Klikzink
Een nieuwbouwwijk heeft geen geschiedenis, en dat is precies wat er met het beeld gebeurt. Er staat geen verweerde baksteen naast, geen oude boom, geen gebouw dat al twintig jaar de kleur heeft aangenomen van de straat. Alles is van hetzelfde bouwjaar, vaak van dezelfde aannemer, met dezelfde witte of grijze gevelplaten en dezelfde platte daken. In die omgeving is een dof metalen vlak geen detail. Het is het enige oppervlak in de straat dat het licht anders teruggeeft dan de rest.
Dat is meteen de vraag die u zich bij dit gebouw moet stellen, eerder dan bij een pand tussen bestaande bebouwing: wilt u dat dit pand de uitzondering is, of wilt u meedoen met wat er al staat. Beide is een geldige keuze, en welke van de twee klopt, hangt af van wat het bedrijf wil uitstralen en van wat er om het perceel heen staat te gebeuren. Een showroom aan de rand van het bedrijventerrein, zichtbaar vanaf de doorgaande weg, profiteert van een gevel die opvalt. Een pand middenin een rij loodsen, waar de architect bewust heeft gekozen voor eenheid in het straatbeeld, wordt juist verstoord door een vlak dat te veel zijn eigen gang gaat.
Het contrast ontstaat niet door de kleur alleen. De meeste nieuwbouwwijken werken met lichte, egale gevelbekleding: platen, stucwerk, soms een lichte baksteen. Die oppervlakken zijn vlak en mat op hun eigen manier, maar ze hebben geen richting en geen schaduwlijn. Zinklook heeft beide. De felsen tussen de banen werpen op een heldere dag een streep schaduw die met de zon meebeweegt, en die lijn is er bij de buurpanden niet. Zet er een zinklook gevel naast in Slate Grey, een kleur die op papier niet ver afstaat van het grijs van de buren, en toch ziet u vanaf de weg meteen welk pand het is. Niet omdat de kleur afwijkt, maar omdat het vlak beweegt met het licht en de rest niet.
Op een bestaand bouwblok staat vaak wat schaduw: bomen, een buurpand dat dichterbij staat, een overstek. In een nieuwbouwwijk is dat er meestal niet. De kavels zijn ruim opgezet, er is weinig hoogteverschil, en de gevel krijgt het volle licht van de vroege ochtend tot de late middag zonder onderbreking. Dat is gunstig voor een zinklook gevel: hoe meer licht er over het vlak scheert, hoe duidelijker de banen en de schaduwlijnen zichtbaar worden, en hoe minder het vlak op een egale plaat lijkt. Tegen de middag, met de zon hoog, wordt het vlak vlakker van aanzien; vroeg en laat op de dag, met laagstaand licht opzij over de gevel, komt het reliëf van de felsen het sterkst naar voren.
Dat is ook waar de keuze voor richting meespeelt, al gaat het hier vooral om wat het licht ermee doet en niet om de constructie erachter. Een gevel met liggende banen op het zuiden vangt het middaglicht anders dan een gevel met staande banen op het westen, waar de avondzon vlak over het vlak scheert en elke fels een eigen schaduwstreep krijgt. In een wijk zonder veel obstakels is dat verschil groter dan tussen bestaande bebouwing, simpelweg omdat er niets tussen de gevel en de zon staat.
Als het bedrijf zichtbaar wil zijn vanaf de rondweg of vanaf de andere kant van het bedrijventerrein, werkt een donkere kleur als Nordic Night Black beter dan een lichte. Donker staat op tegen de lichte platen van de buurpanden, en juist dat contrast trekt het oog. Als het pand onderdeel is van een beeldkwaliteitsplan waarin de gemeente of de ontwikkelaar bewust heeft gekozen voor een rustig, samenhangend straatbeeld, is diezelfde donkere kleur vaak niet de juiste keuze. Metallic Dark Silver ligt dan dichter bij wat er al staat, zonder dat het vlak zijn eigen textuur en schaduwlijn verliest.
Er is nog een reden om hier extra op te letten die bij oudere bebouwing minder speelt: in een nieuwbouwwijk worden de kavels vaak in fases ontwikkeld, en het pand ernaast dat er nu nog niet staat, komt er over een jaar of twee wel. Een kleur die vandaag opvalt tussen twee kale kavels, kan over twee jaar ineens tussen drie vergelijkbare gevels staan en daardoor minder uitspringen dan bedoeld. Andersom kan een keuze die nu bescheiden aandoet naast een lege kavel, straks de enige gevel zijn met reliëf zodra de buurpanden ook in steen of plaat worden afgewerkt. Wij kunnen dat niet voorspellen, maar het is wel iets om mee te nemen: kijk niet alleen naar wat er nu staat, maar ook naar het bestemmingsplan en naar wat er nog gebouwd mag worden.
Er zijn situaties waarin wij een zinklook gevel op dit type pand afraden, of in ieder geval sterk relativeren. Staat het pand op een kavel die grotendeels wordt omsloten door hekwerk, opslag en verharding, dan komt de gevel zelden vrij in het licht en gaat een deel van het effect verloren dat we hierboven beschreven. Het vlak wordt dan een achtergrond voor bedrijfsactiviteit, niet een zichtbaar gevelvlak, en de meerwaarde van de schaduwlijn en de matte glans is dan beperkt tot de paar meter die wel zichtbaar zijn vanaf de weg.
Ook als de architect voor het hele blok al een uniforme, lichte gevelbekleding heeft vastgelegd om een rustig beeld te krijgen, is een zinklook vlak op één van de panden een risico. Het werkt dan niet als accent maar als storing, en de reden dat u juist voor dit pand koos om op te vallen, kan tegen u werken als de wijk daar niet op is ingericht. In dat geval is een lichte, vlakke gevelbekleding die aansluit bij de buren vaak de betere keuze, en is zinklook eerder geschikt voor een klein accent, bijvoorbeeld bij de entree, dan voor de hele gevel.
Wat u kunt doen voordat u kiest, is niet alleen naar het gevelontwerp kijken, maar ook een middag op het perceel gaan staan, bij voorkeur zowel vroeg als laat op de dag. Kijk hoe het licht over de kavel valt, wat er aan schaduw ontbreekt, en welke kant van het pand het meest zichtbaar is vanaf de weg of vanaf de rest van de wijk. Wij denken op tekening mee over kleur en richting, zonder kosten, en er zijn monsters van alle drie de kleuren om ter plekke te bekijken hoe ze zich verhouden tot wat er al staat.