Klikzink

Zinklook dakraam in het vlak bij een recreatiewoning

Een dakraam is de enige onderbreking op een dakvlak die niet meebeweegt met de rest. De banen lopen door, de fels loopt door, de schaduwlijn erin loopt door, en dan staat er ergens een rechthoek stil die het patroon negeert. Bij een recreatiewoning tussen de bomen valt dat anders op dan in een straat, want daar is verder weinig dat de aandacht trekt. Geen buren, geen verkeer, geen tuinhek. Alleen het dak, de lucht erboven en de boomtoppen ernaast. Wat er op dat dak gebeurt, ziet u dus ook echt.

De eerste vraag die telt is niet of het raam past, maar hoe het staat ten opzichte van de banen. Onze felsbanen hebben een werkende breedte van 475 mm en zijn op de millimeter afgekort te leveren, dus het is mogelijk om een dakraam precies tussen twee felsen te laten vallen, of om de baanindeling rond het raam heen te laten kloppen zodat het kozijn in het midden van een baan zit en niet half in de een en half in de ander. Dat is een keuze die op tekening wordt gemaakt, niet op de bouwplaats. Een raam dat een fels doorsnijdt, is niet fout, maar het oogt onrustiger, en op een klein dakvlak van een recreatiewoning is elk beetje onrust zichtbaarder dan op een groot bedrijfsdak waar het verdwijnt in de lengte van de banen.

De tweede vraag is de richting. Loopt het dakraam mee met de looprichting van de banen, of staat het dwars erop, bijvoorbeeld omdat het raam in een dakkapel of een lager aangebouwd deel zit waar de banen een andere kant op lopen. Bij een recreatiewoning met een eenvoudige kap is dat meestal geen probleem, de banen lopen van goot naar nok en het raam zit daar gewoon tussenin. Bij een woning met een geknikt dak, een lessenaarskap die overgaat in een plat stuk, of een uitbouw met een eigen dakvlak wordt het minder vanzelfsprekend. Daar is het raam niet alleen een onderbreking in het patroon, maar ook het punt waar twee richtingen van banen elkaar raken. Dat kan mooi zijn als het bewust is getekend, en onrustig als het toeval is.

Dan het licht, en dat is waar het groen om de woning echt meedoet. Een mat oppervlak geeft licht dof terug, zonder de felle glans van echt zink of van een gladde plaat. Tussen bomen valt licht schaduwrijk en wisselend op het dak, met vlekken zon die door het bladerdak breken. Een glazen dakraam doet daar het tegenovergestelde van: het spiegelt, of het is juist zwart en diep waar de rest van het dak grijzig en ondoorzichtig is. Naast een mat, ingetogen dakvlak is dat contrast groter dan naast een glanzend dak, waar het raam als nog een glanzend vlak tussen andere glanzende vlakken staat. Bij zinklook is het dakraam vaak het enige element op het dak dat wel spiegelt, en dat maakt het tot een blikvanger, ook als dat niet de bedoeling was.

Of dat een probleem is, hangt af van waar het raam ligt. Een dakraam boven de nok, of vlak bij de nok, ligt op het hoogste en meest zichtbare deel van het dak, precies waar de blik als eerste landt vanaf de oprit of vanuit het bos. Een dakraam lager op het vlak, dichter bij de goot, ligt al buiten het eerste gezichtsveld en trekt minder de aandacht, ook al is het exact hetzelfde raam. Bij een recreatiewoning die van enige afstand wordt gezien, tussen de stammen door, is die plek op het dakvlak vaak belangrijker dan de vraag of het raam er wel of niet moet komen.

Er is ook een moment waarop deze combinatie niet de aangewezen keuze is. Wanneer een dakvlak klein is, en er komen twee of meer dakramen op te liggen, ontstaat een dakvlak dat meer uit onderbrekingen dan uit doorlopende banen bestaat. Dan verdwijnt precies het effect waarvoor zinklook meestal wordt gekozen: het rustige, doorlopende vlak met een fijne schaduwlijn. In die situatie is het te overwegen om de ramen te groeperen in plaats van te verspreiden, zodat er nog een aaneengesloten stuk dakvlak overblijft dat het beeld draagt. Een architect die op tekening al met de baanbreedte van 475 mm rekent, kan dat meenemen voordat de ramen ergens vastgelegd worden om een andere reden, zoals uitzicht vanuit een specifieke kamer.

Een tweede situatie waarin het minder goed uitpakt is een dakraam midden op een lang, ononderbroken dakvlak zonder nok of knik in de buurt, waar de rest van het dak juist gekozen is om zo strak en leeg mogelijk te zijn. Op zo'n dakvlak, vaak bij een moderne recreatiewoning met een enkelvoudige kapvorm, is de leegte zelf het beeld. Eén raam in het midden breekt dat compromisloos. Aan de rand van het vlak, of bij een dakoverstek waar toch al een lijn zit, valt hetzelfde raam veel minder op omdat het aansluit bij een bestaande onderbreking in plaats van een nieuwe te maken.

De plaatdikte van 0,55 mm en het gewicht van ongeveer 5 kg per m2 hebben geen invloed op hoe het dakraam in het beeld staat; dat is uitsluitend een zaak van plaatsing en baanindeling. Wat wel meespeelt is de uitvoering van het vlak. Bij een grotere dakvlak rond het raam kan een uitvoering met verstijvingsril of met micro-lines het vlak optisch rustiger houden, waardoor het raam als onderbreking minder concurrentie krijgt van vlakke reflecties in het metaal zelf op een zonnige dag. Op een klein dakvlak van een recreatiewoning is dat verschil vaak te klein om de doorslag te geven, maar het is een van de weinige knoppen die er wél aan de metaalzijde van deze keuze staan.

Wie hier tegenaan loopt, kan het beste beginnen bij de plek van het raam op de tekening, niet bij het product. Wij denken op tekening mee over de baanindeling rond een dakraam, kosteloos, en leveren de banen op maat zodat de felsen precies vallen waar ze horen te vallen. Er zijn monsters van de drie kleuren beschikbaar om ter plekke te zien hoe het dof reageert op het licht dat door de bomen valt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink