Klikzink
Bij een kantoorpand wordt het gevelvlak meestal van een afstand bekeken: vanaf de weg, vanaf de rotonde, vanaf het parkeerterrein aan de overkant. Op die afstand telt de vlakheid van het geheel zwaarder dan het detail van de fels. Dat is precies waarom zinklook hier vaak goed werkt, maar het is ook de reden waarom er situaties zijn waarin diezelfde eigenschap tegen het gebouw gaat werken. Wij zeggen liever vooraf waar dat gebeurt dan achteraf uit te leggen waarom het vlak niet oogt zoals op de tekening.
Het eerste geval is het gevelvlak dat groter is dan de baanlengte comfortabel toelaat, gecombineerd met een architect die per se geen enkele horizontale lijn in het vlak wil. Onze banen zijn op maat te leveren, tot 8000 mm, maar een kantoorgevel van bijvoorbeeld drie verdiepingen hoog met een doorlopend vlak van twintig meter breed vraagt om naden, en naden op die schaal zijn een ontwerpkeuze, geen bijzaak. Bij zink kan een verwerker plaatsen aan elkaar solderen tot een oppervlak dat naadloos overkomt op afstand; bij een gefelst stalen systeem blijft er, hoe zorgvuldig ook gedetailleerd, een regelmaat van voegen zichtbaar. Voor een gevel die uit de verte als één ononderbroken vlak moet lezen, zonder enige onderverdeling, is echt zink dan de eerlijkere keuze.
Het tweede geval is een gevel met een sterk gebogen vorm, zoals een ronde erkerpartij of een gevel die in een vloeiende curve om een hoek van het kantoorpand loopt. Onze platen zijn koud vouwbaar en laten zich prima aanpassen aan rechte hoeken en flauwe knikken, maar een doorlopende, vloeiende kromming vraagt om een materiaal dat in het werk in vorm te trekken en te solderen is. Dat is bij zink gebruikelijker dan bij een gefelst stalen paneel. Een kantoorpand met een rechte, hoekige of licht geknikte gevelopbouw heeft hier geen enkel nadeel; een kantoorpand met een organische, gebogen gevelvorm wel.
Het derde geval gaat niet over de vorm, maar over wat er recht naast het vlak komt te staan. Een kantoorpand naast een rijksmonument, of in een straat waar de bestaande bebouwing overwegend in zink is uitgevoerd, brengt het eigen vlak in directe vergelijking met echt zink dat naast de deur hangt. Van een afstand van twintig, dertig meter is dat verschil klein: de kleur is vergelijkbaar dof, de baanbreedte oogt gelijk, de schaduwlijn tussen de banen doet wat een schaduwlijn moet doen. Maar zodra iemand de twee gevels op een paar meter afstand naast elkaar ziet, valt het op. Zink krijgt in de loop van de jaren een onregelmatige, levendige structuur in het oppervlak, met plekken die net iets anders liggen dan andere. Onze coating blijft vlakker en gelijkmatiger van kleur. Voor een op zichzelf staand kantoorpand is dat geen probleem, het is juist waarom veel opdrachtgevers voor deze uitvoering kiezen. Voor een kantoorpand dat pal naast, of als aanbouw tegen, een bestaand zinken gebouw komt, is het een reden om de opdrachtgever vooraf een monster naast de bestaande gevel te laten houden en zelf te laten beslissen of het verschil aanvaardbaar is.
Een vierde geval is minder een kwestie van materiaal dan van indeling. Een kantoorpand met veel korte gevelstukken, veel inspringende bouwdelen en een raster van kleine vlakken tussen kolommen en luifels, is een lastige kandidaat voor een systeem dat zijn kracht net ontleent aan het grote, rustige vlak. Op een klein vlak van twee bij drie meter vallen de banen niet weg in het geheel; ze worden zelf het onderwerp. Dat is niet per definitie verkeerd, maar het is een ander soort beeld dan de rustige, grootschalige gevel waarvoor deze uitvoering het meest wordt gevraagd. Bij een gefragmenteerde gevel met veel kleine vlakken werkt een material met minder uitgesproken lijnenspel, of juist zink zonder felslijn in het zicht, vaak rustiger dan een systeem van herhaalde banen.
Daarnaast is er de vraag van de glans. Onze coating heeft een glansgraad onder de vijf, en dat is precies wat het oppervlak dof houdt in vergelijking met bijvoorbeeld gecoat aluminium of een gelakt paneel. Voor een kantoorpand waar de opdrachtgever juist een lichte glans wil, om het gebouw 's avonds te laten oplichten onder kunstlicht of om overdag net iets meer weerkaatsing te krijgen dan zink geeft, is deze uitvoering niet de juiste. Wij leveren dof, zoals zink dof is; wie glans zoekt, zoekt een ander materiaal, en dat zeggen we liever nu dan na levering.
Tot slot een praktisch punt dat specifiek bij kantoorpanden vaak over het hoofd wordt gezien: de gevel wordt zelden alleen van de grond bekeken. Kantoorpanden hebben regelmatig een tweede of derde verdieping met zicht op het eigen dak of op het dak van een lager aangebouwd volume. Vanaf boven wordt een dakvlak in zinklook op een andere afstand beoordeeld dan vanaf de straat, en de vraag verschuift dan van vlakheid naar vlekvorming: waar water blijft staan, waar vuil zich verzamelt bij een lage helling, waar de banen elkaar ontmoeten bij een hoek of doorvoer. Bij een dakhelling vanaf zes graden is dit systeem toepasbaar, maar wie het dak vanaf de bovenverdieping dagelijks in beeld heeft, moet dat meewegen in de keuze voor helling en detaillering, niet alleen in de keuze van het materiaal zelf.
Geen van deze gevallen betekent dat zinklook op een kantoorpand een verkeerde keuze is in het algemeen; het overgrote deel van de kantoorpanden waar deze vraag wordt gesteld, heeft juist het rechte, grootschalige, van afstand beoordeelde vlak waar dit systeem voor gemaakt is. Maar een gebogen gevel, een monumentale buurman in zink, een sterk gefragmenteerde gevelindeling of een gewenste glans zijn reële redenen om een andere weg te kiezen. Wij denken dat liever hardop mee dan dat we een gevel leveren die op de tekening klopte en in het echt tegenviel. Een tekening van de gevel, met de werkelijke schaal en de directe omgeving erbij, is voor ons voldoende om te zeggen of dit systeem hier past of niet.