Klikzink

Zinklook op een woonhuis na tien jaar

Bij een woonhuis wordt het beeld niet van een afstand beoordeeld. U loopt er dagelijks langs, uw buren fietsen erlangs, en de gevel wordt op ooghoogte bekeken, van een meter of twee afstand, vaak in ander licht dan waarin u hem heeft gekozen. Die dagelijkse blik van dichtbij is precies waarom de vraag hoe het er over tien jaar uitziet hier zwaarder telt dan bij een loods die je alleen vanaf de weg ziet.

Wat er niet verandert

De kleur van deze stalen banen komt uit een fabriekscoating, GreenCoat Pural BT, die er in een gecontroleerd proces op is gebracht. Die coating verkleurt niet doordat het materiaal met de lucht reageert, zoals bij zink wel gebeurt. Nordic Night Black blijft zwart, Slate Grey blijft dat rustige grijsblauw, Metallic Dark Silver blijft die gedempte zilvertoon. Er ontstaat geen patina, geen vlekkerig grijswit dat na een paar jaar op onvoorspelbare plekken verschijnt. Wie daarom net voor deze uitvoering kiest, doet dat vaak juist om die voorspelbaarheid: het huis ziet er over tien jaar in grote lijnen uit zoals op de dag van plaatsing.

Dat is meteen ook waar het verschil met zink zit, en dat verschil is op een woonhuis het best te zien juist omdat u er zo dichtbij komt. Wij lopen dat uitgebreider door bij [waaraan je het verschil met zink ziet](/zinklook/woonhuis/verschil-met-zink), maar voor deze vraag is het kernpunt dit: zink verandert van kleur en oppervlak door een chemisch proces, staal met deze coating niet. Na tien jaar zink ziet u een ander materiaal dan op dag één. Na tien jaar van deze coating ziet u hetzelfde materiaal, iets ouder.

Wat er wel verandert, en waar u dat ziet

De coating is niet onsterfelijk, en op een woonhuis komt dat op specifieke plekken naar voren. Onder een dakrand waar regenwater steeds over dezelfde baan afloopt, kan na jaren een lichte glansverandering ontstaan; niet een vlek die opvalt van de stoep, maar iets dat u ziet als u er met de hand overheen gaat of er van dichtbij naar kijkt in laag ochtendlicht. Bij een gevel op het zuiden, met veel directe zon, is de kleurverandering over tien jaar doorgaans geleidelijker dan bij mensen vaak wordt verwacht, juist omdat de glansgraad al onder de 5 ligt: er is weinig glans om te verliezen. Een hoogglans oppervlak toont slijtage sneller dan een oppervlak dat al mat begint.

Waar het wel opvalt, is bij beschadiging. Een steiger die tegen de gevel heeft gestaan, een fietsstuur dat is aangetikt bij de garage, een tak die tegen de dakrand heeft gezwiept: op die plek is de coating plaatselijk beschadigd en dat zie je, ook na tien jaar, als een iets andere kleur op een klein oppervlak. Bij zink slijt zo'n beschadiging vaak vanzelf mee in het patina van de rest; bij deze coating blijft het zichtbaar als plek, tenzij hij bijgewerkt wordt. Voor een woonhuis waar de gevel op ooghoogte wordt bekeken, is dat iets om vooraf te weten, niet iets om achteraf van te schrikken.

De felsen en de schaduwlijn tussen de banen veranderen niet door veroudering; die blijven het geometrische lijnenspel dat op dag één is aangebracht, zoals we uitleggen bij [de schaduwlijn tussen de banen](/zinklook/woonhuis/schaduwlijn). Wat verandert is alleen het oppervlak van het staal zelf, niet de vorm van de gevel. Dat is voor een woonhuis relevant: een verspringing in schaduwpatroon door een verzakte klem of een losgeraakte fels valt sneller op dan een lichte kleurverschuiving, omdat het oog bij een vertrouwd gebouw vooral let op wat er ineens anders staat dan op wat er langzaam verandert.

Wanneer dit niet de goede keuze is

Op een aantal woonhuizen is deze voorspelbaarheid juist niet wat de eigenaar zoekt. Wie een gebouw wil dat zichtbaar meegroeit met de tijd, dat na twintig jaar een heel andere, verweerde uitstraling heeft dan bij oplevering, kiest bewust voor echt zink en het patina dat daarbij hoort, zoals wij bespreken bij [het patina dat zink wel krijgt](/zinklook/woonhuis/patina). Voor een verbouwing aan een monumentaal pand, of in een straat waar de buren allemaal een verouderd zinkdak hebben, kan een gevel die na tien jaar nog grotendeels op zichzelf lijkt juist uit de toon vallen in plaats van erbij passen. Ook bij een gevel die zwaar wordt blootgesteld aan mechanische schade, zoals een lage border langs een fietspad of een oprit waar fietsen en gereedschap tegenaan komen, is een oppervlak dat beschadiging blijft tonen minder geschikt dan een gevel die dat juist wegwerkt in zijn eigen verwering.

Wat het voor de keuze betekent

Voor de meeste woonhuizen is de belofte van deze uitvoering juist de rust die het geeft: geen onderhoud aan het oppervlak zelf, geen periodieke behandeling, en een kleur die niet afhankelijk is van regenval, oriëntatie of luchtvochtigheid. Dat is een ander soort mooi dan het verouderende zink, en de keuze daartussen hangt niet af van welke technisch beter is, maar van wat u over tien jaar wilt zien als u zelf voor uw huis staat. Heeft u die vraag voor uzelf beantwoord, dan is een monster van de drie kleuren de volgende stap; die geven we op verzoek mee, samen met een inschatting op tekening van hoe de banen op uw dak of gevel gaan lopen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink