Klikzink

Zinklook horecagebouw bij bakstenen gevels

Een horecagebouw in een straat met bakstenen gevels staat er niet alleen op. Overdag valt het licht op rode of roodbruine bakstenen naast een dak of een gevelvlak in zinklook, en dat contrast bepaalt meer dan de kleurkeuze op zichzelf doet. Warm rood naast koel grijs is een van de sterkste contrasten die er in gevelmateriaal bestaan, en dat is precies waarom het zowel heel goed als heel hard kan uitpakken.

Overdag werkt het contrast mee. Baksteen absorbeert licht en oogt warm, vooral in de laagstaande zon van ochtend en avond. Een gevel in Slate Grey of Metallic Dark Silver blijft daarnaast koel en dof; het licht wordt teruggegeven zonder te spiegelen, met een glansgraad onder de 5. Dat verschil in temperatuur tussen de materialen geeft een terras of een pand een silhouet in de straat, zonder dat er een schreeuwerig contrast ontstaat. Bij bewolkt weer of in de schaduwkant van de straat verdwijnt een deel van dat effect: het grijs wordt dan minder een tegenspeler van het rood en meer een neutrale achtergrond. Dat is meestal geen probleem, maar het betekent dat een gevel die is ontworpen op een zonnige middagfoto er op een grauwe dinsdag anders bij kan staan.

De avond is waar het lastiger wordt. Een horecagebouw wordt 's avonds vaak met kunstlicht belicht, van gevelspots tot lichtbakken tot het licht dat vanuit de zaak zelf naar buiten valt. Kunstlicht heeft een andere kleurtemperatuur dan daglicht, en een dof, mat oppervlak reageert daar anders op dan bakstenen metselwerk. Baksteen blijft onder warm kunstlicht warm; een donkere zinklook-gevel kan er juist vlak en zwart uitzien, zonder de textuur die overdag zichtbaar is. Bij Nordic Night Black is dat effect het sterkst: in avondlicht valt het vlak soms grotendeels weg tegen de nachtelijke lucht, terwijl de bakstenen gevel ernaast door de spotverlichting juist naar voren komt. Dat kan gewenst zijn, als het gebouw zich 's avonds bewust terugtrekt en het licht op de gevel of de belettering de aandacht moet krijgen. Het is niet gewenst als de gevel juist het gezicht van de zaak moet blijven, ook na sluitingstijd van de winkels ernaast.

Wie dat wil vermijden, kan met de plaatsing van het kunstlicht zelf bijsturen. Licht dat vlak over het gevelvlak scheert, langs de banen, laat de schaduwlijn tussen de banen sterker naar voren komen dan licht dat er recht op valt; dat scheervlak-effect is 's avonds vaak het enige dat het reliëf van de gevel nog zichtbaar maakt. Wij denken daarin mee op tekening, samen met de gekozen richting van de banen; hoe de banen liggen ten opzichte van de lichtbron maakt zichtbaar verschil, zoals wij uitleggen bij [de richting van de banen](/zinklook/horecagebouw/baanrichting).

De keuze van kleur hangt sterk af van hoe warm of hoe donker de bakstenen gevels in de straat zijn. Bij bakstenen die zelf al donker en paars-rood zijn, valt Metallic Dark Silver vaak rustiger uit dan zwart: er blijft dan overdag een zichtbaar kleurverschil zonder dat het 's avonds in een zwart gat verdwijnt. Bij lichtere, geeloranje baksteen werkt zwart juist sterker als tegenspeler, omdat het contrast dan al bij daglicht groter is en 's avonds minder hoeft te doen. Slate Grey ligt daar vaak tussenin en is de kleur die het minst afhankelijk is van het moment van de dag; dat maakt het een voor de hand liggende keuze wanneer een pand zowel overdag als 's avonds hetzelfde gezicht moet houden. Voor de precieze afweging tussen de drie kleuren op een horecagevel gaan wij dieper in bij de pagina over welke kleur hier past.

Er zijn ook situaties waarin de combinatie van warm rood en koel grijs beter vermeden wordt, of waarin een andere richting van de banen meer oplevert dan een andere kleur. Op een smal pand, met weinig gevelbreedte tussen de bakstenen buren, kan een sterk contrasterend dak of gevelvlak het pand juist kleiner laten lijken, omdat het de blik naar het randje trekt in plaats van naar het geheel. Verticale banen, van dakrand tot goot in één doorlopende lengte, geven een smal pand dan meer houvast dan horizontale banen zouden doen; ze trekken het oog mee omhoog in plaats van dat ze de gevel in stroken verdelen. Bij een breed front, zoals bij een pand met een groot terrasgedeelte, werkt een horizontale richting vaak beter, omdat die de breedte juist onderstreept in plaats van verbergt.

Ook de baanbreedte speelt hier een rol die verder gaat dan alleen schaal. Bij een felsbaan van de volle werkende breedte van 475 mm ontstaat een duidelijk ritme van banen en schaduwlijnen dat, in combinatie met het bakstenen metselverband ernaast, twee verschillende ritmes naast elkaar zet: het fijne ritme van de voegen en het grovere ritme van de banen. Dat kan juist de charme van de gevel zijn, twee schalen die elkaar niet overschreeuwen. Bij een heel smal pand kan het ritme van de banen echter groter aanvoelen dan het pand zelf, en dan is het overwegen waard om de banen smaller te laten afkorten dan de volle breedte. Voor die afweging tussen schaal van het pand en schaal van de baan verwijzen wij naar de pagina over de baanbreedte.

Een laatste punt van praktische aard: bakstenen gevels in oudere straten liggen vaak in een straatbeeld waar welstand meekijkt, zeker als de straat een beschermd karakter heeft. Contrast tussen warm en koel materiaal is op zichzelf geen bezwaar voor welstand, maar de mate van contrast wordt daar wel op beoordeeld, en dat is een gesprek dat los staat van wat hier over licht en kunstlicht is beschreven.

Wij denken vooraf mee over welke kleur, welke richting en welke baanbreedte in een specifieke straat het beste standhoudt, zowel overdag als bij avondverlichting; dat meedenken op tekening kost niets. Er zijn monsters van alle drie de kleuren beschikbaar, en die zijn de beste manier om te zien hoe een kleur zich verhoudt tot de bakstenen gevel die er al staat, in daglicht en met een lamp erop.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink