Klikzink

Zinklook op het dak van een nieuwbouwwoning

Bij een nieuwbouwwoning staat het dak nog op papier. Er is een dakhelling, er zijn dakvlakken met een bepaalde breedte, en er is een nok en een goot. Dat is precies het moment waarop de banen van een zinklook dak nog te sturen zijn. Zodra de gording ligt en de eerste plaat gewalst is, is de indeling een gegeven. Daarvoor is het een keuze.

De banen van dit systeem lopen van nok naar goot, in de richting van de waterafvoer. Bij een werkende breedte van 475 mm per baan bepaalt de breedte van het dakvlak hoeveel banen er nodig zijn en hoe die laatste baan tegen de rand uitkomt. Op een dakvlak van bijvoorbeeld 4,75 meter passen precies tien volle banen. Op een dakvlak van 5 meter passen er tien volle banen en dan een strook van 25 centimeter, en die strook ziet u. Een aannemer die dat vooraf weet, kan de dakvlakbreedte met een paar centimeter aanpassen zodat de banen precies uitkomen, of kan er bewust voor kiezen om twee smallere randbanen te maken in plaats van één afwijkende. Dat is een beslissing die op tekening vijf minuten kost en op het dak, achteraf, niet meer te nemen is zonder platen terug te snijden.

De dakhelling bepaalt hoe die banen gezien worden, en dat is bij nieuwbouw meestal al vastgelegd voordat er over materiaal wordt gesproken. Vanaf een lage helling, dicht bij het minimum van zes graden, ziet u het dakvlak bijna recht van boven: de schaduwlijn tussen de banen is er dan vooral vanaf een verdieping hogerop of vanuit de lucht, en van de straat gezien valt het dakvlak weg tegen de gevel. Bij een steiler dak, boven een graad of dertig, staat het vlak wel degelijk in het zicht van de straat en van de buren, en dan telt de baanrichting mee in het silhouet van de woning. Hoe steiler het dak, hoe meer de banen zelf het beeld worden in plaats van een detail dat je van dichtbij ziet.

Op een zadeldak met twee gelijke vlakken is de keuze meestal simpel: de banen lopen aan beide zijden van de nok naar de eigen goot, en de nok wordt de plek waar twee rijen banen tegen elkaar aan komen. Bij een schilddak, met een driehoekig vlak aan de zijkant, ligt het anders. Een driehoekig dakvlak dwingt de banen om aan de goot vol te zijn en naar de nok toe smaller te worden, of om vanaf een denkbeeldige middellijn in twee richtingen te vertakken. Dat laatste geeft een duidelijk zichtbare naad in het midden van het vlak. Welke van de twee oplossingen beter oogt, hangt af van waar de kijker meestal staat: vanaf de oprit, vanaf de tuin, of vanaf de straat aan de voorzijde. Dat is iets wat wij liever op de tekening bekijken dan op de foto van een half gelegd dak.

Een dakkapel of een dakraam midden in een vlak breekt de doorlopende baan. Bij nieuwbouw is de positie van zo'n dakraam nog te verschuiven, en een paar centimeter opzij kan het verschil maken tussen een dakraam dat precies tussen twee banen valt en een dakraam dat een baan in twee stukken snijdt met een lasnaad die niet in het zicht mag komen. Wij zien geregeld dat een bouwtekening het dakraam op een ronde maat zet, gecentreerd op het vlak zoals dat op papier netjes staat, terwijl het er met de baanindeling van het dakbedekkingssysteem in gedachte een stuk overtuigender bij ligt een paar centimeter naar links of rechts. Dat soort correcties kosten niets als ze op tekening gebeuren.

De randen van het dakvlak, langs de gevelrand en bij een eventuele hoekkeper, zijn de tweede plek waar het beeld ontstaat. Bij een dak dat op de millimeter is afgekort tot precies de goede lengte, sluit de baan strak op de gootlijn aan zonder resten of oplasstukken. Bij een hoekkeper, waar twee dakvlakken onder een hoek samenkomen, lopen de banen van beide vlakken schuin op elkaar toe en moet elke baan aan die kant apart worden ingemeten. Dat is precisiewerk dat wel te doen is, maar dat wint als de kepermaat vooraf bekend is in plaats van op het dak zelf te worden opgemeten terwijl de banen al liggen.

De kleurkeuze speelt hierbij een kleinere rol dan de indeling, maar is niet los te zien van de dakhelling. Nordic Night Black op een steil dak tegen een lichte gevel tekent de baanrichting scherper dan Metallic Dark Silver, dat meer opgaat in een grijze lucht. Op een vlak dak, van bovenaf gezien vanuit een hoger gebouw of een aangrenzende woning, valt het verschil tussen de kleuren minder op dan de richting van de banen zelf. Voor een nieuwbouwwoning waarvan het dak vanaf de begane grond nauwelijks te zien is, is de kleur dus vooral van belang voor het beeld vanaf de gevel, waar dak en gevelbekleding in dezelfde uitvoering op elkaar aansluiten.

Er zijn ook nieuwbouwwoningen waarbij deze aandacht voor de baanindeling weinig oplevert. Een klein plat dakvlak achter een opstaande borstwering, dat vanaf geen enkel punt op het perceel of vanaf de straat te zien is, hoeft niet met dezelfde precisie ingedeeld te worden als een zichtbaar hellend vlak aan de voorzijde. Daar is de indeling een technische kwestie van platen die passen, niet van een beeld dat iemand beoordeelt. Het is dus niet zo dat elk dakvlak van een nieuwbouwwoning deze aandacht verdient; het is de vraag of het vlak gezien wordt, en door wie.

Wij werken bij nieuwbouwprojecten het liefst op basis van de dakvlaktekening, met de exacte maten van elk vlak, de positie van eventuele dakramen en de plek van de nok en de kepers. Daarop leggen wij de baanindeling vast, inclusief de breedte van de randbanen, voordat er iets gewalst wordt. Dat meedenken op tekening kost niets, en het is de fase waarin een dak nog gestuurd wordt in plaats van later gerepareerd. Heeft u een dakvlaktekening van een nieuwbouwproject, dan bekijken wij die met u door en laten zien hoe de banen erop uitkomen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink