Klikzink
Op de tekentafel liggen de dakvlakken en de gevel van uw nieuwbouwwoning nog helemaal open. Er is nog geen dakraam ingemeten, geen regenpijp vastgelegd, geen paneel gezaagd. Dat is precies het moment waarop de keuze tussen zinklook en echt zink het meest oplevert, en het moment waarop de meeste mensen er nog niet aan denken omdat ze eerst denken over kozijnen en keuken.
Echt zink en onze stalen banen met zinklook beginnen bij dezelfde belofte: smalle staande banen, een scherpe fels erboven op, een oppervlak dat het licht dof teruggeeft. Op de dag van opleveren staat een geoefend oog er soms nog even bij stil, maar de meeste mensen, en ook de meeste architecten, zien op afstand geen verschil. De fels is haaks en 35 mm, de banen zijn 475 mm breed, de bevestiging zit verborgen onder de plooi. Dat beeld krijgt u met staal net zo goed als met zink.
Wat u wint is voorspelbaarheid. Onze coating, GreenCoat Pural BT, is dof ingesteld en blijft dat. De kleur die u nu op het monster legt, Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, is de kleur die over vijftien jaar nog op het dak ligt, afgezien van gewoon vuil en weerinvloed die elk dak krijgt. Wat u daarmee verliest, is de gelaagdheid die zink juist opbouwt. Echt zink is bij montage nog blank en grijzig, en gaat in de eerste jaren, meestal ergens tussen de twee en de vijf jaar, dof worden en een eigen grijze patinalaag vormen. Die laag is nooit helemaal gelijk over het dak: bij de regenpijp iets donkerder, op het zuiddak iets sneller, bij een boom in de buurt met eigen vlekken. Veel mensen kiezen zink precies om dat leven in het materiaal. Wie dat wil, moet weten dat onze platen dat niet gaan doen. Zij blijven er hetzelfde bij liggen zoals ze zijn gelegd.
In het eerste jaar ziet niemand het verschil, ook een vakman niet zonder de plaat aan te raken. Na twee tot vijf jaar begint zink zijn patina te vormen en wordt het beeld van echt zink onregelmatiger en levendiger, terwijl onze banen dezelfde vlakke, gelijkmatige kleur houden die ze bij montage al hadden. Rond de tien jaar is dat verschil op veel daken met het blote oog te zien, vooral in schuin invallend licht waar patina net iets anders reflecteert dan een matte coating. Dat is niet een gebrek van de een of de ander, het is een andere manier van ouder worden. Zinklook wordt niet mooier of lelijker met de jaren, het blijft. Zink verandert, en dat wordt door de ene eigenaar gewaardeerd en door de andere als onrustig ervaren op het moment dat het gebeurt.
Bij een bestaande woning waarvan het dak wordt vervangen, ligt de baanindeling meestal al vast door de bestaande dakopbouw, de plek van een schoorsteen, een dakkapel die er al staat. Bij nieuwbouw is dat niet zo. Nu de tekening nog open ligt, kunnen wij meedenken over waar de banen precies vallen ten opzichte van een dakraam, een hoek, een overstek. Een baanindeling die symmetrisch uitkomt op de nok, of die een dakkapel precies in het midden van een baan vangt in plaats van een restje van 80 mm ertegenaan te leggen, kost op dit moment niets extra. Diezelfde correctie na de vergunning, als de kozijnen al besteld zijn en de dakconstructie al staat, is vaak niet meer mogelijk zonder een deel opnieuw te maken. Wij leveren op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 mm, en denken op tekening mee zonder kosten. Dat is precies waarom dit gebouwtype zich onderscheidt van een verbouwing: hier is de indeling nog een keuze, straks is het een gegeven.
Dit geldt voor zowel zink als zinklook. Ook wie voor echt zink kiest, wint bij nieuwbouw door de banen nu al goed te plaatsen. Het verschil is dat een fout in de indeling bij zink nog wat wordt gemaskeerd door de onregelmatige patina die er toch al voor zorgt dat geen twee banen er identiek bij liggen. Bij zinklook, met zijn gelijkmatige oppervlak, valt een scheve of onlogische baan juist sneller op omdat er niets is dat de aandacht ervan afleidt. Dat pleit er niet tegen, het pleit er alleen voor om die indeling nu goed te laten uitwerken.
Er zijn situaties waarin wij zelf zouden zeggen: kijk eerst naar zink. Een woning die middenin een straat met bestaand zinkwerk staat en daarin moet passen qua kleurverloop over de jaren, is er een. Een opdrachtgever die de gedachte van een levend, verwerend materiaal juist mooi vindt en er geen probleem van maakt dat het dak op zijn zestigste een ander beeld heeft dan op de dag van de sleuteloverdracht, is een andere. En een eigenaar die reparaties of latere aanpassingen liever laat verzinken tot dezelfde toon in plaats van te laten uitzoeken op RAL-kleur, kiest daarmee ook impliciet voor zink, waar het bijwerken van kleur op de lange termijn eenvoudiger meegaat met het materiaal zelf.
Onze banen zijn de betere keuze wanneer de eigenaar wil weten hoe het dak er over twintig jaar bij ligt, zonder verrassing, en wanneer het gaat om een strak, modern silhouet dat consequent hetzelfde moet blijven ogen op dak en gevel. Ook budgettair is staal doorgaans voorspelbaarder in aanschaf, al gaat deze pagina niet over prijzen die per project verschillen. Materiaaltechnisch weegt onze plaat met ongeveer 5 kg per m2 aanzienlijk minder dan zink, wat in de bouw wel meespeelt bij de constructie, maar dat is techniek en geen beeldargument, dus we laten het hierbij.
De vraag is dus niet welk materiaal beter is. De vraag is welk soort ouder worden bij deze woning past, en dat weet u het beste zelf, of samen met uw architect. Wat wij kunnen doen, nu het dakvlak nog op de tekentafel ligt, is de banen zo indelen dat het beeld klopt vanaf de eerste dag, in zink of in zinklook, en dat er straks niets is dat u liever anders had gehad toen het nog kon.