Klikzink

Zinklook aanbouw: banen staand of liggend leggen

Bij een aanbouw komt de vraag naar de richting van de banen eerder dan bij de meeste andere gebouwen, en dat is niet toevallig. Een aanbouw is bijna altijd laag en breed. Er is een bestaand huis, en daaraan plakt een nieuw volume dat vaak niet meer is dan één bouwlaag met een plat of licht hellend dak. Precies die vorm maakt de richting van de banen tot een echte keuze, want een laag, breed volume reageert sterk op staand of liggend leggen. Bij een hoog pand valt het verschil minder op; bij een aanbouw bepaalt het in feite hoe het volume wordt gelezen.

Staande banen, dus de felsen lopen rechtop, trekken het oog omhoog. Op een aanbouw van twee meter vijftig hoog geeft dat een gevel die net iets minder plat aandoet dan hij is. De verticale lijnen breken de brede, lage massa in stukken en geven het volume iets rechtop, bijna alsof de aanbouw meedoet met de gevelhoogte van het hoofdhuis in plaats van er nederig onderdoor te duiken. Bij een aanbouw met een hoge glaspui en een smal stuk gesloten gevel ernaast werkt staand leggen vaak goed: de banen lopen door van drempel tot dakrand en maken van dat smalle stuk een lijn die net zo lang is als het glas, in plaats van een kort, log stuk plaatmateriaal.

Liggende banen doen het omgekeerde. De felslijnen lopen horizontaal, en dat legt de nadruk op de breedte in plaats van de hoogte. Voor een aanbouw die toch al laag is, kan dat verstandig zijn: het volume wordt niet opgetild maar juist neergelegd, wat bij een aanbouw die zich moet onderschikken aan een groter hoofdgebouw vaak precies de bedoeling is. Een aanbouw naast een stevig, hoog woonhuis met een steil kap oogt met liggende banen bescheiden en rustig, terwijl staande banen op datzelfde volume kunnen gaan wedijveren met het hoofdhuis, wat niet altijd de bedoeling is.

Waar dit anders ligt dan bij een op zichzelf staand gebouw

Bij een vrijstaand gebouw is de vraag staand of liggend vooral een vraag over verhouding: past de richting bij de vorm. Bij een aanbouw komt er een tweede laag bovenop, namelijk de relatie met het bestaande huis. Een aanbouw staat nooit alleen. Er is altijd een dak, een gevel, een dakrand of een raamindeling van het hoofdgebouw waar de aanbouw zich toe moet verhouden, en de richting van de banen is een van de duidelijkste manieren om die verhouding te tonen of net te verbreken.

Aansluiten betekent hier concreet: de baanrichting van de aanbouw volgt een lijn die al op het huis staat. Loopt de bestaande gevelbekleding, een houten rabatdeel bijvoorbeeld, horizontaal, dan trekt liggend leggen op de aanbouw die lijn door en oogt het nieuwe deel als een verlengstuk van het oude. Heeft het hoofdhuis juist een steil dak met een duidelijke, oplopende daklijn, dan kan staand leggen op de aanbouw daar iets van overnemen, ook als de aanbouw zelf een plat dak heeft. Het is dan niet de vorm die overeenkomt, maar de richting van de lijnen, en dat is vaak genoeg om twee heel verschillende bouwdelen bij elkaar te laten horen.

Afsteken is de andere keuze, en die is bij een aanbouw net zo geldig. Veel aanbouwen worden juist ontworpen als duidelijk ander volume: een strak, modern stuk tegen een ouder, traditioneel huis, met opzet herkenbaar als toevoeging uit een andere tijd. In dat geval helpt het als de richting van de banen niet meepraat met het bestaande huis maar er nadrukkelijk van afwijkt. Staande banen op een aanbouw naast een gevel met liggende bekleding, of omgekeerd, markeren het verschil zonder dat er een andere kleur of ander materiaal voor nodig is. De schaduwlijn tussen de banen doet dan het werk dat een bouwnaad ook zou doen: ze zegt hier begint iets nieuws.

De keuze pakt fout uit wanneer ze toevallig is

Waar het misgaat, is niet bij aansluiten of afsteken op zich, maar bij een richting die nergens naar verwijst. Dat gebeurt vaker dan je zou denken, vooral wanneer de richting van de banen wordt bepaald door de plaatlengte in plaats van door het beeld: de leverancier levert nu eenmaal tot acht meter op de millimeter afgekort, en dan is het verleidelijk om de banen zo te leggen dat er het minst wordt afgesneden, zonder dat er verder over is nagedacht. Het resultaat is een aanbouw waarvan de gevel wel staand of liggend is bekleed, maar zonder dat iemand kan zeggen waarom. Dat is de zwakke versie van deze keuze: niet verkeerd in technische zin, maar leeg in beeld.

Een ander moment waarop de keuze verkeerd uitpakt, is bij een aanbouw met een erg lage borstwering en een hoge glaspui erboven. Staande banen op dat lage stukje gesloten gevel kunnen er dan uitzien als een rij te korte latten, met felsen die nauwelijks de kans krijgen om een lijn te trekken voor ze al bij de dakrand of de onderkant van het raam stoppen. Op zo'n smal, laag vlak werkt liggend leggen vaak beter, ook als de rest van het huis staand is bekleed: twee of drie liggende banen geven het stuk tenminste iets om op te rusten, terwijl staande banen het juist onrustig maken.

Ook bij een aanbouw met een schuin, flauw hellend dak dat doorloopt in de gevel, een vorm die bij uitbreidingen veel voorkomt, is de keuze niet vrijblijvend. Loopt de bekleding van dakvlak in gevelvlak door zonder onderbreking, dan trekt een staande richting die overgang strak door van nok tot fundering, wat het volume in één keer leest als één gebogen of geknikt vlak. Een liggende richting breekt die overgang juist op in twee delen die minder met elkaar te maken lijken te hebben. Welke van de twee hier goed is, hangt af van of de aanbouw als één geheel moet ogen of als dak-plus-gevel, en dat is een tekentafelbeslissing, niet een vuistregel die voor elke aanbouw hetzelfde antwoord geeft.

De schaal van de aanbouw zelf speelt hierin ook mee. Bij een klein bouwvolume, zeg een uitbouw van drie meter breed, is elke baan al een fors deel van het totale vlak. Met een werkende breedte van 475 millimeter passen er op zo'n gevel maar een handvol staande banen naast elkaar, en dat is op zichzelf geen probleem, maar het betekent dat een verkeerd gekozen richting hier extra hard opvalt: er is weinig vlak om de fout in te verstoppen. Op een grotere aanbouw van tien meter breed vervaagt een minder gelukkige keuze wat meer in de totale lengte van de gevel.

Wat te doen voor het besteld wordt

De praktische kant hiervan is dat de richting van de banen op tekening wordt vastgelegd voordat er iets wordt geplaatst, en dat die tekening zowel de aanbouw als het aansluitende deel van het bestaande huis laat zien. Wij denken daar kosteloos in mee, en omdat de platen op de millimeter worden afgekort naar de eigen walsmachines, is de keuze voor staand of liggend geen beperking van de lengte die geleverd kan worden, maar puur een beeldkeuze voor uw gebouw. Van de drie kleuren zijn ook monsters beschikbaar, zodat u de richting op tekening kunt bekijken tegen de kleur die u overweegt, voordat er iets vaststaat.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink