Klikzink

Zinklook bedrijfspand: de goot en de dakrand

Een bedrijfsgevel wordt zelden bekeken. Er rijdt iemand langs, er loopt iemand het pad op naar de entree, er staat iemand te wachten bij de laaddeur. Niemand blijft ervoor stilstaan om het vlak te bewonderen. Precies daardoor valt de rand van dat vlak wel op, ook al is dat niet de bedoeling. De plek waar de gevel overgaat in het dak, waar de goot hangt en waar de dakrand het silhouet van het gebouw tekent, is de plek waar het oog automatisch naar toe gaat zodra er iets niet klopt. Bij een dof metalen vlak in zinklook is die overgang scherper dan bij bakstenen of gepleisterde gevels, en dat maakt de afwerking van die rand belangrijker dan hij op het eerste gezicht lijkt.

De reden zit in het beeld zelf. Een felsbaan geeft een rechte, harde lijn: de opstaande fels van 35 millimeter en de schaduw die daarin valt, tekenen het vlak strak af. Waar dat vlak stopt bij de dakrand, moet die strakheid ergens landen. Gaat de gevelbekleding gewoon dood tegen een verweerde bakgoot of een dakrand die in een heel ander materiaal is afgewerkt, dan ziet u dat onmiddellijk, ook zonder dat u kunt zeggen wat er precies mis is. Het vlak klopt, de rand klopt niet, en het beeld valt uit elkaar op het punt waar het gebouw eigenlijk af zou moeten zijn.

Bij een baksteengevel valt dit veel minder op. Baksteen heeft zelf al onregelmatigheid in kleur en voeg, dus een iets afwijkende dakrand verdwijnt in die ruis. Een dof zinklook vlak heeft die ruis niet. De kleur is overal gelijk, de glansgraad ligt onder de 5, en juist die egaliteit maakt dat een afwijking bij de rand meteen zichtbaar wordt. Wat bij baksteen een detail is, is bij zinklook een onderdeel van het hoofdbeeld.

Een goot die meedoet in het beeld, of een goot die stoort

De klassieke bakgoot aan een bedrijfspand is meestal aluminium of gecoat staal, vaak in een kleur die decennia geleden is gekozen zonder aan de gevel eronder te denken. Als de gevel daaronder in Nordic Night Black of Metallic Dark Silver wordt uitgevoerd, valt die oude gootkleur op een manier op die er voor de verbouwing niet was. Voor de gevel er stond, was de goot een onderdeel van een gebouw dat niemand aankeek. Na de gevel is de goot het enige onderdeel dat nog aan het oude gebouw herinnert, en dat ziet u.

Het is dus niet genoeg om alleen naar het gevelvlak te kijken bij de keuze voor een kleur. De goot, de daktrim en de eventuele regenpijp langs de gevel horen in dezelfde afweging. Soms is de oplossing simpel: de goot meebekleden of vervangen in een kleur die bij het vlak past. Soms is het beter om bewust een contrast te maken, zodat de goot duidelijk een ander bouwdeel is en niet een mislukte poging om mee te doen met de gevel. Wat niet werkt, is de goot negeren en hopen dat niemand hem ziet. Bij een dof vlak wordt precies dat wat er niet bij past het eerste wat opvalt.

Waar de fels de dakrand ontmoet

Aan de bovenkant van de gevel, waar het felswerk overgaat in het dakvlak of in een daktrim, ligt een tweede punt waar het beeld gemaakt of gebroken wordt. De banen lopen in een vaste werkende breedte van 475 millimeter, met de fels als vaste maat erin. Bij de dakrand moet die maatvoering ergens eindigen, en als dat eindigen slordig gebeurt, met een half afgesneden baan of een overgang die niet op de fels aansluit, ziet u dat van veraf al. Niet omdat u weet hoe felswerk werkt, maar omdat het ritme van de banen plotseling stokt.

Omdat onze platen op de millimeter worden afgekort en op maat geleverd, is dit een kwestie van vooraf goed opmeten en op tekening laten meedenken, niet van improviseren op de steiger. Een dakrand die de baanindeling laat doorlopen tot een logisch eindpunt, oogt als één doordacht vlak. Een dakrand waar de laatste baan ergens halverwege wordt afgekapt om de maat te laten kloppen, oogt als een compromis, en dat compromis is precies wat opvalt bij een gebouw dat verder niemand aankijkt.

Wanneer deze aandacht niet nodig is

Er zijn bedrijfspanden waar dit verhaal minder telt. Een loods met een dakrand die vanaf de grond nauwelijks te zien is, achter een erfafscheiding of hoog boven het maaiveld, vraagt niet om deze precisie. Als niemand de rand ziet, hoeft de rand ook niet te kloppen met het vlak. In dat geval is het geen verspilde moeite om er wel aandacht aan te geven, maar het is ook niet de plek waar het budget of de aandacht naartoe moet. Beter besteed aan het vlak dat wel gezien wordt: de kant langs de weg, de kant bij de entree.

Omgekeerd is er ook een situatie waarin zinklook op de gevel de verkeerde keuze is vanwege precies deze reden. Als de dakrand en de goot van een bestaand pand in slechte staat zijn, roestig, verzakt of in een verweerde kleur die niet meer te matchen is, en er geen budget is om die rand mee aan te pakken, dan maakt een nieuw dof metalen gevelvlak het probleem zichtbaarder dan het was. De oude, matte bakstenen gevel verhulde die rand een beetje. Een strak zinklook vlak legt hem juist bloot. In dat geval is het eerlijker advies om de gevel en de dakrand in één keer aan te pakken, of de gevelkeuze uit te stellen tot dat kan, dan om alleen het vlak te vervangen en de rest te laten zitten.

Wat dit betekent voor de keuze

Bij een bedrijfspand dat verder ongezien blijft, is het gevelvlak zelf meestal niet het probleem. De keuze voor kleur, richting en uitvoering van het vlak is met de juiste voorbereiding goed te maken. Het punt waar het misgaat, is de rand: de goot die niet meegedacht is, de dakrand waar de laatste baan verkeerd uitkomt, de overgang naar een bouwdeel in een ander materiaal dat nooit voor het oog bedoeld was. Laat bij de voorbereiding daarom niet alleen het vlak op tekening staan, maar ook de rand ervan. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en met monsters van de drie kleuren kunt u vooraf zien hoe het vlak en de rand er samen uit gaan zien voordat er iets wordt gemonteerd.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink