Klikzink

Zinklook woonhuis combineren met glas

Bij een woonhuis met veel glas speelt zich iets af dat op een loods of een schuur zelden een rol speelt: er staan twee heel verschillende materialen naast elkaar, en ze doen het tegenovergestelde met licht. Glas spiegelt, zinklook niet. Dat contrast is precies de reden dat de combinatie zo vaak wordt gekozen, en het is ook de reden dat de combinatie soms tegenvalt.

Een ruit spiegelt de lucht, de bomen aan de overkant, de auto die voorbijrijdt. Op een heldere dag kan een grote pui bijna wit lijken van het licht dat erop valt. Zinklook doet dat niet. De coating waarmee onze stalen banen zijn afgewerkt heeft een glansgraad onder de 5, en dat betekent dat het oppervlak licht verstrooit in plaats van terugkaatst. Er is geen spiegelbeeld te zien in de gevel, hooguit een egale, zachte lichtval die verandert met de stand van de zon. Naast een pui die op dat moment wel spiegelt, ontstaat een verschil dat niet subtiel is. Het glas trekt de blik, de zinklook blijft rustig liggen. Dat is meestal precies de bedoeling: het glas is het venster naar binnen, de gevel is de rand ervan.

Waar het misgaat, is wanneer die rand te dun wordt. We zien het bij woonhuizen waar de puien breed zijn genomen en de zinklook alleen nog als een smalle band tussen kozijn en dakrand overblijft. Op de tekening lijkt dat een logische keuze: veel glas, veel licht, en de gevelbekleding als accent. Van de stoep gezien werkt het anders. Een smalle strook mat materiaal naast een grote spiegelende vlakte oogt niet als een rustig accent maar als een restje. De zinklook krijgt dan geen kans om zijn eigen beeld op te bouwen: de banen, de fels, de schaduwlijn. Er is simpelweg te weinig vlak om dat te laten zien. Wilt u dat de zinklook ook echt als gevelmateriaal wordt gezien en niet als lijst om het glas, dan moet er praktisch gezien genoeg aaneengesloten vlak overblijven om een paar banen naast elkaar te tonen. Hoeveel dat precies is, verschilt per gevel en per gevelindeling, en dat bekijken we het liefst op tekening.

De andere kant van hetzelfde probleem is een gevel waar het glas juist inspringt, met de zinklook eromheen als een dominant vlak. Dat werkt bijna altijd beter voor het materiaal zelf, maar het verschuift de aandacht. Mensen die dagelijks langs dit huis lopen, op ooghoogte, van een paar meter afstand, zien dan vooral de zinklook: de richting van de banen, of ze staand of liggend zijn gelegd, en waar de schaduwlijn tussen de felsen precies valt ten opzichte van de raamopeningen. Een raam dat niet op een felslijn uitkomt, of een deurkozijn dat een halve baanbreedte scheef staat ten opzichte van de gevelindeling, valt op deze schaal sneller op dan op een groot pand waar de kijkafstand vanzelf meer vergeeft. Dat is geen kwestie van kwaliteit van het materiaal, het is een kwestie van maatvoering op tekening, en die maatvoering doen we het liefst voordat er een plaat gewalst wordt. Onze banen worden op de millimeter afgekort, en dat is precies waarom het de moeite waard is om de raamindeling en de baanindeling samen op te lossen in plaats van na te meten wat er overblijft.

Er is nog een reden waarom deze combinatie op een woonhuis anders werkt dan op een bedrijfsgebouw met grote vlakken glas. Bij een woonhuis staat u er middenin. U kijkt door het glas naar buiten en ziet de eigen gevel gespiegeld in het glas van de buren, of omgekeerd. Vanaf de stoep, van dichtbij, ziet een voorbijganger het glas en de zinklook naast elkaar op dezelfde ooghoogte waarop hijzelf staat, niet van boven of van veraf zoals bij een hoog gebouw. Kleine dingen tellen dan mee die verder weg zouden verdwijnen: een klemverbinding die net iets te ver van de raamdorpel zit, een baan die begint of eindigt op een plek die niet aansluit bij het kozijn ernaast. Dat is precies waarom we aanraden dit soort gevels op tekening te laten uitwerken in plaats van standaardmaten aan te houden. Meedenken over de indeling kost niets, en het scheelt achteraf een gevel die technisch klopt maar er net niet uitziet zoals bedoeld.

Er is ook een seizoensgebonden kant aan dit verhaal die bij glas een grotere rol speelt dan bij een gesloten gevel. In de winter, met een lage zon, kan een pui fel spiegelen op momenten dat de zinklook ernaast juist z'n donkerste kant laat zien, zeker bij Nordic Night Black. Het contrast is dan het grootst. In een grijze, bewolkte periode vervlakt dat verschil: het glas spiegelt minder scherp, de zinklook blijft ongeveer even mat als altijd. Wie een tekening beoordeelt op een zonnige dag met de zon in de rug, ziet dus niet automatisch hetzelfde beeld dat er op een regenachtige middag in november staat. Dat is geen reden om van de combinatie af te zien, wel een reden om er niet van uit te gaan dat het licht in de tekensessie representatief is voor het hele jaar.

Wanneer werkt de combinatie niet goed? Als de gevel zo veel glas heeft dat de zinklook alleen nog als restvlak overblijft, verliest het materiaal zijn eigen beeld en wordt het decoratie in plaats van gevel. Als de raamindeling niet is afgestemd op de baanbreedte van 475 mm, ontstaan aansluitingen die van de stoep uit onrustig ogen, juist omdat deze gevel op ooghoogte en van dichtbij wordt bekeken. En als de verwachting is dat de zinklook naast spiegelend glas hetzelfde spiegelende karakter krijgt, dan komt die verwachting niet uit: dat is precies het contrast waarvoor deze bekleding gekozen wordt, niet een tekortkoming die verdwijnt bij een andere kleur of een andere plaatuitvoering.

Wilt u deze combinatie op uw eigen gevel laten zien voordat er iets wordt gewalst, dan denken we mee op tekening, kosteloos, en kunt u de kleuren en de matte afwerking ook als monster bekijken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink