Klikzink
Een schuurwoning ontleent haar vorm aan een eenvoudige gedachte: een agrarisch bouwvolume, maar dan afgewerkt als woonhuis. Geen goot die het dak van de gevel knipt, geen overstek die schaduw gooit op de plek waar het dak overgaat in de wand. Die overgang, vaak op de kop van het gebouw of over de volle lengte van de kap, is precies waar de schaduwlijn tussen de felsbanen zijn werk moet doen. Bij een gewoon dak valt die lijn niet zo op omdat het dak zich niet bemoeit met de gevel. Bij een schuurwoning wel, en dat is de reden dat deze vraag hier anders ligt dan bij andere gebouwtypes.
De haakse fels van 35 mm staat rechtop tussen de banen. Overdag valt er licht schuin op, en dat licht schept een schaduw aan één kant van elke opstaande naad. Vroeg op de dag ligt die schaduw anders dan aan het einde van de middag. Op het dakvlak, waar de zon van bovenaf komt, is de schaduwlijn vaak kort en scherp. Op de gevel, waar het licht laag invalt, wordt diezelfde lijn langer en zachter. Bij een schuurwoning ziet u dat verschil in hetzelfde beeld, omdat dak en gevel in elkaar overlopen zonder onderbreking. De lijn die op het dak nog stevig oogt, wordt op de gevel een stuk subtieler, en dat is geen fout van het materiaal maar een gevolg van de invalshoek van het licht op een doorlopend vlak.
Op een schuurwoning loopt de bekleding vaak letterlijk door van dak naar gevel, in één richting, over de nok of de daklijn heen. Dat vraagt om een deklijn die zich op beide vlakken hetzelfde gedraagt, ook al valt het licht er anders op. Een zinklook felsbaan doet dat, omdat de fels een vaste hoogte houdt en het profiel niet verandert bij de knik van dak naar wand. Het is diezelfde lijn, alleen belicht vanuit een andere hoek. Bij een schuurwoning met een flauwe kap en een lage helling, dicht bij het minimum van zes graden, ligt die knik minder scherp en oogt de schaduwlijn op het dakvlak bijna als een verlengstuk van de gevel. Bij een steilere kap, richting de veertig graden die bij schuurwoningen ook voorkomt, staat het dakvlak veel meer rechtop in het gezichtsveld en wordt het contrast tussen de twee vlakken juist groter: de schaduwlijn op het dak vangt dan een heel ander deel van de lucht dan die op de gevel.
Op een bewolkte dag verdwijnt een groot deel van dit spel. Zonder harde lichtinval wordt de schaduw vlak en zacht, en oogt het geveldeel bijna gelijk aan het dakdeel. Dat is precies waarom een schuurwoning met deze bekleding er op een grijze dag rustiger uitziet dan op een heldere: niet omdat het materiaal verandert, maar omdat de schaduwlijn die het ritme bepaalt tijdelijk wegvalt.
Er is een moment waarop deze schaduwlijn niet meewerkt, en dat is bij lage, scherende avondzon op een gevel die naar het westen kijkt. De felsen werpen dan lange, harde schaduwen die de gevel een streperig beeld geven, terwijl het dak op dat moment vlak en donker oogt omdat er nauwelijks licht op valt. Bij een schuurwoning met een groot, ononderbroken gevelvlak richting de avondzon kan dat een onrustiger beeld geven dan de architect op tekening voor ogen had. Dat is geen gebrek aan het profiel, maar een gevolg van de keuze om één doorlopend materiaal te gebruiken op een vlak dat qua lichtval sterk varieert over de dag. Wilt u die onrust vermijden, dan is een uitvoering met micro-lines op het grote gevelvlak een overweging: die breekt het licht al in kleine lijntjes voordat de felsschaduw dat op grotere schaal doet, en dat maakt het verschil tussen dak en gevel bij laagstaande zon minder uitgesproken.
Bevestiging speelt hier ook een rol, al gaat het niet om de vraag of het vastzit. De klemmen zitten verscholen onder de fels, dus de lijn die u ziet is uitsluitend de opstaande naad zelf, zonder onderbreking door schroefkoppen. Bij een schuurwoning, waar dak en gevel in het zicht van de weg of het erf in één opslag te zien zijn, telt dat: niets trekt de aandacht weg van de doorlopende lijn zelf.
Een schuurwoning met veel kleine dakvlakken, dakkapellen of opgaande delen die het dakvlak opbreken, geeft de schaduwlijn weinig ruimte om zijn werk te doen. De lijn heeft lengte nodig om het effect van verspringend licht te laten zien; op korte, onderbroken vlakken valt er weinig te zien behalve een reeks korte streepjes die nergens een doorlopend beeld vormen. Ook een schuurwoning die grotendeels in de schaduw van bomen of buurbebouwing staat, profiteert weinig van dit kenmerk: zonder directe lichtinval blijft de schaduwlijn vlak, en betaalt u in feite voor een eigenschap die zelden te zien is. In die gevallen ligt de keuze eerder bij de kleur en de rust van het vlak dan bij het spel van licht en schaduw, en is een ander verhaal op deze site, over de kleur of het vlak zelf, een beter startpunt dan dit.
Voor een schuurwoning die wel goed ligt in het licht, met een aflopend dakvlak dat vrij zicht heeft op de lucht en een gevel die minstens een deel van de dag zon vangt, is de schaduwlijn tussen de banen een van de weinige details die de doorlopende vorm van dak naar gevel echt laat zien zonder dat er een aparte overgang of trim nodig is. Wij denken graag mee over de richting en de plaatsing van de banen op tekening, zodat die lijn op uw gebouw doet wat u ervan verwacht, en dat kost u niets.