wordt bekeken en beoordeeld.

Wij denken op tekening mee over dit soort aansluitingen, kosteloos, en dat geldt ook voor de detaillering van goten en dakranden bij een beschermd pand. Van de drie kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, kunt u een monster opvragen om te zien hoe die tegen het licht van uw gevel of dak vallen bij de randafwerking. Neem contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede, of stuur uw tekening, dan kijken wij mee naar waar het vlak van uw dak precies overgaat in de goot.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink