Klikzink

Zinklook combineren met glas bij een horecagebouw

Een horecagebouw heeft meestal veel glas: een pui die openslaat naar een terras, grote ramen die naar binnen en naar buiten kijken, soms een glazen hoek die het hele gebouw optisch open maakt. Zinklook staat daar vaak naast, boven of tussen, en dat is een andere combinatie dan bijvoorbeeld metselwerk met glas. Glas spiegelt, zinklook niet. Die twee materialen doen dus tegengestelde dingen met licht, en dat contrast is precies waar u iets mee moet doen in plaats van er per ongeluk in te lopen.

Overdag valt het meeste licht op het glas, niet op de gevelbekleding. Glas kaatst de lucht, de bomen aan de overkant of het terras terug; het trekt de blik. De zinklook ernaast doet het tegenovergestelde: die neemt licht op en geeft het dof terug, met glansgraad onder de 5. Als de banen dan ook nog smal en verticaal lopen, zoals wij bespreken bij [de baanrichting bij een horecagebouw](/zinklook/horecagebouw/baanrichting), oogt de gevel eerder als een rustige achtergrond dan als een tweede blikvanger. Dat is meestal precies de bedoeling: het glas laat zien wat er binnen gebeurt, de zinklook omkadert dat zonder ermee te concurreren. Kiest u voor brede banen of een grote plaat zonder ril, dan trekt het vlak zelf meer aandacht en gaat die balans schuiven.

Avondwerking is het punt waar veel horecagevels om vragen en waar deze twee materialen zich compleet anders gedragen dan overdag. Zodra het buiten donker is en binnen het licht brandt, draait de spiegeling om: het glas dat overdag de omgeving weerspiegelde, wordt nu transparant en toont het interieur, terwijl de zinklook in het donker verdwijnt tot silhouet, tenzij er kunstlicht op valt. Dat silhouet-effect is niet erg, maar het betekent dat de gevel 's avonds een ander gebouw laat zien dan overdag: overdag een gesloten, dof vlak naast een spiegelend vlak, 's avonds een donker vlak naast een verlicht vlak. Als u dat vooraf weet, kunt u erop ontwerpen; als het een verrassing is bij de oplevering, valt het gebouw 's avonds tegen terwijl het overdag prima werkte.

Wanneer er kunstlicht op de zinklook zelf valt, telt de richting van dat licht net zo hard als bij daglicht, misschien harder omdat er minder omgevingslicht is om het te verzachten. Een spot die strijklicht geeft langs de gevel, evenwijdig aan de banen, laat elke fels een eigen schaduwlijn trekken en geeft het vlak diepte, precies zoals wij uitleggen bij [de schaduwlijn tussen de banen bij een horecagebouw](/zinklook/horecagebouw/schaduwlijn), maar dan met een lichtbron die u zelf kunt richten. Een spot die recht op de gevel schijnt, vlak en frontaal, verzwakt die schaduwlijn juist en maakt het vlak vlakker dan het overdag oogt. Bij een restaurant met gevelverlichting die 's avonds de sfeer moet bepalen, is dit een detail dat de moeite waard is om vooraf op de tekening te zetten, niet pas met een proefopstelling na de bouw.

Er is nog een ander punt van spanning tussen glas en zinklook, en dat is de kleur van het licht dat door het glas naar buiten komt. Warm kunstlicht binnen, zoals je in veel horeca-interieurs ziet, geeft een gele gloed die tegen Nordic Night Black anders afsteekt dan tegen Metallic Dark Silver. Bij het donkere zwart blijft de gevel 's avonds grotendeels silhouet en trekt het warme licht uit het glas alle aandacht, wat vaak precies de bedoeling is bij een pand dat 's avonds moet uitnodigen. Bij Metallic Dark Silver vangt de gevel iets meer van dat licht op de eigen coating, waardoor het vlak minder verdwijnt en meer meedoet met de lichtsfeer. Geen van beide is fout, maar het is een keuze die u los van de daglichtkleur moet maken, en die niet automatisch dezelfde uitkomst geeft als u alleen naar een kleurstaal in de showroom kijkt.

De combinatie werkt minder goed wanneer het glasoppervlak zo dominant is dat de zinklook nog maar een smalle rand overhoudt, bijvoorbeeld een enkele borstwering boven een volledig glazen pui. Dan is de baanbreedte van 475 mm werkende breedte ineens de maat die het beeld bepaalt, en een paar banen naast elkaar op zo'n smalle strook oogt eerder als opsluitrand dan als gevel. In dat geval is het de vraag of zinklook wel de juiste rol krijgt, of dat een ander materiaal, of een andere maatverdeling, meer recht doet aan zo'n beperkt vlak. Ook wanneer de gevel vooral 's avonds gezien wordt, bij een pand dat overdag gesloten is en pas 's avonds opengaat, is het de moeite waard om eerst met de lichtontwerper te overleggen voordat de gevelbekleding vastligt: een dof materiaal vraagt om ander licht dan een spiegelend materiaal, en dat plan je liever van tevoren dan achteraf met extra armaturen te repareren.

Wat wij in de praktijk vaak zien werken, is een heldere scheiding tussen de twee materialen in het volume: het glas op de begane grond, waar het contact maakt met het terras en de straat, en de zinklook op een verdieping of een setback erboven of ernaast, waar die de rol van rustig, herkenbaar volume krijgt. Zo hoeft de zinklook niet te concurreren met het glas op ooghoogte, en krijgt elk materiaal zijn eigen moment: overdag het glas dat opent naar buiten, 's avonds het licht dat naar buiten straalt door dat glas, en op de achtergrond een gevel die er in beide gevallen dof en stil bij ligt. Wilt u dit voor een specifiek gebouw doordenken, dan kijken wij kosteloos mee op tekening, met monsters van de drie kleuren erbij zodat u ze naast het glas kunt houden voordat er iets besteld wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink