Klikzink
Een aanbouw staat vaak op de plek waar de tuin het minste licht krijgt: tegen de achtergevel, onder een overstek, soms half onder een boom die er al stond voordat er iets bijgebouwd werd. Precies daar komt het meeste vuil op een dak of gevel terecht, en precies daar is de vraag hoe zinklook zich houdt het meest terecht.
Onder bomen gaat het vooral om twee dingen: bladval die op een plat of licht hellend vlak blijft liggen, en de aanslag van algen of mos die ontstaat waar het oppervlak lang vochtig blijft. Op een steil verticaal vlak spoelt regen dat grotendeels weg. Op een vlak dak of een gevel onder een grote overstek, waar de zon niet komt en de wind niet vrij spel heeft, blijft vocht langer staan en dat is waar groene aanslag het eerst verschijnt. Dat geldt voor elk donker, mat oppervlak, niet specifiek voor deze plaatstaal met zinkuiterlijk; het gebeurt op een pannendak net zo goed. Het verschil is dat u het op een grote, rustige vlakverdeling van felsbanen eerder ziet dan op een dak met een grof reliëf, omdat er minder textuur is om de vervuiling in weg te laten vallen.
Op het noorden, zonder bomen, speelt iets anders: hier is het niet blad maar de aanhoudende vochtigheid van een gevel die zelden droog staat in de zon. Dat werkt dezelfde aanslag in de hand, maar geleidelijker en vlakker verdeeld, vaak als een lichte waas in plaats van losse groene plekken. Bij Metallic Dark Silver valt die waas nauwelijks op, bij Slate Grey iets meer omdat de kleur zelf al richting het grijsgroene neigt, en bij Nordic Night Black valt vooral stof en stuifvuil op tegen de donkere ondergrond, terwijl een lichte waas er juist minder opvalt dan op een lichtere kleur.
Dit is een van de plekken waar de coating wel meespeelt, niet omdat ze vuil zou afstoten, maar omdat het gladde, gesloten oppervlak van de Pural BT-laag minder poriën heeft waar vocht en organisch materiaal zich in kunnen nestelen dan een ruw of geprofileerd materiaal. Dat betekent niet dat het schoon blijft; het betekent dat een regenbui er meer van meeneemt dan bij een poreus oppervlak. Op een vlak dat toch al weinig regen krijgt, zoals de kant van een aanbouw die tegen het hoofdhuis aan ligt, is dat verschil in de praktijk klein.
Een aanbouw is verder een bijzonder geval omdat het gebouw ernaast al bestaat en al een uiterlijk heeft. Bij nieuwbouw kiest u een dak en een gevel in één ontwerp; bij een aanbouw kiest u ervoor om aan te sluiten op wat er al staat, of om er juist een zichtbaar ander volume tegenaan te zetten. Dat is een bewuste keuze, en ze werkt door in hoe vuil en aanslag opvallen. Sluit u qua kleur en vlak aan bij een bestaand dak dat al jaren buiten staat en al wat mos en aanslag heeft, dan valt nieuwe aanslag op de aanbouw minder op omdat het beeld al niet blinkend schoon was. Kiest u er bewust voor om af te steken, met een strak nieuw vlak in bijvoorbeeld Metallic Dark Silver naast een ouder rood pannendak, dan is de aanbouw in de eerste jaren het schoonste element op het perceel, en wordt elk vlekje daarom sneller gezien dan wanneer het onderdeel was van een groter, ouder dak.
Daar zit een nuance die de moeite waard is om vooraf te bedenken: een nieuw, contrasterend vlak trekt de aandacht juist naar de plekken waar het niet meer helemaal schoon is, omdat die plekken op een verder gaaf oppervlak eerder opvallen dan op een dak dat toch al een verweerde uitstraling heeft. Dat is geen reden om van de keuze af te zien, maar wel een reden om te weten wat u kiest: een lichte kleur op een contrasterende aanbouw onder een boom zal na een paar jaar zichtbaar meer plekken laten zien dan diezelfde kleur op een vrijstaand bijgebouw in de volle zon.
De richting van het vlak speelt hier ook mee, los van de vraag welke kant de banen op lopen die wij op een andere pagina behandelen. Een plat of vlak hellend dakdeel van de aanbouw vangt bladval en houdt vocht vast; een steil, verticaal gevelvlak van dezelfde aanbouw doet dat veel minder. Bij een doorlopend beeld van dak naar gevel, zoals wij bespreken bij [dak en gevel in één beeld](/zinklook/aanbouw/dak-en-gevel), kan het dakdeel dus met de jaren een ander verouderingsbeeld krijgen dan het geveldeel, ook al is het dezelfde kleur en hetzelfde materiaal. Dat is geen gebrek, het is een gevolg van de hoek waarin het vlak staat ten opzichte van regen en licht.
Waar dit voor de meeste eigenaren in de praktijk op neerkomt: onder bomen en op het noorden moet u rekenen op een geleidelijke verandering van het beeld, met kans op groene plekken op de minst beregende delen, en op stof en stuifvuil dat vooral op de donkerste kleur zichtbaar wordt. Dat is een ander verhaal dan het proces waarbij echt zink met de tijd een eigen patina opbouwt; dat onderwerp behandelen wij apart, en het is goed om vooraf te weten dat dit materiaal dat patina niet krijgt, zoals wij uitleggen bij [het patina dat zink wel krijgt](/zinklook/aanbouw/patina). Hier gaat het niet om een laag die zich ontwikkelt, maar om vervuiling die aan de oppervlakte blijft liggen en die met regen, wind of af en toe een schoonmaakbeurt weer grotendeels verdwijnt.
Wanneer is dit voor een aanbouw dan geen goede keuze? Als het gaat om een klein, laag dakvlak dat volledig in de schaduw van een grote boom ligt, met bladval die zich er jaar na jaar opstapelt en zelden wordt schoongemaakt, dan zal vrijwel elk glad, donker materiaal daar aanslag laten zien, en een mat oppervlak verhult dat minder goed dan een structuurmateriaal met reliëf, zoals een rieten of leien dak waar vervuiling optisch opgaat in de textuur. Als u weet dat dit dakdeel nooit bereikbaar zal zijn voor onderhoud en u principieel geen enkele aanslag wilt zien, is een vlak met textuur, zoals de uitvoering met micro-lines, een betere keuze dan een volledig vlakke plaat, simpelweg omdat kleine onregelmatigheden in het beeld vervuiling minder hard laten opvallen dan een strak gepolijst vlak.
Een laatste punt dat vaak vergeten wordt: bij een aanbouw die dicht tegen het hoofdhuis aan staat, spat regenwater vanaf het bestaande dak soms rechtstreeks op het nieuwe vlak, met grond- of pannendeeltjes erin. Dat geeft een heel andere, meer lokale vervuiling dan algengroei: een streep of spatpatroon op een vaste plek, elke keer als het regent. Dat is met de detaillering van de aansluiting te beperken, maar het is geen kwestie van kleur of coating; het is een kwestie van waar het water vandaan komt voordat het op uw nieuwe gevel terechtkomt. Wilt u weten hoe dit voor uw eigen situatie uitpakt, dan denken wij op tekening mee, kosteloos, en kunt u de drie kleuren als monster naast uw bestaande gevel leggen om te zien hoe ze zich in uw specifieke lichtval en beschutting gedragen.