Klikzink

Zinklook horecagebouw: baanbreedte en schaal

Een terras, een luifel, een gevel die aan één kant open is naar het publiek en aan de andere kant misschien tegen een keuken of magazijn zit: horecagebouwen hebben zelden één simpel vlak. Ze zijn opgebouwd uit stukken van verschillende grootte, en precies daar wordt de baanbreedte van 475 mm interessant. Diezelfde baan oogt op een smalle entreepartij van drie meter breed heel anders dan op een blinde zijgevel van vijftien meter. Op het smalle stuk telt de lezer de banen bijna automatisch mee, zes of zeven stuks naast elkaar, en wordt het gevel-als-geheel een verzameling strepen. Op het grote vlak verdwijnt dat tellen, en wordt de gevel juist rustiger: een oppervlak met een fijne, regelmatige textuur.

Dat is de kern van de schaalvraag bij dit gebouwtype: horeca bestaat zelden uit één groot vlak, en dus verandert het effect van de baanbreedte per gevelonderdeel. Wij zien dat vaak over het hoofd wordt gezien bij het maken van een tekening. Iemand kiest zinklook voor de hele gevel, met dezelfde 475 mm overal, en pas op de bouwplaats valt op dat de luifel boven het terras er anders bij staat dan de blinde kopgevel ernaast. Niet fout, maar wel iets om vooraf te bedenken in plaats van achteraf te constateren.

Grote vlakken, kleine vlakken

Op een groot, ononderbroken vlak werkt de baan als een subtiel ritme. De schaduwlijn die de fels maakt, herhaalt zich over de volle breedte en het oog leest het geheel, niet de losse strook. Dat is waar zinklook in staal het meest doet wat mensen bij zink zoeken: een rustig, egaal beeld met net genoeg reliëf om niet vlak te ogen. Bij dit soort vlakken is de verstijvingsril of de uitvoering met micro-lines een overweging, omdat die het vlak nog rustiger houden zonder dat er iets aan de baanbreedte zelf verandert.

Op een klein vlak, zoals een erker bij de bar, een dakkapel boven de keuken, of een smalle kopgevel tussen twee grotere gebouwdelen, telt elke baan mee in het totaalbeeld. Drie banen naast elkaar ogen anders dan tien. Hier is het de moeite waard om, voordat er wordt afgekort, te kijken hoe de banen precies uitkomen op de breedte van dat ene onderdeel. Een baan die net niet past en dus versneden moet worden, valt op een klein vlak veel harder op dan op een groot vlak waar niemand de randen apart bekijkt. Omdat de platen op de millimeter worden afgekort, is dit oplosbaar, maar dan moet er wel naar gevraagd zijn.

Overdag en 's avonds: twee gevels

Bij horeca is er nog een laag die bij een kantoor of een woonhuis meestal niet zo zwaar speelt: het gebouw wordt 's avonds anders bekeken dan overdag, en vaak juist dan het meest bekeken. Een restaurant, een strandpaviljoen, een café met terrasverlichting: de gevel moet in daglicht werken, maar minstens zo goed onder kunstlicht, spots, gevelverlichting of het licht dat van binnenuit door de ramen naar buiten valt.

Overdag doet de matte coating waar zinklook om bekend is: het licht wordt diffuus teruggegeven, er is geen glans die hard weerkaatst, en de baanindeling en de schaduwlijnen tekenen zich rustig af naarmate de zon van positie verandert. 's Avonds, onder kunstlicht, verandert dat beeld. Een lage, gerichte lichtbron op de gevel benadrukt de schaduwlijn tussen de banen veel sterker dan diffuus daglicht, waardoor het reliëf van de fels dieper oogt dan overdag. Bij verlichting die van onderaf op de gevel schijnt, wat bij horecaterrassen vaak gebeurt, vallen de schaduwen omhoog in plaats van omlaag, en dat kan het ritme van de banen juist méér laten opvallen dan bij daglicht van boven. Dat is niet erg, maar het is goed om te weten voordat de verlichting wordt vastgelegd: dezelfde gevel oogt 's avonds nadrukkelijker gestructureerd dan overdag.

Hoe donkerder de kleur, hoe minder dat verschil opvalt op afstand: Nordic Night Black absorbeert het meeste licht en laat vooral de schaduwlijnen zelf zien, terwijl Metallic Dark Silver iets meer oppervlak laat meespelen en dus gevoeliger is voor de hoek waaruit het licht komt. Voor een horecagevel die 's avonds vooral de sfeer moet dragen en niet de aandacht van het gebouw zelf moet trekken, is dat een reden om bij de donkerdere kant van de kleurkeuze te kijken, al blijft dat afhankelijk van de verlichting die er uiteindelijk komt.

Wanneer de schaal juist tegen je werkt

Er zijn situaties waarin de combinatie van baanbreedte en schaal bij een horecagebouw niet de gewenste uitkomst geeft. Op een heel klein volume, zoals een los kiosk-gebouwtje van een paar meter breed, kan een baanbreedte van 475 mm zo dominant worden dat het gebouwtje kleiner oogt dan het is, simpelweg omdat er maar twee of drie banen op passen en elke naad relatief zwaar meetelt. Op zulke schaal is het de vraag of een doorlopend beeld met een grotere plaatbreedte, of juist een heel andere gevelopbouw, niet passender is dan zinklook.

Ook bij gevels met veel doorbraken, zoals een horecafront met grote glaspartijen en maar smalle stroken gevel ertussen, wordt de baanindeling lastig te sturen. De banen moeten dan om kozijnen, luifels en doorgangen heen worden ingepast, en op een smalle strook van bijvoorbeeld één meter breed vallen er dan twee volle banen en een half aangesneden derde. Dat is op te lossen met een zorgvuldige tekening, maar wie zinklook kiest zonder van tevoren naar de gevelindeling te kijken, loopt het risico dat het resultaat rommeliger oogt dan bedoeld, vooral op de kleinere gevelonderdelen die bij horeca vaak net de onderdelen zijn waar mensen het dichtst langslopen.

En bij een gebouw waar de sfeer vooral van warmte en textuur moet komen, zoals een gevel die grotendeels uit hout of baksteen bestaat met zinklook alleen als accent op een dakrand of erker, is een grote baanbreedte op dat kleine accent soms te nadrukkelijk. Daar past het beeld beter wanneer het metalen deel klein en ingetogen blijft, in plaats van dat de baanindeling er zelf de show steelt.

Vooraf tekenen loont hier het meest

Bij een horecagebouw met verschillende gevelonderdelen, dag- en avondgebruik en soms een beperkt budget voor gevelverlichting, loont het meer dan bij veel andere gebouwtypen om de baanindeling vooraf op tekening te laten zien, per gevelvlak apart. Wij kijken daarbij niet alleen naar hoe de banen overdag vallen, maar ook waar de zwaarste schaduwlijnen 's avonds terechtkomen als de verlichting bekend is. Dat meedenken op tekening kost niets, en juist bij dit gebouwtype, waar het beeld letterlijk twee gezichten heeft, is dat de stap die achteraf teleurstelling voorkomt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink