Klikzink
Bij een boerderij die zijn kap houdt maar een nieuwe schil krijgt, is de meest ingrijpende keuze niet de kleur en niet het profiel. Het is de vraag of de gevelbekleding bij de vloer stopt of doorloopt tot in het dakvlak, zonder horizontale onderbreking. Bij een woonboerderij komt die vraag vaker voor dan bij een vrijstaand nieuwbouwhuis, omdat het oude volume vaak laag begint en hoog eindigt: een stal- of schuurdeel dat aan de voorkant nog metselwerk toont, maar aan de achterkant in één beweging opgetild wordt tot boven de daklijn. Verticale banen die van maaiveld tot dakrand doorlopen, maken die beweging zichtbaar. Een horizontale naad op goothoogte doet het omgekeerde: die knipt het gebouw in twee stukken, precies op de plek waar u het juist als één volume wilt laten zien.
Verticaal leggen betekent dat de banen de richting van de opgaande muur volgen, van plint tot daklijn, en waar het dak doorloopt in dezelfde bekleding, ook het hellende vlak op. Er zit dan geen horizontale voeg tussen gevel en dak, alleen de knik waar het vlak van richting verandert. Die knik is precies de plek waar oud en nieuw elkaar raken: onderaan soms nog de bestaande baksteen, daarboven het dofmetalen vlak dat in één lijn doorloopt tot de nok. Dat contrast, steen tegen mat metaal, is bij zo'n verbouwing vaak de hele ingreep. Niet de vorm van het dak, niet de plaatsing van de ramen, maar het naast elkaar zetten van een zwaar, warm materiaal en een licht, koel materiaal dat er geen seconde voor doorgaat metselwerk te zijn.
Doorlopende verticale banen zijn alleen mogelijk als de ondergrond dat ook toelaat. Bij een woonboerderij is de gevel onder de goot vaak iets anders opgebouwd dan het dakvlak erboven: de muur is star en vormvast, het dakvlak werkt met de temperatuur mee en moet iets kunnen bewegen. Een baan die van gevel in dak overloopt, moet op de knik dus een aansluiting krijgen die dat verschil opvangt, meestal in de vorm van een aparte overgangsdetaillering op de knikregel, niet door de plaat zelf om de hoek te buigen. De plaat is bij -15 graden nog koud vouwbaar, dus een scherpe knik is geen probleem voor het materiaal; het probleem zit in de ondergrond die op die knik twee verschillende bewegingen moet toestaan zonder dat de fels ertussen gaat piepen of los komt te staan.
Bij oudere boerderijen is de bestaande gevelconstructie onder het metselwerk niet altijd recht en niet altijd vlak. Voordat er verticale banen van zes, zeven meter overheen gaan, moet er een regelwerk of een onderconstructie komen die dat wél is: banen van die lengte laten elke afwijking in de ondergrond zien als een golving in het vlak, en dat is bij een lange, ononderbroken lijn veel zichtbaarder dan bij een kort stuk gevel. Wie het volume van gevel tot dakrand in één keer wil bekleden, moet dus eerst het volume zelf laten opmeten en waar nodig laten uitvlakken. Dat is voorwerk dat aan de voorkant meer tijd kost, maar het is de reden dat het vlak er achteraf strak uitziet in plaats van als een bord met deuken.
Bij verticale banen die van maaiveld tot dakrand doorlopen, wordt de rand van dat vlak belangrijker dan bij een liggend gelegd dak. Onderaan, waar de banen op het maaiveld of op een plint stuiten, moet er een nette afsluiting komen die niet als een afgeknipt eind oogt. Bovenaan, bij de daklijn of de nok, is de vraag hoe de verticale gevelbanen aansluiten op de banen van het dakvlak: lopen ze in precies dezelfde breedte door, of wisselt de maatvoering op de knik. Bij een boerderij met een asymmetrische kapvorm, wat vaker voorkomt dan bij een strak rechthoekig volume, is dat een tekenvraagstuk: de baanverdeling moet vanaf de rand naar binnen toe kloppen, niet vanaf het midden naar buiten, anders eindigt u met een half restbaantje tegen de dakrand of de erfscheiding. Omdat de platen op de millimeter worden afgekort, is dat oplosbaar, maar het moet wel voor de productie op tekening staan, niet pas op de steiger worden bedacht.
De hoeken van het gebouw zijn de tweede plek waar het beeld wint of verliest. Bij een woonboerderij met een rechte, doorgetrokken gevel is een verticale baanindeling die om de hoek precies doorloopt, meestal het rustigste beeld: de fels blijft op dezelfde plek zichtbaar, de schaduwlijn loopt door zonder sprong. Springt de gevel wel, bijvoorbeeld bij een aangebouwde erker of een uitgebouwd bijgebouw, dan is het devies de baanindeling per vlak opnieuw te laten beginnen vanaf de zichtbare rand, zodat elk vlak er zelfstandig verzorgd uitziet in plaats van als een verkeerd afgeknipte rest van het vlak ernaast.
Doorlopende verticale banen maken één ding zichtbaar: de overgang van oud naar nieuw als een bewuste lijn, niet als toeval. Ze maken niet vanzelf een rommelig volume rustig. Als een woonboerderij aan de achterkant is uitgebreid met een aanbouw die niet in het gevelvlak van het hoofdvolume ligt, dan legt een doorlopende verticale bekleding dat verspringen juist bloot in plaats van dat die het wegwerkt: de baanrichting volgt de vorm, hij verbergt hem niet. Wie een onregelmatig volume optisch wil laten samensmelten, moet dat oplossen in de vorm van het gebouw of in de plaats van de knikregels, niet verwachten dat de gevelbekleding dat karwei alleen doet.
Ook is verticaal niet automatisch de juiste keuze zodra er een dakrand aan bod komt. Op een lang, laag boerderijvolume met een bescheiden goothoogte oogt een liggende indeling vaak rustiger dan een verticale, omdat de verticale lijnen bij een laag volume eerder de indruk geven dat het gebouw hoger wil lijken dan het is. Doorlopende verticale banen werken het best waar het volume die verticaliteit al heeft: een hoog opgaand schuurdeel, een puntgevel, een dakvlak dat steil genoeg is om zichtbaar door te lopen in het gevelvlak eronder. Bij een laag, breed volume is dat argument er niet, en dan is de keuze voor verticaal een vormkeuze die om een andere reden gemaakt moet worden dan om het beeld rustiger te maken.
Voor wie dit overweegt bij een concreet volume is het verstandig om de knikregel, de plint en de hoeken vooraf op tekening te laten zien, met de werkelijke baanbreedte van 475 mm erin verwerkt. Klikzink denkt daarin kosteloos mee, en er zijn monsters van de drie matte kleuren beschikbaar om het contrast met het bestaande metselwerk in de hand te kunnen zien voordat er wordt besteld.