Klikzink
Een erker is geen dak en geen gevel, maar een beetje van allebei, op een oppervlak dat meestal niet groter is dan een paar vierkante meter. Er zit een schuin vlak in, soms twee, er zitten hoeken in waar vlakken tegen elkaar aan komen, en er loopt een rand langs de onderkant en langs de bovenkant waar de erker overgaat in de rest van de gevel. Op zo'n klein volume met zoveel breekpunten valt elke beslissing over de banen extra op, want er is weinig vlak om die beslissing in te laten oplossen.
De richting van de banen is zo'n beslissing. Staande banen, dus banen die van laag naar hoog lopen, trekken het oog omhoog. Op een erker die al smal is, versterkt dat het verticale karakter: de erker gaat er hoger uitzien dan hij is, en de felslijnen benadrukken de hoeken waar het schuine dakvlak overgaat in het verticale gevelvlak. Bij een erker die van zichzelf al fors oogt, of bij een laag aangebouwd volume dat je juist rustiger wilt laten aansluiten op het huis, is dat niet altijd wat je wilt.
Liggende banen doen het omgekeerde. Ze trekken het oog opzij en maken een vlak breder dan het is. Op een erker die over de volle breedte van de gevel loopt, kan dat een volume dat door zijn hoekigheid al veel aandacht trekt, juist wat platter en rustiger laten ogen. Het risico is dat je met liggende banen op een smal vlak al snel bij een paar volledige banen en een restje uitkomt, en dat restje is op een erker onmiddellijk zichtbaar omdat er geen andere banen naast staan om het in te bedden. Bij een erker van twee meter breed en een werkende breedte van 475 mm per baan praat je over vier banen en een rand, en die rand zit dan precies op de plek waar iedereen kijkt: naast het raam.
Op een loods van dertig meter lang valt het verschil tussen staand en liggend leggen minder op, simpelweg omdat er zoveel herhaling is dat het oog een patroon ziet en niet één baan. Op een erker is dat andersom. Er zijn meestal maar een paar banen te zien, soms nog geen tien, en elke baan, elke fels en elke overgang naar een volgend vlak is een op zichzelf staand detail. Een erker heeft bovendien vaak drie of vier vlakken die allemaal een andere kant op wijzen: het schuine dakje, de voorkant, de zijkanten. Als op elk van die vlakken de banen een andere richting krijgen omdat dat toevallig het minste restmateriaal opleverde, ontstaat een onrustig geheel waarin de kijker niet één lijn kan volgen maar steeds opnieuw moet overschakelen. Dat is de reden dat de richting van de banen bij een erker niet aan de plaatafmeting wordt overgelaten, maar aan het gebouw.
Een voorbeeld uit de praktijk: een erker met een plat dakje van ongeveer een meter diep, een voorgevel van twee meter breed en twee zijkanten die daar haaks op staan. Zet je op het platte dakje de banen in de looprichting van het dak (dus van de gevel naar de dakrand), dan is dat een korte baan van misschien een meter, en die baan sluit logisch aan op de staande banen van de voorgevel als die in dezelfde denkbeeldige lijn doorlopen over de rand heen. Zet je de banen op het dakje juist dwars, dan ontstaat een zichtbare knik in de richting precies op de rand, en die knik trekt de aandacht naar een detail dat verder niet interessant is.
De reden dat de richting van de banen op een erker zo'n uitgesproken effect heeft, zit niet in het materiaal zelf maar in de fels: die haaks opstaande naad van 35 mm tussen elke baan werpt een scherpe schaduwlijn, en die schaduwlijn is het element dat de richting laat zien. Op een grijze of zwarte gevel valt zo'n lijn al op, maar op een klein volume waar de kijkafstand nooit groot is, valt hij nog meer op dan op een gevel die je van dertig meter afstand bekijkt. Dat is meteen ook de reden dat wij op een erker liever geen keuze laten hangen van "het maakt niet veel uit": op dit schaalniveau maakt de richting altijd uit.
Een aanvullende overweging is de verstijvingsril of de uitvoering met micro-lines. Op een groot vlak gebruiken we die om onregelmatigheden in het staal minder zichtbaar te maken. Op een erker is een groot vlak er meestal niet, en een extra lijn in het midden van een toch al smalle baan kan het beeld eerder drukker dan rustiger maken. Bij een erker kiezen we daarom vaker voor het vlakke uitvoering zonder ril, juist omdat er weinig ruimte is om iets te verstoppen en er dus ook weinig te verstoppen moet zijn.
De richting van de banen kan op een erker ook averechts werken. Een erker met een heel steil, bijna verticaal dakvlak en een lage borstwering eronder wordt met staande banen op beide vlakken al snel een gebouwtje dat van beneden tot boven één ononderbroken verticale lijn vormt, zonder enige rustpauze. Dat kan precies het effect versterken dat je met een erker meestal niet wilt: hij springt dan niet uit als een aardig detail aan de gevel, maar als een toren die niet bij het huis past. In zo'n geval is het soms beter om op het dakvlak een andere richting te kiezen dan op de gevel daaronder, ook al levert dat een knik in de felslijn op de overgang op. Die knik valt dan minder op dan een erker die te nadrukkelijk staat.
Ook bij een erker met veel glas, waar de banen zinklook eigenlijk alleen de randen en de onderdorpel vormen, is de vraag naar richting soms een non-vraag: er is simpelweg te weinig vlak om een richting te laten zien, en dan bepaalt de aansluiting op de rest van de gevel de keuze, niet het beeld van de erker zelf. Zeg dat gerust zo tegen wie ermee komt: niet elke erker is groot genoeg om over "de richting van de banen" te praten, en dat is dan geen gemiste kans maar een kwestie van schaal.
Op tekening kijken wij mee naar de vlakken van de erker afzonderlijk en naar het geheel: welke kant wijst de gevel op, hoe diep is het dakje, waar valt de rand van een volledige baan, en hoe sluit die rand aan op een kozijn of een hoek. Omdat wij op de millimeter afkorten, is de plaatsing van de eerste en de laatste baan een keuze en geen toeval, en die keuze bepalen we het liefst samen met de tekening van de erker ernaast, niet los daarvan. Dat meedenken kost niets, en er zijn monsters van de drie kleuren beschikbaar om de schaduwlijn en de richting op een klein vlak te zien voordat er iets besteld wordt. Voor de kleur zelf en voor het patina dat zink wel en zinklook niet krijgt, verwijzen we naar de andere pagina's over de erker; deze pagina gaat alleen over de vraag welke kant de banen op moeten.