Klikzink

Zinklook dakkapel in een straat met bakstenen gevels

Een straat met bakstenen gevels heeft al een kleur en een korrel. Rood, soms naar oranje, soms gedoofd naar bruin, met een reliëf van voegen dat op elke gevel weer anders het licht opvangt. Zet daar een dakkapel in zinklook tegenover en u heeft meteen het sterkste ingrediënt van de hele ingreep te pakken: het contrast tussen warm en koel. Dat contrast is precies waarom mensen voor zink of zinklook kiezen op een dakkapel in zo'n straat, en het is ook het ding dat te hard kan uitvallen als u er niet even bij stilstaat.

Baksteen kaatst het licht warm en ongelijk terug, met schaduwen in de voegen die verspringen zodra de zon draait. Onze coating doet het tegenovergestelde: een glansgraad onder de 5 houdt het oppervlak dof, zodat het licht er niet op glinstert maar gelijkmatig over uitvloeit. Op een heldere ochtend, met laag invallend licht, ziet u dat verschil het scherpst. De baksteen licht op, de dakkapel blijft rustig grijszwart of antracietgrijs, en precies dat rustig blijven is waarom het contrast werkt in plaats van schreeuwt. Bij bewolkt weer, of tegen de avond, vlakt het verschil af en versmelt de dakkapel meer met de daklijn erboven. Wie twijfelt of dit klopt met het straatbeeld, doet er goed aan het gebouw op verschillende momenten van de dag te bekijken voordat de knoop wordt doorgehakt, want een dakkapel die 's ochtends overtuigend staat kan er 's middags in fel zonlicht ineens hard uitzien.

De drie kleuren die wij leveren geven elk een andere toon aan dat contrast. Nordic Night Black is het felst tegenover rood metselwerk; het is de keuze als u de dakkapel duidelijk als eigen element wilt laten zien, los van het dak en los van de gevel. Slate Grey ligt dichter bij wat verweerd zink zou worden en oogt daardoor iets minder als een ingreep, meer als iets dat er altijd al stond. Metallic Dark Silver zit daar nog tussenin, met iets meer koelte in de reflectie. Bij een rode baksteengevel met een grijze dakbedekking werkt Slate Grey vaak het prettigst, omdat het de sprong tussen warm en koel wat kleiner maakt zonder het contrast weg te nemen. Bij een donkerder, meer paarsbruine steen kan Nordic Night Black juist beter werken, omdat het verschil dan al kleiner is en iets extra scherpte de dakkapel weer leesbaar maakt als vorm. Dit is per gevel net anders, en wij denken dat liever na aan de hand van een foto dan dat we hier een vaste regel neerzetten.

Een dakkapel is een klein vlak in een groot dakvlak, en dat is een andere opgave dan een heel dak of een gevel bekleden. Op een dakkapel van gemiddelde breedte past u doorgaans drie tot vijf banen van 475 mm werkende breedte, en dat kleine aantal banen is meteen de reden waarom de indeling hier zo veel uitmaakt. Bij vier banen ziet u vier schaduwlijnen op een vlak van misschien twee meter breed: genoeg om ritme te geven, weinig genoeg om elke baan nog als een eigen streep te lezen. Verspringt die verdeling niet mooi, met een half restje aan één kant, dan valt dat op een klein vlak veel sneller op dan op een heel dakvlak waar zoiets wegvalt in de totale lengte. Bij een dakkapel is het dus zaak om de baanindeling vooraf op tekening te laten uitrekenen in plaats van pas op de bouwplaats te ontdekken dat de laatste baan een reepje van tien centimeter wordt. Wij denken daar kosteloos in mee, en werken de indeling uit voordat er iets wordt afgekort.

De richting van de banen verandert hoe het vlak in de straat leest. Verticale banen, aflopend met het dakvlak, trekken de blik omhoog en laten de dakkapel smaller ogen; dat werkt goed bij een kapel die al smal en hoog is opgezet. Bij een brede, lage dakkapel kan diezelfde verticale richting het vlak juist onrustig maken, omdat er dan veel korte, gedrongen banen naast elkaar staan. In dat geval is een gedachte over horizontale geleding, of over minder banen met een grotere breedte, meestal een betere aanpak dan aan de kleur te sleutelen. Ook de vlakverstijving speelt hierin mee: op een klein vlak als een dakkapel kiezen wij vaker voor een vlakke plaat of een uitvoering met micro-lines dan voor een grove ril, omdat een grove ril op zo'n kort vlak sneller opvalt dan hij bedoeld is.

Er zijn straten waar dit rood-tegen-grijs contrast niet de beste keuze is, en dat mag gezegd worden voordat er iets wordt bijgesteld. In een beschermd stadsgezicht met overwegend rode dakpannen en houten dakkapellen kan een scherp donkere zinklook dakkapel als een vreemde plek in de rij ogen, hoe zorgvuldig de indeling ook is; daar is het verstandig om eerst te kijken wat welstand daadwerkelijk toestaat, zoals wij bespreken bij [welstand en beschermd gezicht bij een dakkapel](/zinklook/dakkapel/welstand). Ook op een dakkapel die al smal is en dicht tegen de nok aan staat, kan een te fel contrast de kapel groter laten lijken dan hij is, terwijl juist een middentoon als Slate Grey de kapel optisch laat meebewegen met het dak in plaats van ertegen af te steken. Wilt u de dakkapel juist wél als accent laten spreken tegen een ingetogen bakstenen gevel, dan is dat een reden om verder te lezen over de keuze tussen de drie kleuren, zoals uitgewerkt bij [welke kleur past hier bij een dakkapel](/zinklook/dakkapel/welke-kleur), waar we per situatie aangeven wanneer felheid wel en wanneer die niet werkt.

Wat in elk geval helpt, is het gebouw niet alleen op een zonnige proefdag te beoordelen. Vraag bij ons naar monsters van alle drie de kleuren en houd die letterlijk tegen de eigen bakstenen gevel, op verschillende momenten van de dag. Dat zegt meer over hoe de dakkapel er straks in die specifieke straat bij staat dan welke tekening dan ook.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink