Klikzink

Zinklook monumentaal pand tussen de bomen

Een monumentaal pand dat tussen de bomen staat, wordt zelden in zijn geheel gezien. Vanaf de weg valt het dak half weg achter takken, vanaf de tuin schuift een gevel steeds voor een deel achter bladeren. Dat is een andere manier van kijken dan bij een pand dat vrij op een plein staat, en het beeld van de bekleding reageert daar anders op dan u misschien verwacht.

Bomen doen twee dingen met licht. Ze breken het, en ze kleuren het. Onder een kastanje of een beuk valt het licht niet vlak op het dakvlak, maar in vlekken die met de wind meebewegen. Op een strak dof oppervlak, zoals zinklook met een glansgraad onder de vijf, is dat wisselende licht juist goed te zien: er is geen glans die het overstemt, dus de vlekken schaduw en licht tekenen zich af op het vlak zelf. Op een glanzend materiaal zou de boomkroon zich als een vage lichtvlek spiegelen; op een mat vlak zie je de schaduw van de takken bewegen over de banen. Bij oude zinken daken is dat een bekend beeld, en zinklook doet daar niet voor onder, omdat het precies dezelfde matheid heeft.

Het tweede effect is subtieler en wordt vaker over het hoofd gezien: het licht dat door bladeren valt, is groen getint. Onder een dicht bladerdak in juni krijgt alles een groenige gloed, ook een grijs dak. Dat is geen gebrek van het materiaal, het is de kleur van het omgevingslicht dat erop valt. Bij Slate Grey is dat effect het meest merkbaar, omdat die kleur zelf al iets koels heeft en de groene ondertoon van het licht er goed op aanslaat. Metallic Dark Silver absorbeert dat groen wat minder zichtbaar, en Nordic Night Black toont het nauwelijks, simpelweg omdat er weinig licht is dat nog te kleuren valt. Wie een monumentaal pand kiest dat het grootste deel van het jaar in de schaduw van loofbomen staat, kan met die wetenschap een kleur kiezen die niet raar gaat ogen zodra het blad weer aan de takken komt.

Daar hoort een seizoenseffect bij dat bij een pand zonder bomen niet speelt. In de winter, als de takken kaal zijn, valt er ander licht op het dak dan in de zomer: directer, witter, met scherpere schaduwranden van de takken zelf in plaats van bladschaduw. Een dak dat er in juli rustig en donkergrijs bij ligt, kan in januari kouder en contrastrijker overkomen, met scherpe lijnschaduwen van kale takken die over de banen trekken. Dat is geen fout in het materiaal, het is wat een boom door het jaar met licht doet, en het geldt voor zink evengoed als voor zinklook. Het is wel een reden om, als de bomen dicht bij het dak staan, niet alleen op een zomerfoto te varen bij het kiezen van de kleur.

Welstand meekijken

Bij een monumentaal pand is er meestal een welstandscommissie die meekijkt, en die commissie beoordeelt doorgaans tegen een historisch beeld van zink: een dof, ingetogen materiaal dat de architectuur niet overschreeuwt en dat met de omgeving meebeweegt in toon. Tussen de bomen is dat criterium strenger dan op een open plek, omdat elk contrast met het groen meteen opvalt. Een sterk glanzend of duidelijk metallic ogend dakvlak springt tussen bladeren feller naar voren dan op een kale gevel aan een plein, want het groen omringt het vlak van alle kanten en elke afwijking in glans wordt daardoor geaccentueerd in plaats van gedempt.

Dit is precies waarom de matheid van zinklook hier meer werk verzet dan de baanindeling of de felslijn. Welstand kijkt op zo'n locatie niet primair naar de breedte van de banen, maar naar of het dak "los" van zijn omgeving staat te blinken of erin opgaat. Een glansgraad onder de vijf zorgt ervoor dat het dakvlak het licht opneemt in plaats van teruggooit, en dat is precies het gedrag dat tussen bomen nodig is om niet als vreemd element te worden beoordeeld. Bij twijfel is het daarom nuttig om de commissie niet alleen een tekening te tonen, maar ook een monster in de gekozen kleur op de locatie zelf, bij voorkeur op een bewolkte dag zodat het effect van fel zonlicht niet meespeelt.

Wanneer een andere kleur of richting beter werkt

Er zijn situaties waarin de voor de hand liggende keuze niet de beste is. Staat het pand aan de rand van een dicht bos, met bomen die het grootste deel van het dak permanent beschaduwen, dan kan Nordic Night Black te zwaar aandoen: in diepe schaduw verdwijnt het onderscheid tussen dak en schaduwpartij bijna helemaal, en het gebouw kan optisch een stuk kleiner lijken dan het is. In die situatie werkt Metallic Dark Silver vaak beter, omdat die kleur ook bij weinig licht nog iets van reflectie behoudt en het dakvlak zichtbaar blijft als vlak, niet als donkere massa.

Omgekeerd geldt: staat het pand vrijer, met bomen die alleen aan één zijde staan en verder veel open lucht boven het dak, dan kan juist Slate Grey te licht uitpakken zodra de zon er vol op staat, terwijl het onder de bomen precies goed oogt. Hier helpt het om te kijken naar welke gevel het meest bepalend is voor het aanzicht vanaf de weg of vanuit de tuin, en de kleur op dat gezicht te beoordelen in plaats van op het dakvlak dat toch grotendeels achter de bomen verdwijnt.

Ook de richting van de banen kan hier een rol spelen, al is dat meer een kwestie van optische rust dan van welstand. Op een gevel die door takken al in stukken wordt gebroken, kan een sterke verticale lijn in de banen het beeld drukker maken dan nodig. Een uitvoering met micro-lines, die het vlak optisch iets stiller houdt, kan dan rustiger overkomen dan een volledig vlakke plaat waarop elke felslijn hard doorloopt. Dat is geen regel die voor elk monumentaal pand tussen de bomen geldt, het hangt af van hoe dicht en hoe hoog de begroeiing staat ten opzichte van het dakvlak zelf.

Wie hierover twijfelt, kan het beste een monster op locatie leggen, in de schaduw van de bestaande bomen en niet alleen in de showroom. Er zijn monsters van alle drie de kleuren beschikbaar, en meedenken op tekening kost niets.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink