Klikzink
Een parkbeheerder die ons belt over dit onderwerp heeft meestal al twee offertes op tafel liggen, één voor stalen zinklook en één voor aluminium, en de vraag is niet welk metaal beter is. De vraag is welk metaal er over vijf jaar nog uitziet als één park, en niet als vijftien bungalows die toevallig naast elkaar staan.
Dat is een andere vraag dan bij één woonhuis. Op één huis vergelijkt een eigenaar twee stalen op zichzelf. Op een park vergelijkt hij twee stalen die naast, tegenover en boven elkaar liggen, zichtbaar vanaf hetzelfde pad, in hetzelfde licht, op hetzelfde moment. Verschillen die bij één dak verdwijnen in de details, tellen hier op over tientallen daken.
Stalen zinklook met een gecoate afwerking houdt zijn kleur en zijn matte glansgraad over de volle levensduur vast, op de manier waarop een gecoat oppervlak dat doet: gelijkmatig, en met minimale wisseling tussen platen uit dezelfde partij. Aluminium wordt in vergelijkbare kleuren en coatings geleverd en gedraagt zich daarin niet wezenlijk anders; het verschil dat parkbeheerders in de praktijk tegenkomen, zit niet in het aluminium zelf maar in de partij. Aluminium daken worden vaker in kleinere plaatformaten en in losse bestellingen over een langere bouwperiode aangeleverd, en dan kan de kleurpartij bij fase twee van het park net iets anders uitvallen dan bij fase één. Bij een park dat in één keer op maat gewalst en in één levering geplaatst wordt, speelt dat risico niet; het ontstaat vooral wanneer een park in delen wordt gebouwd of wanneer een dak jaren later vervangen wordt met materiaal van een andere leverancier. Wij walsen zelf en leveren op de millimeter, wat dat risico voor een park in één fase wegneemt, maar het is een reden om bij een park dat over meerdere jaren gefaseerd wordt gebouwd, vooraf te reserveren welke kleurcode en welke leverancier voor het hele project blijft staan, welk metaal er ook gekozen wordt.
Aluminium daken worden vaak met een dunnere plaat en een lichtere fels uitgevoerd, omdat het materiaal zelf lichter is. Dat geeft een subtieler, iets vlakker beeld: minder diepte in de schaduwlijn tussen de banen, een oppervlak dat van dichtbij net iets minder body heeft. Op één dak, van de weg gezien, valt dat zelden op. Op een park waar bezoekers over een centraal pad tussen de bungalows lopen en van dichtbij langs de gevels komen, wordt dat verschil in body juist wel gezien, en dan liever aan de ene kant van het park dan verspreid: een mix van beide materialen op zichtafstand van elkaar oogt sneller als een verzameling dan als één ontwerp, ook als de kleur wel klopt.
Het derde verschil zit in de uitzetting, en dat is precies waar techniek het beeld raakt
Aluminium zet ongeveer twee keer zo veel uit bij temperatuurwisseling als staal. Bij een enkel dak lost een goede detaillering dat probleem op zonder dat het te zien is. Bij een park met tientallen identieke daken naast elkaar, allemaal in de volle zon of allemaal in de schaduw van bomen, gebeurt die uitzetting op alle daken tegelijk en op dezelfde manier. Een lichte golving in de plaat die bij één huis een incident is, wordt bij een park een patroon dat over de hele rij zichtbaar is als de zon er schuin op staat. Stalen zinklook zet ongeveer half zoveel uit als zink en aanzienlijk minder dan aluminium; wij noemen dat niet om aluminium af te schrijven, maar omdat het bij een groot aantal identieke, naast elkaar gelegen vlakken meer gewicht krijgt dan bij één losstaand dak.
Er zijn situaties waarin aluminium voor een park de betere keuze blijft, en die noemen we liever hier dan pas als iemand er tegenaan loopt. Op een park direct aan de kust, met zoute wind over alle daken tegelijk, is aluminium van nature ongevoelig voor de corrosie die zout met zich meebrengt, terwijl verzinkt staal daar meer op de coating leunt om dat op te vangen. Bij zeer lichte dakconstructies, zoals bij recreatiewoningen op palen of met een lichte houtskeletbouw, telt elke kilo op het dakvlak mee, en dan is het gewichtsverschil tussen aluminium en de ongeveer vijf kilo per vierkante meter van stalen zinklook een reëel argument. En bij een park waar de architect bewust voor een lichter, minder uitgesproken schaduwbeeld kiest, past de dunnere aluminium fels beter bij die keuze dan een felslijn die bedoeld is om op te vallen.
Bij een park dat uit fases bestaat en over een aantal jaren opgeleverd wordt, geeft de mogelijkheid om alles op maat en in één partij te laten walsen meer zekerheid dat fase drie nog aansluit op fase één. Bij een park met veel identieke rijen daken, zichtbaar vanaf hetzelfde pad of dezelfde weg, geeft de iets diepere fels van staal een schaduwlijn die op afstand duidelijker leesbaar blijft, wat helpt om de rij als één patroon te laten lezen in plaats van als losse platen. En bij een park in het binnenland, zonder directe zoute belasting, is er voor de gecoate stalen uitvoering geen technisch argument om voor aluminium te kiezen dat er bij zink of aluminium niet ook al lag.
De keuze die de meeste spijt voorkomt op een park is niet zinklook óf aluminium in het algemeen, maar één materiaal, één kleurcode en één leverancier voor het hele project, vastgelegd voordat de eerste fase besteld wordt. Wilt u voor uw park de twee materialen naast elkaar zien in de kleur die u overweegt, dan denken wij daarin mee op basis van de tekening, en dat kost niets.