Klikzink

Zinklook op de gevelhoek bij een woonhuis

Bij een woonhuis dat aan de straat staat, is de buitenhoek van twee gevels het punt waar voorbijgangers het langst kijken zonder dat ze het merken. Niet het dakvlak, niet de nok: de verticale lijn waar twee vlakken samenkomen, op ooghoogte, van een paar meter afstand. Bij een loods op een bedrijventerrein ziet niemand dat detail van dichtbij. Bij een woonhuis loopt de buurman er elke dag met de hond langs.

Dat maakt de hoek tot het detail waar een zinklook gevel zich bewijst of ontmaskert. Op een plat vlak vallen kleine onregelmatigheden in de fels, een millimeter verschil in baanbreedte of een net iets andere schaduw, minder op. In een hoek staan twee vlakken naast elkaar en vergelijkt het oog automatisch. Loopt de laatste baan van de ene gevel precies door in de baan van de andere, of breekt het beeld op de hoek af in een rafelig randje plaatwerk? Dat verschil zien mensen, ook zonder dat ze weten waarom.

Bij onze stalen felsbanen wordt die hoek in de regel opgelost met een aparte hoekstrip of met banen die op maat worden afgekort tot op de millimeter, zodat de fels van 35 mm aan beide zijden van de hoek doorloopt in dezelfde regelmaat als op het vlakke deel. Omdat we op maat leveren en op tekening meedenken, kan de baanindeling vooraf zo worden bepaald dat de hoek geen restje wordt maar een bewuste lijn. Dat is iets anders dan improviseren op de steiger met een rest van de vorige baan; wie dat doet ziet het resultaat, en de bewoner ziet het nog jaren.

De schaduwlijn tussen de banen, die we uitgebreider behandelen bij [de schaduwlijn tussen de banen](/zinklook/woonhuis/schaduwlijn), speelt in de hoek een dubbele rol. Op een recht vlak geeft die lijn diepte aan een verder vlak oppervlak. In de hoek ontmoeten twee schaduwlijnen elkaar onder een hoek van negentig graden, en als ze niet op elkaar aansluiten, ontstaat een knik die het oog blijft irriteren zonder dat de voorbijganger meteen kan zeggen waarom. Een architect die op tekening al rekening houdt met de baanrichting aan beide zijden van de hoek, voorkomt dat probleem voordat de eerste plaat gewalst is.

De richting van de banen, waarover meer bij [de richting van de banen](/zinklook/woonhuis/baanrichting), bepaalt mede hoe de hoek oogt. Lopen de banen op beide gevels verticaal, dan ontstaat in de hoek een lijn die van de grond tot de dakrand doorloopt, strak en enigszins statig. Kiest men voor horizontale banen, dan ontmoeten de kopse einden elkaar in de hoek, en daar is precisie in de afkorting merkbaar belangrijker: elke naad die niet waterpas doorloopt, valt op in een lijn die het oog toch al volgt langs de gevel.

Glans speelt in de hoek een rol die op een enkel vlak minder opvalt. Twee gevels die elk hun eigen hoek met de zon maken, vangen het licht anders. Bij een glimmend metaal zou dat verschil hard afsteken; de ene gevel lijkt dan blinkend, de andere dof, en de hoek wordt een storende breuk. Met een glansgraad onder de 5 blijft dat verschil beperkt: het oppervlak kaatst het licht niet terug, het absorbeert het grotendeels, en de twee gevels blijven ook in de hoek bij elkaar horen, ook al vangt de een meer zon dan de ander. Dat is precies waarom mat hier meer is dan een smaakkeuze, zoals ook blijkt uit onze uitleg bij [waarom mat het verschil maakt](/zinklook/woonhuis/glansgraad).

Waar deze keuze verkeerd uitpakt, is bij een hoek die niet vooraf op tekening is meegenomen. Wordt de gevelbekleding pas op de bouwplaats ingedeeld, zonder dat de aannemer de baanbreedte van 475 mm werkende breedte heeft afgestemd op de exacte gevelmaten, dan valt de hoek vaak midden in een baan, en moet er ter plekke worden bijgesneden. Het resultaat is functioneel dicht, maar optisch onrustig: een smal reepje plaat naast de hoekstrip, dat net anders reageert op licht dan de volle banen ernaast. Voor een schuur of bedrijfshal is dat te verwaarlozen. Voor een woonhuis dat vanaf de stoep wordt beoordeeld, is dat precies het detail dat een verder goed uitgevoerde gevel een knullige indruk geeft.

Het gewicht van het materiaal, ongeveer 5 kg per vierkante meter, en het feit dat het koud vouwbaar is tot -15 graden, maken het mogelijk om ook een hoekoplossing in de fabriek voor te bewerken in plaats van op de steiger te improviseren met een föhn en een hamer. Dat is een technisch detail, maar het heeft een beeldgevolg: een fabrieksmatig gevouwen hoek heeft een consistentere radius dan een hoek die ter plaatse warm of koud met de hand is bewerkt, en die consistentie is precies wat het oog als rustig ervaart.

Wie twijfelt of een hoekoplossing bij zijn woning goed gaat vallen, kan het beste vooraf een maatvoering van de gevel aanleveren, inclusief de exacte plek van de hoek ten opzichte van ramen en dakrand. Wij denken daar zonder kosten in mee en leveren de banen inclusief hoekstukken op de millimeter afgekort, zodat de fels op de hoek net zo doorloopt als op het rechte vlak. Er zijn monsters van alle drie de kleuren beschikbaar om te bekijken hoe het materiaal in een hoek van negentig graden reageert op licht uit twee richtingen, iets dat op een plat monsterbordje niet te zien is.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink