Klikzink

Zinklook kantoorpand na tien jaar: wat verandert er

Een kantoorpand wordt anders bekeken dan een schutting of een tuinhuis. Er zijn grote, vlakke gevels, vaak van veraf zichtbaar vanaf een rondweg of een bedrijventerrein, en er is meestal geen ornament dat de aandacht afleidt. Het vlak zelf is het beeld. Dat maakt de vraag wat er na tien jaar overblijft van dat beeld belangrijker dan bij een gebouw met veel kleine gevelonderdelen, waar een detail hier of daar minder opvalt.

Wat er wél verandert

De organische coating op onze stalen banen is UV-bestendig, maar geen enkele coating blijft honderd procent gelijk aan de dag van montage. Wat u ziet is een langzame, gelijkmatige verstilling van de kleur: het diepe mat van Nordic Night Black of Slate Grey wordt na jaren van zon en regen een fractie minder intens, ongeveer zoals een matte auto langzaam iets doffer wordt. Dat proces verloopt over het hele vlak gelijk, omdat elke baan uit dezelfde coatinglaag komt en op dezelfde manier aan weer en licht wordt blootgesteld. Bij een kantoorpand met een groot, ononderbroken gevelvlak is dat precies waarom het geen probleem wordt: er ontstaat geen vlek, geen schakering, geen baan die opvalt tussen de andere. Het vlak verschuift als geheel, en van een afstand -- waar dit soort gebouwen doorgaans wordt bekeken -- ziet u die verschuiving nauwelijks.

Wat er niet verandert, is de vlakheid zelf. Dat is bij een kantoorpand het punt waar het echt om gaat. Zink zet flink uit en krimpt met de temperatuur, en na een aantal jaar tekent zich dat soms af in een lichte golving van het vlak, zichtbaar als een subtiel spel van licht over de baan wanneer de zon er schuin op staat. Onze stalen banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink en blijven daardoor strakker binnen de fels liggen. Op een kantoorgevel van, zeg, twintig meter breed telt dat: een golvend vlak valt van veraf sneller op dan een kleurverschuiving, juist omdat het silhouet van het gebouw erdoor verandert. Wij zien dit als de kern van de zaak bij dit gebouwtype: bij een kantoorpand wordt niet in de eerste plaats gekeken naar de textuur van één paneel, maar naar de rechtlijnigheid van het geheel, gezien vanaf de parkeerplaats, de weg of het naburige pand.

Wat er ook niet gebeurt, is roestvorming langs de randen of bij de klemmen. De Sendzimir-verzinking onder de coating beschermt het staal zelf, en omdat de bevestiging blind is -- klemmen onder de fels, geen doorgeschroefde bevestiging -- zijn er ook geen schroefkopjes die na verloop van tijd gaan doorroesten en donkere strepen over het vlak trekken. Dat is een detail dat bij kantoorpanden vaker dan gedacht het verschil maakt, omdat juist bij zakelijke gebouwen doorroestende bevestigingspunten al na een paar jaar als slordig worden ervaren, precies op de plek waar bezoekers en klanten naar boven kijken.

Waarin dit van zink verschilt

Echt zink verandert wél, en dat is voor sommige opdrachtgevers precies de reden om er niet voor te kiezen bij een kantoorpand. Zink bouwt een patina op: het gaat van blank naar dof grijs, met een ontwikkeling die per gevelzijde en per weersinvloed verschilt. De noordgevel kan jarenlang anders ogen dan de zuidgevel, en een regenpijp of een overstek kan een lokale versnelling of vertraging van dat proces veroorzaken, zichtbaar als een subtiele vlek of baan. Op een klein gebouw met veel reliëf wordt dat als natuurlijk en aantrekkelijk gezien. Op een groot, vlak kantoorgevel, waar het beeld precies om die vlakheid en gelijkmatigheid draait, kan diezelfde ongelijkheid als een fout worden gelezen -- alsof het gebouw met verschillende leveringen is bekleed, ook als dat niet zo is.

Onze gecoate stalen banen doen dat proces niet. Er is geen patina dat moet inlopen, geen verschil tussen gevelzijden dat zich in de eerste jaren nog moet vormen. Wat u op de dag van opleveren ziet, is in grote lijnen ook wat u er over tien jaar aan kleur en egaliteit van terugziet, met alleen die trage, gelijke verstilling. Voor een kantoorpand waar het gebouw eruit moet zien zoals op de eerste renderingtekening, is dat precies wat opdrachtgevers willen. Voor een gebouw waar men de dynamiek van een levend materiaal wilde tonen, is het juist een tekortkoming die vooraf besproken moet worden.

Waar het toch opvalt

Er zijn situaties waarin een kantoorpand na tien jaar wél iets laat zien dat opdrachtgevers niet hadden verwacht, en het is niet eerlijk om dat te verzwijgen. Bij gebouwen met veel bouwkundige aansluitingen -- overkappingen, luifels, technische installaties op het dak -- kan vuilafzetting vanaf die aansluitingen op de gevel neerslaan, zichtbaar als een lichte vervuiling onder een overstek of naast een afvoer. Dat is geen eigenschap van het materiaal maar van het ontwerp, en het gebeurt bij elke gevelbekleding, ook bij zink en bij baksteen. Bij een groot vlak gevel valt het alleen sneller op omdat er weinig anders is om de blik af te leiden. Wie voor een strak, groot vlak kiest, kiest daarmee ook voor een gevel waarop elke onvolkomenheid iets zichtbaarder is dan op een gevel met veel reliëf en schaduwwerking.

Er is ook een situatie waarin zinklook op een kantoorpand simpelweg niet de goede keuze is: bij gebouwen waar de vlakheid van de gevel al onder druk staat door een houten of stalen onderconstructie die zelf niet helemaal recht is uitgevoerd. Een felsbaan van 0,55 mm dik volgt de ondergrond, en op een oneffen ondergrond komt die oneffenheid na verloop van tijd, door temperatuurwisselingen, subtiel terug in het vlak. Bij een klein gebouw is dat zelden een probleem, bij een groot vlak kantoorgevel des te meer. Wij zeggen dat liever vooraf dan dat een opdrachtgever het er tien jaar later achter komt.

Wat dit betekent voor de keuze

Voor een kantoorpand met grote, vlakke gevels is het beeld na tien jaar in de praktijk vooral een kwestie van gelijkmatigheid: geen roestvorming bij de bevestiging, geen plotselinge kleurverschillen tussen gevelzijden, en een vlak dat door de beperkte uitzetting strakker blijft liggen dan bij zink. Wat wél optreedt is een langzame, over het hele gebouw gelijke verstilling van de matte kleur, en eventuele vervuiling bij technische aansluitingen -- dat laatste is een ontwerpkwestie, niet een materiaalkwestie. Wie voor dit gebouwtype op zoek is naar het beeld van zink zonder de ongelijke veroudering die zink kenmerkt, vindt in de gecoate stalen banen een antwoord dat na tien jaar nog steeds oogt zoals op de eerste tekening. Wie juist de levendigheid van een verouderend metaal wilde, moet dat vooraf weten, want die verandering komt hier niet.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink