Klikzink
Een erker staat meestal op ooghoogte, dicht bij de stoep of de tuin, en juist daardoor kijkt iemand er in de regen langer naar dan naar een dak. Wie langs een nat huis loopt, kijkt niet omhoog naar het hoofddak, maar wel opzij naar de kap boven de erker. Die kap krijgt dus een test die de rest van het gebouw niet krijgt: hoe oogt dit vlak zodra het nat is en er licht van alle kanten op valt.
Bij een glanzend materiaal verandert dat beeld sterk. Regen maakt een glanzend oppervlak spiegelend: het vangt de lucht, de takken van een boom, het licht van een lantaarn, en gooit dat in vervormde strepen terug. Op een groot plat dakvlak valt dat soms nog mee, omdat er weinig te spiegelen is behalve lucht. Op een erker, met zijn schuine vlakken die naar meerdere kanten kijken, spiegelt zo'n materiaal ook de gevel, de ramen ernaast en de mensen die er voorbij lopen. Het vlak wordt onrustig op het moment dat het net nat is, en dat is precies het moment waarop iemand er staat te wachten tot de regen overgaat.
Een dof oppervlak, met een glansgraad onder de 5 zoals de coating op onze stalen felsbanen, doet dat niet. Het gooit licht diffuus terug in plaats van gericht, en dat verandert bij nat weer nauwelijks. Er komt een waas van vocht op te liggen, de kleur wordt een fractie donkerder omdat nat oppervlak altijd iets donkerder oogt dan droog, maar er ontstaat geen spiegeling die de omgeving in het dak trekt. Dat is de kern van het antwoord: niet dat het materiaal niet nat wordt, maar dat het nat zijn geen ander beeld oplevert dan droog zijn. Bij zink zelf zit dat net iets anders, omdat onbehandeld zink met de tijd een patinalaag opbouwt die zelf ook licht verstrooit; met deze coating wordt hetzelfde effect bereikt zonder dat die patinavorming moet plaatsvinden.
Een erker heeft veel rand op weinig vlak. Er zijn hoekkepers, een overgang naar de gevel, vaak een piron of een siernok op de top, en meerdere schuine vlakken die vlak bij elkaar liggen. Op een groot dakvlak valt regen ergens middenin het vlak, ver van elke rand, en die druppel of dat straaltje water heeft weinig om zich tegen af te tekenen. Op een erker ligt vrijwel elk punt van het vlak dicht bij een rand: bij de felsnaad, bij de keper, bij de aansluiting op de baksteen. Regenwater dat over het vlak naar beneden loopt, volgt die randen en tekent ze tijdelijk feller af, omdat er zich daar iets meer water verzamelt dan op het gladde midden van de baan.
Dat is niet erg, en het is ook niet iets dat je kunt voorkomen door een ander materiaal te kiezen; elk hard, glad oppervlak laat dat zien. Het is wel iets om te verwachten in plaats van te schrikken als het gebeurt. Een erker in zinklook oogt in de regen net iets grafischer dan droog: de schaduwlijnen van de fels, die al opvallen doordat ze maar 475 mm uit elkaar liggen op een klein vlak, worden voor de duur van de regenbui iets scherper doordat het vocht ze even extra belijnt. Zodra het vlak weer droog is, verdwijnt dat.
Een erker met veel kleine vlakken naast elkaar, zoals een achtkantige erker met korte schuine zijden, voelt dat sterker dan een erker met twee brede vlakken. Hoe meer randen er per vierkante meter zijn, hoe meer plekken er zijn waar water zich verzamelt en tijdelijk meer licht vangt of juist donkerder wordt. Bij een brede, rustige erker met weinig hoeken speelt dit vrijwel niet; bij een smalle erker met veel facetten valt het na een regenbui wél op, al is het dan nog steeds minder dan bij een glanzend materiaal op dezelfde vorm.
Er is één situatie waarin dit doffe gedrag niet in het voordeel werkt: een erker die vlak onder een overstek van het hoofddak ligt en zelden echt goed nat wordt, maar wel voortdurend een beetje vochtig is door condens of door schaduw van een boom ernaast. Op zo'n plek droogt het oppervlak niet snel op na een bui, en een blijvend vochtige, doffe plek kan er wat doffer en minder helder uitzien dan de rest van de kap die wel snel opdroogt. Dat is geen gebrek aan het materiaal, maar een gevolg van de plek: een erker die vrij in de regen en de wind staat, droogt gelijkmatig op en oogt dus ook gelijkmatig; een erker die half beschut ligt, kan een grillig patroon van nattere en drogere plekken laten zien tot de zon er weer bij kan.
Ook als de erker grenst aan een gevelvlak van spiegelend glas, zoals een grote hoekpui direct onder de kap, kan het contrast in de regen groter worden dan op een droge dag. Het glas spiegelt dan sterk, het staal ernaast blijft dof, en dat verschil valt in natte toestand meer op dan droog, simpelweg omdat het glas nu wél de druppels en de lucht laat zien terwijl het metaal dat niet doet. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het is goed om te weten voordat u de twee materialen naast elkaar plant en verwacht dat ze in elk weer gelijk ogen.
De drie kleuren die er zijn, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, gedragen zich in de regen niet gelijk. Het diepe zwart van Nordic Night Black toont een natte glans het minst, omdat een donkere kleur van zichzelf al weinig licht teruggeeft; een regenbui maakt dat vlak vooral iets dieper zwart. Slate Grey en Metallic Dark Silver, die meer licht terugkaatsen, laten het nat-worden iets duidelijker zien, al blijft ook dat door de lage glansgraad ver af van wat een glanzend materiaal zou doen. Wie hier twijfelt, kan de drie kleuren als monster bekijken en ze, als dat mogelijk is, een keer buiten laten liggen tijdens regen; op een klein monster is het verschil met droog weer al goed te zien, en dat is de beste manier om te weten wat er straks op de erker gebeurt.