Klikzink
Wie een aanbouw laat maken naast een huis met een zinken dakkapel, een zinken dakrand of een oude zinken schoorsteenkraag, stelt zich op een gegeven moment de vraag hoe die aanbouw er over een paar jaar naast staat. Het antwoord ligt niet in de kleurkaart, maar in het materiaal zelf. Zink is een metaal dat reageert op lucht en vocht. Er ontstaat een dunne laag zinkcarbonaat op het oppervlak, die eerst wat dof en vlekkerig aandoet en na een aantal jaren overgaat in een gelijkmatiger, blauwgrijze patina. Dat proces heet verzinken in de volksmond ten onrechte, het is patineren, en het stopt niet. Zink van tien jaar oud ziet anders uit dan zink van één jaar oud, en dat is precies de reden waarom mensen ervan houden of het juist afkeuren.
Onze zinklook doet dat niet. De banen zijn gemaakt van verzinkt staal met een gecoate afwerking, en die coating is er om één reden: de kleur die u vandaag kiest, is de kleur die er over vijftien jaar nog steeds staat, afgezien van gewone vervuiling die met regen grotendeels wegspoelt. Er is geen patina die zich vormt, geen overgangsfase waarin het eerst lichter en dan donkerder wordt, geen gedeelte dat door beschutting anders verkleurt dan een gedeelte dat vol in de regen staat. Wat er wel gebeurt bij zink, en juist niet bij een gecoat paneel, is dat de verkleuring nooit helemaal gelijk verloopt. Een regenpijp die op één plek water afvoert, een overstek die een strook beschermt, een boom die schaduw geeft: bij zink tekent dat zich op termijn af in de kleur. Bij onze coating blijft dat vlak, jaar na jaar.
Hier wordt het interessant voor een aanbouw specifiek, want een aanbouw staat per definitie naast iets ouders. Heeft het bestaande huis een zinken dak dat al twintig jaar buiten staat en inmiddels die karakteristieke matgrijze, iets onregelmatige patina heeft, dan is de eerste gedachte vaak: dan moet de aanbouw daar toch bij aansluiten. Dat lukt bij aanleg ook wonderwel goed, want nieuwe zinklook-banen in Slate Grey of Metallic Dark Silver liggen qua kleurtoon dicht bij verweerd zink. Op de oplever-foto staat het er verzorgd en passend bij.
Het punt is wat er daarna gebeurt. Het bestaande zink blijft veranderen. Het wordt met de jaren nog iets grijzer, iets vlakker, soms plaatselijk iets donkerder rond een regenpijp of onder een boom. De zinklook op de aanbouw doet dat niet. Wie bij de bouw dacht twee identieke vlakken naast elkaar te zetten, ziet dus over een aantal jaar twee vlakken die van elkaar weglopen: het oude dak patineert door, de nieuwe aanbouw staat stil. Dat is geen fout van het materiaal, het is een eigenschap die bij de keuze horen. Een aannemer die dit vooraf benoemt, bespaart de opdrachtgever een teleurstelling die pas na verloop van tijd zichtbaar wordt.
Die divergentie is het grootste probleem als het bestaande zink relatief jong is en nog midden in het patineerproces zit, of als het oude en nieuwe deel in het zicht vanaf dezelfde plek samenkomen, bijvoorbeeld een doorlopende dakvlak waarbij de goot van het hoofdhuis in één lijn overgaat in de aanbouw. Daar valt een kleurverschuiving na verloop van tijd op, hoe subtiel ook, omdat het oog precies op de naad let.
Ligt het bestaande zink er al lang, is de patina al voor een groot deel uitgekristalliseerd tot die stabiele matgrijze eindkleur, en staat de aanbouw op enige afstand of onder een andere kijkhoek, dan is het verschil in de praktijk klein en blijft de aansluiting overtuigend. Zink verandert het meest in de eerste jaren; wie een aanbouw laat aansluiten bij dertig jaar oud zink, ziet weinig verdere divergentie ontstaan, simpelweg omdat het oude materiaal ook nauwelijks meer verandert.
Er is een andere route, en die wordt bij een aanbouw te weinig overwogen: niet aansluiten, maar bewust afsteken. Een aanbouw is bouwkundig al een apart volume, vaak met een andere kapvorm, andere maat kozijnen en een andere rooilijn. Door de aanbouw in een duidelijk andere kleur te zetten, bijvoorbeeld Nordic Night Black naast een ouder zinken dak, ontstaat er geen verwachting van gelijkheid die na jaren uit elkaar valt. Het oude deel mag doorpatineren zoals het wil, het nieuwe deel blijft precies wat het bij oplevering was. Niemand vergelijkt de twee op verkleuring, omdat ze vanaf dag één al niet gelijk waren.
Dat is ook de praktische reden waarom veel architecten bij een aanbouw met een bestaand zinken dak toch voor een duidelijk eigen materiaalkeuze kiezen in plaats van een imitatie van het bestaande. Niet omdat het beter zou zijn, maar omdat het op de lange termijn minder kans geeft op een mismatch die je bij de start niet ziet en na vijf jaar wel.
De reden om ondanks dat verschil toch voor zinklook te kiezen in plaats van, zeg, een houten of stenen aanbouw, blijft overeind: de smalle banen, de haaks opstaande fels van 35 millimeter en de dof matte glans onder de 5 geven een aanbouw hetzelfde silhouet en dezelfde textuur als een zinken dak, zonder dat u het onderhoud of de onvoorspelbaarheid van echt zink erbij krijgt. Op dak en gevel gelegd, vanaf zes graden dakhelling, in dezelfde werkende breedte van 475 millimeter, sluit de vorm van de aanbouw wél aan bij een zinken hoofdhuis, ook als de kleur na verloop van tijd een andere weg gaat. Wie liever helemaal geen verschil wil laten ontstaan, moet zich dus niet richten op de kleurkaart maar op het materiaal: alleen echt zink patineert als zink.
Wat wij vooraf altijd meegeven, is dat deze keuze niet goed of fout is, maar wel gemaakt moet worden. Aansluiten geeft op de korte termijn het rustigste beeld en op de lange termijn een langzaam groeiend verschil. Afsteken geeft vanaf dag één een duidelijke tweedeling die nooit meer verandert. Beide zijn te verantwoorden, en welke van de twee bij uw aanbouw past, hangt af van hoe oud het bestaande zink is, hoe dicht de twee vlakken elkaar in het zicht raken, en of u over tien jaar liever een geleidelijk verschil ziet ontstaan of een verschil dat er van meet af aan is en blijft. Stuur ons een foto of tekening van de bestaande situatie, dan kijken wij mee welke van de twee hier het beste standhoudt.