Klikzink

Zinklook verticaal op de gevel recreatiewoning

Een recreatiewoning staat zelden vrij op een kavel zoals een woonhuis in een straat. Er staan bomen dichtbij, er is een berm, een border, soms een terras dat tegen de gevel aan loopt. Wie de gevel verticaal bekleedt met zinklook, trekt de banen door van maaiveld tot dakrand, zonder onderbreking. Dat is een andere keuze dan horizontale banen, en die keuze heeft gevolgen voor de indeling van het vlak, voor de randen, en voor hoe de gevel oogt tussen het groen.

Verticaal betekent dat de baanlengte gelijk is aan de gevelhoogte. Bij een recreatiewoning is dat meestal een overzichtelijke maat, vaak onder de acht meter, en de platen zijn op de millimeter af te korten tot die maat. Er komt dus geen naad halverwege de gevel, geen punt waar het oog blijft haken. De felsen tussen de banen lopen door van onder tot boven, en die felsen zijn het enige wat de gevel opdeelt. Bij een woning met een lage plint en een hoge kop, zoals veel recreatiewoningen hebben met een verdieping onder de kap, valt die ononderbroken lijn extra op: de gevel wordt in feite één getekend vlak, van de grond tot de dakrand.

Ondergrond en aansluiting op maaiveld

Die ononderbroken baan stelt wel een eis aan de ondergrond. Een verticale fels vraagt om een regelwerk dat over de volle hoogte vlak en recht staat, want elke afwijking in de onderconstructie wordt in een lange rechte lijn zichtbaarder dan in een korte. Bij horizontale banen valt een kleine oneffenheid in de ondergrond weg tussen de banen; bij verticale banen loopt hij mee, van beneden naar boven, in het volle zicht.

De onderkant van de gevel vraagt aandacht die bij een woonhuis in de straat minder speelt. Een recreatiewoning staat vaak met de gevel dicht bij het maaiveld, zonder stoep of trottoirband die een duidelijke grens trekt. Regen die opspat van het gras, blad dat tegen de plint waait, vocht dat in de border blijft staan: dat raakt de onderste strook van de gevel eerder dan bij een pand met een verhoogde plint in stedelijk gebied. Bij verticale banen loopt de fels door tot net boven het maaiveld, en de onderrand vraagt om een nette afwerking die deze belasting opvangt, met voldoende afstand tot opspattend water en zonder dat de plaat in de grond of in het groen zelf staat.

Richting en de indruk van hoogte

Verticale banen doen iets anders met de verhouding van een gevel dan horizontale banen. Een gevel die breder is dan hoog, wat bij een compacte recreatiewoning met een lage bouwhoogte vaak het geval is, krijgt door verticale belijning een rustiger, hoger aandoend beeld. De banen trekken het oog omhoog, naar de dakrand, in plaats van dat het oog langs de gevel naar de zijkanten wordt geleid. Bij een woning die tussen hoge bomen staat, sluit die verticale richting aan bij de stammen eromheen: de gevel voegt zich naar de lijnen die er al staan, in plaats van daar dwars doorheen te gaan.

De baanbreedte van 475 mm werkend, is bij verticale toepassing een indelingskeuze die om overleg vraagt. Bij een gevel van bijvoorbeeld 4200 mm breed passen er negen volle banen, en dan blijft er geen restbaan over die smaller is dan de rest en dus opvalt. Bij een breedte die niet deelbaar uitkomt, kan gekozen worden voor een iets smallere of bredere baan aan één kant, het liefst bij een hoek of een kozijn waar die overgang toch al ergens moet landen. Dat is precies waar meedenken op tekening vooraf iets oplevert: een indeling die op papier klopt, voorkomt een gevel waar de laatste baan halverwege een raam eindigt.

Hoeken en de aansluiting op het dak

Bij verticale gevelbekleding is de buitenhoek een aandachtspunt dat bij horizontale banen anders ligt. De fels staat haaks op de plaat en loopt door tot de rand; op de hoek van de gevel moeten twee banen die uit verschillende richtingen komen, netjes op elkaar aansluiten zonder dat er een zichtbare naad ontstaat die niet bij het beeld past. Bij een recreatiewoning met een eenvoudige rechthoekige plattegrond is dat te overzien; bij een woning met een erker, een uitgebouwde entree of een luifel die om de hoek doorloopt, is de hoekoplossing iets waar in de tekenfase al een besluit over moet vallen, niet iets dat op de bouwplaats wordt bedacht.

De overgang van gevel naar dak is de andere plek waar de richting van de banen een besluit vraagt. Loopt het dak door als hellend vlak met horizontale banen, dan staat de verticale gevel daar haaks op, en die richtingsverandering ter hoogte van de daklijn is precies de plek waar het oog de knik in de vorm van het gebouw leest. Bij een lage aanbouw naast de recreatiewoning, zoals een berging of een overkapping, kan er voor gekozen worden om de verticale richting van de hoofdgevel door te zetten of juist te breken; beide zijn een keuze met een ander resultaat, en die keuze wordt bepaald op tekening, niet achteraf.

Mat metaal tussen de bomen

De glans van deze platen ligt onder de 5, en dat is precies waarom het beeld tussen bomen anders werkt dan aan een straat. Zink en zinklook geven het licht dof terug in plaats van het te weerspiegelen, en dat betekent dat een verticale gevel tussen loofbomen niet oplicht als er een auto voorbij komt of als de lucht betrekt, zoals bij een glanzend materiaal wel zou gebeuren. In een tuin met veel groen valt een dof, verticaal belijnd vlak minder op dan een gladde of glanzende gevel zou doen; het voegt zich naar de schaduw onder de bomen in plaats van die schaduw te doorbreken met een lichtvlek.

Dat werkt in het voordeel van wie een recreatiewoning wil laten opgaan in het landschap eromheen, en er zijn drie matte kleuren waaruit gekozen kan worden: Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver. Onder bomen, waar het licht al gedempt is door bladerdek, valt met name het donkerste type minder op dan in open veld; Slate Grey ligt dichter bij de kleur van een oude zinken gevel die al patina heeft gekregen. Welke kleur het beste past bij een specifieke kavel, hangt af van de dichtheid van de beplanting en de hoeveelheid direct licht die er door de dag heen op de gevel valt; dat is iets wat met een monster op locatie beter te beoordelen is dan op een tekening.

Waar verticaal niet de aangewezen keuze is

Verticale banen zijn niet voor elke recreatiewoning de juiste keuze. Bij een gevel met veel doorbrekingen, zoals meerdere ramen en deuren op ongelijke hoogte, ontstaat een verzameling korte, ongelijke stroken tussen de openingen, en dat rommelige beeld is precies wat een rustig verticaal vlak zou moeten voorkomen. Bij een lage gevel, van pakweg twee meter hoog, voegt de verticale richting weinig toe: de banen zijn dan zo kort dat het verschil met horizontale banen nauwelijks te zien is, en de extra aandacht die de ondergrond en de hoekoplossing vragen, staat dan niet in verhouding tot het resultaat.

Wie twijfelt tussen verticaal en horizontaal voor een specifieke recreatiewoning, kan het beste met een tekening van de gevel en een paar foto's van de kavel langskomen. Aan de hand daarvan is te zien hoe de indeling uitkomt, waar de hoeken vallen en welke kleur bij de begroeiing past, voordat er een beslissing wordt genomen die op de gevel niet meer zomaar wordt teruggedraaid.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink