Klikzink

Zinklook op een woonboerderij: het overzicht

Een woonboerderij heeft meestal één ding gemeen met elke andere woonboerderij: een rieten of gedekte kap die op een gegeven moment vervangen moet worden, en een eigenaar die niet wil dat het gebouw daarna oogt als een nieuwbouwvilla met een oude stal ervoor. De baksteen, de balken, de verhoudingen van het volume, dat moet blijven staan zoals het stond. Het dak erboven mag wel iets anders zijn dan het was. Een zinklook is voor veel van deze gebouwen de manier om dat verschil te maken zonder dat het dak gaat concurreren met de rest.

De kern van de ingreep is contrast. Baksteen is warm, ruw, en heeft een kleur die met de jaren en het weer verandert. Metaal met een dof, mat oppervlak doet het tegenovergestelde: het ligt stil, het geeft weinig licht terug, en het blijft de kleur die het is. Zet die twee op elkaar en je krijgt geen strijd maar een gesprek: de gevel blijft de gevel, het dak wordt duidelijk een ander materiaal, en juist omdat het contrast klopt, valt het niet op als toevoeging. Het oogt als bij elkaar horend zonder dat het hetzelfde materiaal is.

Dit is meteen waar de hele pagina op staat: bij een woonboerderij is er zelden een tweede dakvlak dat om aandacht vraagt. Er is één grote kapvorm, vaak met dakkapellen, een schoorsteen, misschien een aangebouwde stal of schuur met een lager dak. Alles wat op dat ene grote vlak gebeurt, ziet iedereen die het gebouw binnenkomt vanaf de weg. Er is geen ruimte om een verkeerde keuze te verstoppen achter een ander bouwdeel. Dat maakt de keuze voor kleur, glans en baanrichting hier zwaarder dan bij een gebouw met meerdere, kleinere dakvlakken.

Over kleur, glans en baanbreedte specifiek hebben we los geschreven, dat herhalen we hier niet. Wat wel bij het overzicht past: op een woonboerderij werkt een matte, donkere kleur meestal beter dan een lichte, simpelweg omdat gedekte en rieten daken vroeger ook donker waren en het silhouet van het gebouw daar op is afgestemd. Nordic Night Black of Slate Grey sluiten dichter aan bij dat historische beeld dan een lichtere, zilverige kleur zou doen. Dat is geen regel, het is een constatering die bij veel van deze gebouwen opgaat.

Bij dak en gevel in één lijn zien we op woonboerderijen twee situaties terugkomen. De eerste is de klassieke: metselwerk blijft metselwerk, het dak wordt met zinklook bekleed, en de twee ontmoeten elkaar alleen bij de dakrand. Dat is de rustigste oplossing en meestal ook de meest voor de hand liggende bij een beschermd of karakteristiek pand. De tweede situatie komt voor bij een aanbouw, een dakopbouw of een nieuw bijgebouw naast de oude kern: daar loopt het metaal soms door van dak naar gevel, in doorlopende banen over de kap heen. Dat werkt goed op het nieuwe deel, en wordt afgeraden op het oorspronkelijke volume zelf, waar de baksteen het verhaal moet blijven vertellen.

De richting van de banen is bij een kap met een duidelijke nok en doorgaande daklijn meestal geen vraag: banen lopen van nok naar goot, in de richting waarin het water ook zou lopen als er geen felsen waren. Dat is de richting die bij een boerderijkap het meest vanzelfsprekend leest, ook voor wie geen verstand heeft van dakbedekking. Alleen op een kort dakschild, bijvoorbeeld boven een dakkapel of een aangebouwd bijgebouw, kan een andere richting nodig zijn om te voorkomen dat er een heel korte baan met een rare maat tussen zit. Op maat afkorten tot op de millimeter maakt dat oplosbaar, maar de keuze wordt per dakvlak gemaakt, niet voor het hele gebouw in één keer.

Een vraag die bij woonboerderijen vaker gesteld wordt dan bij nieuwbouw is die van welstand en een beschermd gezicht. Veel van deze gebouwen staan in een buitengebied dat als beschermd dorpsgezicht is aangewezen, of het gebouw zelf is een rijksmonument of gemeentelijk monument. Dat betekent niet dat metaal per definitie is uitgesloten, maar het betekent wel dat de welstandscommissie zal kijken naar precies de dingen waar deze site over gaat: de kleur, de mate van glans, de schaalindeling van de banen. Een dof, donker oppervlak met een heldere felsindeling wordt in de praktijk vaker geaccepteerd dan een glanzend, lichtgekleurd plaatmateriaal, juist omdat het minder afwijkt van het beeld dat er al stond. Neem dit gesprek serieus voordat er iets bekend of besteld wordt: een tekening met kleurstaal erbij scheelt in de praktijk een hele procedure.

Of een woonboerderij naar echt zink moet, of naar een zinklook kan, hangt voor een deel af van diezelfde welstandseisen en voor een deel van wat de eigenaar zelf wil. Waar het verschil met echt zink zichtbaar wordt, en waar niet, hebben we op een andere pagina uitgewerkt; hier is relevant dat een monumentale boerderij met een streng welstandsregime soms om het echte materiaal vraagt, en een boerderij zonder die status meer vrijheid geeft om voor stalen platen te kiezen die er hetzelfde uitzien maar minder wegen en minder onderhoud aan de plaat zelf vragen.

Combinaties met andere materialen komen bij dit gebouwtype vaak voor, omdat een boerderij zelden uit één bouwdeel bestaat. Riet, baksteen, oude houten geveldelen en soms een moderne aanbouw met veel glas staan al naast elkaar voordat het dak ter sprake komt. Metaal met een matte, donkere afwerking voegt zich daar makkelijker bij dan een glanzende plaat, omdat het geen extra lichtbron toevoegt aan een gevel die al genoeg variatie heeft. Bij een aanbouw in hout zien we het materiaal vaker doorlopen over dak en gevelvlak heen, terwijl het op het oude bakstenen deel bij het dak alleen blijft.

Het gewicht van het dakvlak is bij een oude boerderijkap een reden om aandacht te geven aan wat er op de bestaande balklaag komt. Bij ongeveer vijf kilo per vierkante meter is de belasting van het materiaal zelf zelden het probleem; wel is de vraag relevant of de bestaande dakconstructie, die soms decennia geleden voor riet of oude dakpannen is gebouwd, geschikt is voor de nieuwe opbouw als geheel, inclusief isolatie. Dat is een technische vraag die de aannemer beantwoordt, niet iets waar deze pagina verder op ingaat, maar het is wel de reden dat een goed bouwplan bij een boerderij altijd met de constructie begint en pas daarna bij het beeld van het dak uitkomt.

Wie verder wil lezen over de onderdelen die deze keuze concreet maken, vindt op andere pagina's van deze kennisbank de uitwerking per onderwerp: welke kleur bij een boerderij past, wat mat oppervlak doet met het aanzicht, hoe baanbreedte de schaal van een groot dakvlak bepaalt, hoe de banen na tien jaar weer en licht doorstaan, en waaraan een geoefend oog het verschil met echt zink ziet. Dit overzicht is het startpunt; de keuzes zelf worden per gebouw en per dakvlak gemaakt, het liefst met een tekening en een paar kleurstalen op tafel.

Alles over dit gebouw

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink