Klikzink

Zinklook garage: welke richting kiest u voor de banen

Een garage is meestal het laagste, kleinste gebouw op een perceel. Er staat vaak een huis naast dat al zijn eigen materiaal, kleur en vorm heeft, en de garage moet daar iets bij zijn zonder erbovenop te gaan zitten. De richting waarin de banen lopen, is een van de weinige keuzes die dat gevoel echt bepaalt, en het is een keuze die bij dit gebouwtype meer gewicht heeft dan bij een loods of een groot bedrijfspand, waar de schaal van het gebouw de banen toch wel klein maakt.

Staande banen trekken de blik omhoog. Op een garage die al bijna zo hoog is als breed, versterkt dat de indruk van een zelfstandig bouwvolume, iets dat om aandacht vraagt in plaats van zich te voegen. Bij een garage die tegen de garage van het huis of tegen een berging aan staat, kan dat juist averechts werken: het gebouwtje gaat harder ogen dan de bedoeling was, en trekt de aandacht weg van het huis waar het bij moet horen.

Liggende banen doen het tegenovergestelde. Ze leggen de nadruk op de breedte van de gevel en op de laagte van het geheel, en dat is precies wat een vrijstaande garage nodig heeft als hij ondergeschikt moet blijven aan het hoofdgebouw. Een garage van vier meter breed en drie meter hoog oogt met liggende banen lager en rustiger dan met staande, ook al verandert er aan de feitelijke afmetingen niets. Bij een oprit waar het huis via de garage wordt benaderd, is dat vaak precies het beeld dat gewenst is: het huis trekt de aandacht, de garage doet zijn werk zonder op te vallen.

Waarom richting hier zwaarder telt dan bij een groot pand

Bij een grote loods of een bedrijfshal met tientallen meters gevel valt de richting van de banen minder op, simpelweg omdat er zoveel vlak is dat het patroon zich herhaalt en oplost in de totale schaal van het gebouw. Bij een garage van een paar meter breed ziet u het hele vlak in één oogopslag, en dus ziet u ook de richting in één oogopslag. Er is geen ruimte om te wennen aan het patroon voordat het blikveld ophoudt; het beeld is compleet zodra u ernaar kijkt. Dat maakt de keuze voor staand of liggend bij een garage geen bijzaak, maar een van de eerste dingen die de garage vastlegt in verhouding tot zijn omgeving.

Er is nog een praktisch punt dat bij een garage sterker speelt dan bij een groot gebouw: de baanlengte. Onze banen zijn leverbaar van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter afgekort, en bij een garage met een gevelhoogte van pakweg drie meter is een staande baan dus in één stuk te maken, zonder lasnaad. Bij liggende banen op een gevel van vier tot zes meter breed is dat net zo goed het geval. Dat betekent dat de keuze voor richting bij een garage vrijwel nooit wordt beperkt door de plaatlengte: u kiest op basis van het beeld dat u wilt, niet op basis van wat er nog net past.

Wanneer de garage juist meer aanwezig mag zijn

Niet elke garage moet zich stilhouden. Bij een garage die los van het huis staat, aan de straatzijde zichtbaar is en zelf de eerste indruk van het perceel bepaalt, zoals bij veel bijgebouwen langs een oprit met een royale voortuin, kan een staande richting juist precies goed zijn. Het gebouw krijgt dan iets van een eigen gezicht, wat passend is als de garage functioneert als een soort poortgebouw voor het erf. Ook bij een garage met een flink hoog opgetrokken voorgevel, bijvoorbeeld om een verdieping erboven te kunnen gebruiken als atelier of berging, werkt een staande richting mee met de vorm die er al is in plaats van ertegen te werken. In die gevallen is de eis niet "onopvallend", maar "in balans met de hoogte", en dat is een andere opdracht.

De vergissing die we vaak zien, is dat de richting van de banen wordt gekozen naar de vorm van het dakvlak in plaats van naar de vorm van de gevel die vanaf de straat of vanaf het huis wordt gezien. Een garage met een flauw hellend dak en een lage, brede voorgevel krijgt met staande dakbanen een streperig beeld dat niet aansluit bij de brede, lage indruk die de gevel al maakt. Andersom geldt dat ook: een hoge garage met een steil dakvlak in liggende banen krijgt een gestapeld, wat log beeld, terwijl staande banen daar het dak juist zouden laten meelopen met de opgaande lijnen van de gevel.

Wat de richting doet in combinatie met het huis

Omdat een garage vaak in het gezichtsveld van het huis staat, of er zelfs tegenaan gebouwd is, werkt de richting van de banen ook door in hoe de twee gebouwen samen ogen. Een huis met liggende beplating of liggend metselwerkverband en een garage met staande banen ernaast gaan elkaar tegenspreken; de blik van de kijker wordt twee keer een andere kant op gestuurd. Kiest u de richting van de garage gelijk aan de dominante lijnen van het huis, dan sluit het bijgebouw zich aan bij het geheel zonder dat er iets aan het materiaal zelf verandert. Dat is meestal de veiligste keuze wanneer het uitgangspunt is dat de garage niet moet opvallen: niet een andere kleur, niet een ander baanoppervlak, maar dezelfde richting als het hoofdgebouw.

De drie kleuren en de drie uitvoeringen van het vlak, van glad tot met verstijvingsril of micro-lines, blijven bij elke richting hetzelfde. De richting van de banen is dus een keuze die u los van kleur en oppervlak kunt maken, en die u pas laat vaststaan als u weet vanaf welke kant de garage voor het eerst gezien wordt: van de straat, vanaf de oprit, of vanuit de tuin naast het huis. Wij denken daarin mee op basis van een tekening of een foto van de situatie, kosteloos en zonder dat daar al een bestelling aan hangt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink