Klikzink

Richting van de banen bij zinklook op een bedrijfspand

Een bedrijfspand krijgt meestal weinig aandacht. Het staat op een kavel tussen andere kavels, het heeft een neutrale kleur en niemand kijkt er langer naar dan nodig. Zet er een gevel van dof metaal op, met scherpe lijnen en een duidelijke richting, en dat verandert. Zinklook trekt de blik juist naar zich toe op een gebouw dat daar niet op is ingericht. Dat is geen nadeel, maar het betekent dat de richting van de banen hier meer werk verzet dan op een pand dat toch al opvalt.

Staand maakt hoger, liggend maakt breder

Banen die verticaal lopen, van dakrand tot plint, laten een gevel hoger lijken dan hij is. Bij een loods met een lage goothoogte en een lange, platte gevel kan dat helpen: de verticale lijnen breken de breedte en geven het volume iets rechtop. Datzelfde effect kan ook tegen u werken. Een bedrijfshal met een bescheiden hoogte en een fors bouwvolume krijgt door verticale banen soms een wat gespannen aanblik, als een pak dat een maat te klein is genomen.

Liggende banen doen het omgekeerde. Ze leggen de nadruk op de breedte en laten een gevel rustiger ogen, minder gejaagd. Bij een representatief kantoorgedeelte aan de voorzijde van een bedrijfspand, met een bescheiden hoogte en een brede opzet, werkt liggend vaak beter: het volume komt logger over, maar ook stabieler. Bij een smal, hoog volume, zoals een liftschacht of een technische opbouw op het dak, kan liggend juist een merkwaardig gedrongen effect geven, als een schoenendoos die op zijn kant staat.

Er is geen vaste regel die voor elk bedrijfspand opgaat. De keuze hangt af van de verhouding tussen hoogte en breedte van het vlak waar de banen op komen, en van wat u met dat vlak wilt: het onderdeel maken van een groter geheel, of het juist laten opvallen als eigen element.

Eén gevel, één richting, en dan pas de rest

Bij een bedrijfspand met meerdere gevelvlakken -- een voorgevel aan de weg, een zijgevel naar het parkeerterrein, een achterkant tegen het buurperceel -- is de verleiding om overal dezelfde richting aan te houden omdat dat eenvoudiger klinkt. Dat is het ook, in de uitvoering. Maar het is de moeite waard om per gevel te kijken wat de richting van de banen daar doet, voordat die knoop wordt doorgehakt.

Een zijgevel die vooral van opzij en van veraf wordt gezien, bijvoorbeeld vanaf de rondweg, oogt met liggende banen als een rustig, samenhangend vlak. Diezelfde gevel van dichtbij bekeken, zoals door iemand die het terrein oploopt, valt met verticale banen juist op door de herhaling van lijnen die meebewegen met de blik. Er is niet één juist antwoord, wel een antwoord dat past bij hoe de gevel voornamelijk wordt bekeken.

Bij hoekoplossingen loopt dit soms mis. Als de ene gevel staand is uitgevoerd en de aansluitende gevel liggend, ontmoeten de banen elkaar op de hoek in een lijn die nergens doorloopt. Op een gebouw dat toch al weinig verhoudingsgevoel heeft -- en dat is bij een standaard bedrijfshal vaak het geval -- valt zo'n breuk sneller op dan bij een pand met veel andere architectonische details die de aandacht al opeisen.

Waar het licht de richting verraadt

De fels tussen de banen staat haaks op het vlak en geeft een schaduwlijn. Bij staande banen valt die schaduw het hele jaar door ongeveer gelijk, omdat de zon van opzij op een verticale lijn blijft vallen zoals hij dat op elk moment van de dag doet. Bij liggende banen verandert dat met de stand van de zon: 's ochtends en 's avonds, als het licht laag staat, trekken de horizontale schaduwlijnen fel over de gevel, terwijl ze rond het middaguur bijna wegvallen. Op een bedrijventerrein waar de gevels vaak naar het zuidwesten of noordoosten zijn gericht vanwege de kavelindeling, kan dat verschil groter zijn dan verwacht. Een proefstuk op de gevel, op een paar momenten van de dag bekeken, zegt hier meer dan een tekening.

Dit is meteen de reden waarom de richting van de banen niet alleen een esthetische keuze is, maar ook een praktische: hij bepaalt mee hoe zichtbaar het materiaal zelf wordt op verschillende momenten van de dag, en dus hoe nadrukkelijk de gevel aanwezig is voor wie er langsrijdt of langsloopt.

Wanneer de keuze hier niet werkt

Er zijn bedrijfspanden waar een uitgesproken richting in de banen de verkeerde vraag beantwoordt. Een pand dat vooral functioneel is, met een gevel die is opgebouwd uit een paar grote, gesloten vlakken zonder ramen of andere onderverdeling, kan met sterk doorlopende banen een schaalgevoel krijgen dat niet past bij de rest van het gebouw: het metaal trekt dan alle aandacht naar zichzelf, terwijl de vorm van het gebouw daar niets aan toevoegt. In zo'n geval is een uitvoering met verstijvingsril of micro-lines soms een beter antwoord dan het spel met de richting: die houden het vlak rustig in plaats van het extra te benadrukken.

Ook op een pand waar zinklook op één klein onderdeel wordt toegepast -- een luifel, een entreepartij, een liftschacht -- is een uitgesproken richting risicovol. Op een klein oppervlak vraagt elke baan meer aandacht dan op een groot vlak, en een verkeerd gekozen richting valt daar sneller op als een keuze die niet is doordacht, eerder dan als een bewust detail.

En op een bedrijfspand waar de gevel al veel textuur heeft, bijvoorbeeld door een combinatie van verschillende materialen of een geleding met kolommen en balken, kan een sterke richting in het metaal de gevel juist onrustiger maken in plaats van rustiger. Daar is het vaak beter om de banen te laten volgen wat het gebouw al doet, in plaats van er een eigen lijn doorheen te trekken.

Een richting kiezen zonder het gebouw te zien

De richting van de banen is, meer dan andere keuzes rond zinklook, iets dat zich niet goed laat vastleggen zonder naar het gebouw zelf te kijken. Een tekening op schaal laat de verhouding tussen hoogte en breedte zien, maar niet hoe het licht er 's middags op valt of hoe de gevel wordt gezien vanaf de weg. Wij denken hier kosteloos in mee op basis van een tekening of een foto van de bestaande situatie, en er zijn monsters van de drie kleuren om ter plaatse te bekijken hoe het vlak reageert op het licht dat er werkelijk op valt. Dat is bij een gevel die normaal niemand opvalt geen overbodige stap.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink