Klikzink

Zinklook combineren met baksteen bij een bedrijfspand

Een bedrijfspand met een bakstenen plint of bakstenen kopgevel wordt in de praktijk nauwelijks bekeken. Het is de gevel die je passeert op weg naar de ingang, of de zijkant die grenst aan het parkeerterrein. Baksteen in die rol is bewust onopvallend: een gebonden, kleinschalig patroon met een warme kleur die met het weer meebeweegt en niet om aandacht vraagt. Zet daar een vlak van dof metaal tegenaan, en dat onopvallende karakter verdwijnt. Niet omdat metaal per definitie opvalt, maar omdat het zo anders is dan wat er al staat dat het oog er vanzelf naartoe gaat.

Dat is de kern van deze combinatie: het is een voeg tussen twee tijden. Baksteen is stapeling, ambacht, een oppervlak met duizend kleine onregelmatigheden. Een felsdak of -gevel in zinklook is het tegenovergestelde: lange, gelijke banen, een oppervlak dat vlak is en dof licht teruggeeft, een schaduwlijn die precies even breed blijft van boven naar onder. Naast baksteen leest dat verschil meteen als twee bouwperiodes, ook als het gebouw in werkelijkheid in één keer is neergezet. Voor veel bedrijfspanden is dat precies de bedoeling: een bestaande baksteenplint behouden of ernaar verwijzen, en de nieuwe laag erboven of ernaast een eigen, actueel gezicht geven.

Waar dat werkt, en waarom

De combinatie werkt het best waar de twee materialen elk hun eigen rol krijgen en niet met elkaar concurreren. Een bakstenen plint van anderhalve meter met daarboven een gevel in zinklook is een vertrouwd beeld op bedrijventerreinen: de plint is robuust, stootbestendig en vertrouwd; het vlak erboven is licht en modern. Ook een bakstenen hoofdvolume met een op zink lijkende aanbouw, luifel of entreepartij werkt goed, omdat het metaal dan een duidelijk eigen onderdeel is en geen concurrent van de bakstenen hoofdmassa.

Waar het misgaat, is wanneer beide materialen in ongeveer gelijke hoeveelheden naast elkaar staan zonder een duidelijke scheiding, bijvoorbeeld een gevel die voor de helft baksteen is en voor de helft metaal, in hetzelfde vlak, zonder plint, dakrand of ander architectonisch moment dat de overgang markeert. Dan ontstaat een gevel die niet weet wat hij wil zijn, en de baksteen krijgt het gevoel van een lapmiddel naast iets nieuwers. Voor dat scenario raden wij liever een duidelijke knip aan: een hoek, een insnijding, een verspringing, iets dat de kijker vertelt dat hier bewust twee materialen samenkomen en niet toevallig.

Kleur is de tweede factor die de combinatie maakt of breekt. Baksteen heeft vrijwel altijd een warme, roodbruine tot bruine ondertoon, ook bij de grijzere baksteensoorten. Van de drie kleuren die wij leveren, staat Slate Grey daar het neutraalst naast: een grijs zonder sterke ondertoon, dat de baksteen zijn warmte laat en zelf op de achtergrond blijft. Nordic Night Black geeft een scherper contrast en werkt goed als het gebouw juist dat contrast zoekt, bijvoorbeeld bij een moderne uitbreiding naast een oudere bakstenen kern. Metallic Dark Silver ligt daar qua koelte tussenin. Welke van de drie het beste past, hangt sterk af van de precieze baksteenkleur op het gebouw zelf; wij bespreken dat liever aan de hand van foto's en monsters dan in algemene termen, zoals we ook uitleggen bij [welke kleur past hier bij een bedrijfspand](/zinklook/bedrijfspand/welke-kleur).

Schaal en richting naast een bakstenen gevel

Baksteen heeft een vast, klein ritme: het formaat van de steen bepaalt de maat van het patroon, ongeacht hoe groot de gevel is. Een felsdak of -gevel heeft geen vast ritme; de baanbreedte is een keuze, tot op de millimeter afgekort. Naast een bakstenen gevel valt dat verschil in schaal eerder op dan naast bijvoorbeeld een pui van glas. Een te brede baan naast fijn baksteenwerk kan het metalen vlak log laten aankomen; een te smalle baan kan juist onrustig ogen naast het rustige bakstenen patroon. Voor een bedrijfspand met een herkenbare bakstenen gevel is dit een van de eerste vragen die wij met de opdrachtgever doornemen, zoals ook toegelicht bij [de baanbreedte en de schaal bij een bedrijfspand](/zinklook/bedrijfspand/baanbreedte).

De richting van de banen speelt in dezelfde combinatie een rol die je bij een enkelvoudige gevel niet zo sterk ziet. Baksteen ligt vrijwel altijd horizontaal, in lagen. Verticale banen in zinklook naast horizontale baksteenlagen leveren een duidelijk, kruisend contrast; dat kan precies zijn wat een gebouw nodig heeft om het metalen deel als eigen statement te laten lezen, maar het kan ook onrustig worden als er verder al veel lijnen in de gevel staan, zoals kozijnen, dakranden of luifels. Horizontale banen in zinklook naast horizontale baksteenlagen ogen rustiger en sluiten dichter aan bij het bestaande ritme, maar leveren dan ook minder contrast op tussen oud en nieuw.

Hoe het samen ouder wordt

Dit is misschien het punt waar de combinatie het meest gevoelig is. Baksteen verandert nauwelijks van kleur in twintig jaar; het went aan weer en wind, krijgt hooguit wat vervuiling rond regenpijpen en overstekken, maar de steen zelf blijft de steen. De coating op onze stalen banen is juist gemaakt om dat gedrag te evenaren: de kleur blijft over jaren gelijk, zonder de kleurverandering die onbehandeld zink wel doormaakt. Dat is precies waarom deze combinatie op langere termijn stabiel blijft: geen van beide materialen loopt kleurmatig weg van het ander. Wilt u weten hoe dat er op langere termijn precies uitziet, dan gaan we daar dieper op in bij hoe het eruitziet na tien jaar bij een bedrijfspand.

Er is één moment waarop het contrast wél groter wordt, en dat is bij vervuiling. Rond een bakstenen plint verzamelt zich vaak opspattend water, mos of algengroei op de begane grond; op een metalen vlak daarboven is diezelfde vervuiling meestal minder zichtbaar door de gladde, dofte structuur van het oppervlak. Op langere termijn kan dat verschil in vervuilingsgedrag de twee materialen juist verder van elkaar laten aflopen: de baksteen wordt zichtbaar ouder aan de voet, het metaal blijft er bovenop relatief gelijk uitzien. Voor een bedrijfspand is dat meestal geen probleem, eerder een logisch beeld: onder is de plint die tegen een stootje moet kunnen, boven is de gevel die er representatief bij moet blijven staan.

Wanneer baksteen alleen beter is

Er zijn bedrijfspanden waar wij deze combinatie afraden, of waar wij op zijn minst vragen stellen voordat de keuze definitief wordt. Op een pand in een beschermd stads- of dorpsgezicht, of bij een monumentale bakstenen voorgevel die de welstandscommissie wil behouden, kan een metalen toevoeging precies het contrast opleveren dat een vergunning bemoeilijkt; dat traject leggen we uit bij [welstand en beschermd gezicht bij een bedrijfspand](/zinklook/bedrijfspand/welstand). Ook op een heel klein bedrijfspand, waar de bakstenen gevel al weinig oppervlak heeft, kan een metalen accent al snel de overhand krijgen en de baksteen tot een randje reduceren in plaats van tot een gelijkwaardig deel van het gebouw. In die gevallen is een bescheidener materiaal, of een kleiner metalen vlak op een goed gekozen plek, meestal een sterkere oplossing dan een grote banenpartij die om aandacht vraagt naast een gevel die daar nooit om vroeg.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink