Klikzink

Zinklook recreatiewoning: baanbreedte en schaal

Een recreatiewoning is meestal klein. Een kap van vier of vijf meter, een gevel die niet veel hoger is dan de deur, een bijgebouw ernaast dat nog kleiner is. Op zo'n oppervlak telt elke baan mee in het totaalbeeld, en dat is precies waar de vraag begint die bij dit gebouw anders ligt dan bij een villa of een bedrijfshal: hoeveel banen passen er eigenlijk op dit vlak, en wat doen ze met de schaal van het huis.

Onze banen hebben een werkende breedte van 475 mm. Op een dakvlak van vijf meter is dat net iets meer dan tien banen naast elkaar. Op een dakvlak van twee meter, zoals bij een schuurtje of een dakkapel op het huis zelf, zijn dat er vier. Het verschil tussen tien en vier banen is niet alleen een rekensom, het is een ander beeld. Bij tien banen ontstaat er een ritme dat het vlak groter laat lijken dan het is, de herhaling trekt het oog over de kap. Bij vier banen is er weinig ritme, je ziet vooral vier stroken en de fels ertussen, en dat kan een klein bouwsel juist onrustig maken in plaats van rustig.

Bij de meeste recreatiewoningen zit de kap tussen die twee uitersten in: groot genoeg voor een banenpatroon dat werkt, klein genoeg om op te letten. Een kap van drie meter geeft ruim zes banen, dat is meestal voldoende voor een lopend beeld zonder dat het rommelig wordt. Ga je richting twee meter, dan raden we aan om vooraf op tekening te kijken hoeveel banen er precies vallen en waar de restbreedte terechtkomt, want een smalle sluitstrook tegen de kilgoot valt op een klein dak sneller op dan op een groot dak.

Het is verleidelijk om te denken dat een kleiner huis om een smallere baan vraagt, zodat de verhouding klopt. Dat werkt in de praktijk zelden zo. Een baanbreedte van 475 mm is een baanbreedte, hij past zich niet aan de omvang van het bouwwerk aan, en dat is ook niet erg: bij zink zelf ligt de werkende breedte doorgaans niet ver daarvandaan, dus wie een zinklook zoekt die aanvoelt als zink, zit met deze maat goed. Wat u wel kunt bijstellen is de richting en de plaatsing van de banen op het vlak, niet de breedte zelf.

Richting en overzicht vanaf een afstand

Bij een recreatiewoning wordt vaak van een afstand gekeken. Vanaf het pad, vanaf de buurwoning, vanaf de plek waar de auto neergezet wordt. Op die afstand telt niet de losse baan maar het silhouet: hoe de kap zich verhoudt tot de bomen erachter, hoe de gevel oogt tegen het groen. Een verticale legrichting op de gevel trekt de hoogte van het huis, wat bij een laag bouwwerk kan helpen om het niet plat te laten lijken. Een lopende richting over de kap, van goot naar nok, versterkt juist de lengte van het dakvlak. Bij een klein huis kan dat net te veel worden: het dak lijkt dan langer dan het huis eronder aankan, en de verhouding raakt uit balans.

Daarom kijken we bij een klein bouwwerk liever naar het geheel dan naar de losse gevel. Een kap die in twee richtingen afloopt, met een nok in het midden, geeft vaak een rustiger beeld dan een enkel hellend vlak met dezelfde banen van goot tot nok, simpelweg omdat het oog de kap in twee kortere stukken leest in plaats van in één lang stuk.

Waar het groen de schaal overneemt

Het tweede punt dat bij dit gebouw speelt, en dat bij een woning in de straat niet zo aan de orde is: een recreatiewoning staat vaak tussen bomen, in een bos of op een park met veel opgaand groen rondom. Dat groen heeft zelf ook een schaal, en die schaal is meestal groter dan het huis. Een boom van twaalf meter naast een woning met een nokhoogte van vier meter maakt het huis kleiner dan het op zichzelf is. Het effect daarvan op de banen: doordat het bouwwerk in het geheel al klein oogt tegenover zijn omgeving, valt een grof banenpatroon minder snel op dan u zou denken. Het huis wordt niet apart bekeken, het wordt gezien als iets dat tussen de stammen doorschijnt, en op die afstand vloeien de banen samen tot één donker, dof vlak.

Dat verandert zodra iemand er dichterbij komt, op het erf zelf staat of de trap bij de deur beklimt. Dan is de omgeving even niet de maatstaf en telt de eigen schaal van het huis weer volledig. Op die afstand ziet u de fels, de baanbreedte, de richting. Bij een recreatiewoning is dat de reden waarom het de moeite loont om het ontwerp op twee afstanden te bekijken: van veraf, tussen de bomen, waar het silhouet en de kleur de doorslag geven, en van dichtbij, op het erf, waar de baanbreedte en het ritme ertoe doen.

Waar de maat tegenwerkt

Er zijn recreatiewoningen waarbij deze baanbreedte niet de aangewezen keuze is. Bij een heel klein optrekje, denk aan een blokhut van twee bij drie meter met een zadeldak, blijven er op elk dakvlak maar twee of drie hele banen over. Dat geeft geen patroon, dat geeft drie stroken naast elkaar, en het verschil met een golfplaat of een enkele grote plaat wordt dan minder overtuigend dan de belofte van een zinklook doet vermoeden. In die situatie is het denkbaar dat een andere dakbedekking, of een andere legrichting met een smallere restbaan tegen de nok, een rustiger beeld geeft dan het volhouden van het felspatroon om het felspatroon.

Ook bij een uitbouw of dakkapel die los van de hoofdmassa oogt, kan een eigen banenpatroon de indruk geven dat het om een ander gebouw gaat. Bij een recreatiewoning met een aangebouwde berging is het vaak beter om de richting en de baanindeling van de berging op die van het hoofdhuis te laten aansluiten, ook als de bergingswand smaller is en er dus een andere rest overblijft aan de zijkant. Een zichtbaar andere rest tegen de hoek is minder storend dan een volledig ander ritme op de gevel ernaast.

Wat wij in de praktijk doen

Omdat wij op de millimeter afkorten, van 450 tot 8000 mm, kunnen we de baanverdeling voor een specifiek dakvlak vooraf uitrekenen en op tekening laten zien hoeveel hele banen er vallen en waar de rest terechtkomt. Bij een recreatiewoning doen we dat liever wel dan niet, juist omdat de vlakken klein zijn en elke baan zichtbaar meetelt. Dat meedenken op tekening kost niets, en bij een klein gebouw is het vaak het verschil tussen een dak dat rustig oogt en een dak waar de kijker toch even blijft hangen bij een rare reststrook tegen de schoorsteen.

Wilt u voor uw eigen kap of gevel zien hoe de banen precies uitvallen, stuur dan de maten of de tekening en we rekenen de verdeling voor u door.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink