Klikzink

Zinklook nieuwbouwwoning: de hoek tussen twee gevels

Sta eens buiten voor een gevelhoek die nog kaal is, zonder bekleding, en kijk waar uw blik naartoe gaat. Niet naar het midden van het vlak. Naar de hoek. Naar de plek waar twee gevels tegen elkaar aan komen te staan en waar iemand heeft moeten beslissen hoe dat samenkomt. Dat is bij vrijwel elk gebouw zo, en bij een nieuwbouwwoning is het bijzonder dat die beslissing nog niet genomen is. Er ligt niets vast. Geen oude bekleding die de maten dicteert, geen bestaande baanindeling waar u om moet heen werken. Dat is de kern van deze pagina: bij nieuwbouw is de hoek een ontwerpvraag, bij renovatie is het vaak een reparatievraag.

Wat er in die hoek gebeurt

Een baan zinklook stopt niet zomaar bij een hoek. Er moet iets gebeuren: de baan wordt om de hoek gezet, of er komt een aparte hoekoplossing, of de indeling van de twee gevels wordt zo gepland dat er aan beide zijden een volle of een bewust smalle baan tegen de hoek eindigt. Dat laatste is waar het beeld op staat of valt. Komt er aan de ene gevel een brede baan tegen de hoek en aan de andere een smal reststrookje van vijftig millimeter, dan ziet iedereen die het gebouw langsloopt dat het niet klopt. Het oog telt de banen niet bewust, maar het merkt onmiddellijk of het ritme aan de hoek hapert.

Bij nieuwbouw is dit op te lossen voordat er een schroef de grond in gaat, simpelweg omdat de gevelmaten nog besproken worden. Onze platen worden op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 millimeter breed, en dat betekent dat we de baanindeling van beide gevels tegelijk kunnen doorrekenen zodra de tekening er is. Wilt u dat de hoek in een volle baan uitkomt in plaats van in een restje, dan is dat een kwestie van de eerste baan op de juiste plek te beginnen. Dat kost niets aan meedenken, maar het kan niet meer achteraf. Zodra de bekleding hangt, staat de indeling vast.

Om de hoek doorlopen of twee gevels laten stoppen

Er zijn twee manieren om een gevelhoek te laten ogen, en ze geven een ander beeld. De eerste is de baan laten doorlopen om de hoek heen, zodat het materiaal in een vloeiende lijn van de ene gevel naar de andere buigt. Dat werkt overtuigend bij een woning met een enkele, heldere hoek en een dakhelling die dat toelaat, want het platen is koud vouwbaar tot -15 graden en dat geeft ruimte om de hoek strak te zetten zonder het materiaal te forceren. De tweede manier is de twee gevels laten eindigen op de hoeklijn, met een schaduwvoeg of een aparte hoekstrip ertussen. Dat geeft een architectonisch scherpere lijn, met een duidelijke knik in plaats van een ronding, en dat past beter bij een woning met een strak, hoekig ontwerp waarbij de architect de hoek juist wil laten zien als hoek.

Geen van beide is de juiste keuze in het algemeen. Het hangt af van wat de gevel zelf al zegt. Een woning met ronde erkers en zachte overgangen vraagt om de doorlopende baan. Een woning met scherpe, haaks op elkaar staande vlakken vraagt om de hoek die zichtbaar blijft. Wie hier dezelfde oplossing kiest voor elk gebouw, ziet het resultaat later terug als een detail dat net niet aansluit bij de rest van het ontwerp.

De richting van de banen speelt hierin mee, al gaat deze pagina daar niet dieper op in. Wat wel van belang is voor de hoek zelf: als de banen op de ene gevel verticaal lopen en op de andere ook, moet de baanbreedte op elkaar afgestemd zijn, anders ontstaat er een sprong in het ritme precies op de plek waar het oog al kijkt. Dat is geen detail dat u met een schroevendraaier corrigeert als het gebouw eenmaal af is.

Wanneer dit juist niet de aangewezen oplossing is

Er zijn gevelhoeken waarbij zinklook, hoe zorgvuldig ook ingedeeld, niet de sterkste keuze is. Een hoek met veel inspringende delen, dakkapellen die vlak bij de hoek staan, of een combinatie van meerdere hoeken onder verschillende hellingen dicht bij elkaar, vraagt om zoveel afzonderlijke platen en aansluitingen dat het rustige beeld van lange, doorlopende banen verloren gaat. Zinklook oogt op zijn best wanneer er lengte in het vlak zit. Op een gevelhoek die in stukjes van een meter uiteenvalt door vensters, uitbouwen en dakranden, wordt het effect van de smalle banen met hun scherpe schaduwlijn juist tegengewerkt door alle onderbrekingen. Dan kan een andere, minder lijngevoelige gevelbekleding een rustiger totaalbeeld geven dan zinklook met te veel korte stroken tegen elkaar.

Ook een gevelhoek die vanaf de straat vrijwel niet zichtbaar is, omdat hij wegdraait van het zicht of achter een berging verdwijnt, is geen plek om extra aandacht aan te besteden. De zorg die de hoek verdient, staat in verhouding tot hoe vaak iemand hem daadwerkelijk ziet. Bij een hoek die alleen de bewoner zelf vanuit de achtertuin onder een schuine hoek waarneemt, is een pragmatische oplossing met een simpele hoekstrip vaak verstandiger dan een dure, op maat doorgerekende doorlopende baan.

Wat dit betekent voor de tekening

Het praktische gevolg van dit alles is dat de gevelhoek vroeg op de tekening moet staan, niet als bijzaak maar als vertrekpunt voor de indeling van de hele gevel. Begin de baanindeling bij de hoek en werk van daaruit naar de randen van de gevel, in plaats van andersom. Dat voorkomt dat u aan het einde van de gevel, bij de hoek, met een onhandige restmaat blijft zitten. Wij rekenen dat graag mee op basis van de tekening, zonder dat daar kosten aan hangen, precies omdat een goed doorgerekende hoek later niet meer te repareren is zonder de bekleding open te breken.

De kleurkeuze en het materiaal zelf spelen in de hoek geen andere rol dan elders op de gevel: de matte coating met een glansgraad onder de vijf blijft ook in de hoek dof, en de fels van 35 millimeter tekent zich in de hoek net zo scherp af als op het rechte vlak. Het enige wat in de hoek verandert, is de vraag hoe die lijnen elkaar ontmoeten. Dat is precies waarom deze plek, bij een woning die nog gebouwd wordt, de moeite van een apart gesprek waard is voordat de eerste plaat gezet wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink