Klikzink

Zinklook bij horecagebouw: de gevelhoek in beeld

Bij een horecagebouw is er meestal één plek waar de blik als eerste blijft hangen, en dat is niet het midden van de gevel maar de hoek. De plek waar twee vlakken samenkomen, vaak precies bij de entree of bij het terras, is waar mensen even stilstaan voordat ze naar binnen gaan. Overdag is dat een kwestie van licht en schaduw. Zodra de zon weg is en de spots en de gevelverlichting het overnemen, verandert diezelfde hoek in een heel ander soort beeld. Wie hier zinklook toepast, ontwerpt eigenlijk twee gevels op één plek: een dagversie en een avondversie, en die twee moeten allebei overtuigen.

Overdag werkt de hoek doordat het materiaal het licht niet spiegelt. De banen op de ene gevel liggen anders in het licht dan de banen op de andere, en omdat het oppervlak van deze stalen felsbanen een glansgraad heeft die onder de vijf blijft, ontstaat er geen felle lichtflits op het punt waar de gevels samenkomen. Er ontstaat een verschil in donkerte: het ene vlak iets doffer, het andere iets lichter, met de fels op de hoek als scherpe lijn ertussen. Dat is precies het soort detail waar het oog op reageert zonder dat een voorbijganger kan zeggen waarom.

Bij kunstlicht verandert die logica. Een matte coating kaatst geen scherp beeld van een lamp terug, maar geeft wel een zachte lichtgloed af als het licht er rakelings over strijkt. Bij een horecagevel wordt er vaak met opzet strijklicht gebruikt: een lijnverlichting laag bij de grond, of spots die vanaf de luifel omlaag schijnen. Op een plat, gestreken oppervlak zou dat een scherpe, harde streep licht geven. Op deze felsbanen loopt het licht mee in de richting van de banen en wordt het zachter verdeeld over het vlak. Op de hoek zelf, waar de fels van de ene gevel de fels van de andere ontmoet, ontstaat daardoor 's avonds een dieper contrast dan overdag: het licht valt anders op elk vlak, en de schaduwlijn die overdag subtiel was, wordt 's avonds een duidelijke, donkere naad tussen twee helderheden.

Hoek als scharnierpunt van de lichtrichting

De reden dat een gevelhoek zich anders gedraagt dan een recht vlak, zit in de richting van de banen. Loopt de fels verticaal door, dan loopt het licht van onder- of zijverlichting anders over het materiaal dan wanneer de banen horizontaal liggen. Bij verticale banen, wat op een horecagevel vaak gekozen wordt omdat het de gevel hoger laat lijken, valt kunstlicht dat van onderaf komt in lange, smalle lichtstroken langs elke baan. Op de hoek zelf ontmoeten twee van die lichtpatronen elkaar in een hoek van negentig graden, en dat kan heel behoorlijk werken, of juist onrustig ogen als de plaatsing van de verlichtingsarmaturen niet is doorgedacht op die exacte plek. Bij horizontale banen ligt dat anders: het licht strijkt dan over de breedte van elke baan, en op de hoek zie je vooral hoe de schaduwranden van boven- en onderkant van elke plaat samenkomen. Wat wij aanraden, is om bij het ontwerp van de verlichting het armatuurplan en het felsplan naast elkaar te leggen voordat er iets besteld wordt. Een lamp die precies op de hoek gericht staat, licht het materiaal daar anders uit dan een lamp die twee meter verderop hangt, en bij dit soort scherpe, matte lijnen valt dat verschil sneller op dan bij een gepleisterde gevel.

Waar het misgaat: te veel licht recht op de hoek

De fout die we in de praktijk het meest zien, is verlichting die recht op de hoek gericht staat met de bedoeling om die juist te accentueren. Bij een spiegelend materiaal zou dat een lichtpunt geven, maar bij een dof, mat oppervlak als deze staalplaat gebeurt er iets anders: het licht verdwijnt half in het oppervlak en de hoek valt juist minder op dan de rest van de gevel, omdat er geen scherp lichtpunt ontstaat om het oog naar te trekken. Wie een uitgesproken lichtaccent op die hoek wil, moet dat met een aparte lichtlijn of een inbouwspot in de bestrating regelen, niet verwachten dat het materiaal zelf dat effect geeft. Andersom geldt ook: als een terras 's avonds vooral wordt verlicht door felle, kleine puntbronnen zoals stringverlichting, dan verdwijnt het subtiele verschil tussen de twee gevelvlakken helemaal in de algehele gloed, en was de zorgvuldige keuze voor deze uitvoering feitelijk voor niets, want niemand ziet 's avonds nog waarom die hoek zo gedetailleerd is uitgevoerd.

Er is ook een situatie waarin deze keuze voor de gevelhoek gewoon niet de juiste is. Bij een horecagebouw waar de gevelhoek 's avonds het decor moet zijn voor foto's, voor sociale media, voor een sfeer die draait om warm, goudkleurig licht tegen een donkere achtergrond, kan een heldere, reflecterende belijning met bijvoorbeeld een messing of geborsteld metalen randafwerking beter werken dan een volledig mat, donker vlak. Het materiaal dat wij leveren is gemaakt om licht te dempen, niet om het te laten oplichten. Wie op zoek is naar een hoek die 's avonds actief schittert en het licht terugkaatst naar de gasten op het terras, moet dat elders zoeken, of het effect met apart aangebrachte lichtlijnen bereiken in plaats van te verwachten dat de gevelbekleding dat zelf doet.

De schaal van de hoek in verhouding tot de baanbreedte

Een praktisch punt dat vaak wordt onderschat: de werkende breedte van de banen is 475 millimeter, en bij een gevelhoek betekent dat vrijwel altijd dat er een baan wordt afgesneden om precies op de hoek uit te komen. Bij een rechte gevel valt een smallere restbaan tussen twee volle banen niet zo op, maar op een hoek, waar het oog toch al even blijft hangen, is een merkbaar smallere baan net naast de hoeklijn iets wat wij liever vermijden. Omdat onze banen op de millimeter worden afgekort, kunnen we bij de tekening al rekening houden met de plaats van de hoek, zodat de baanverdeling symmetrisch uitkomt op beide gevels en de hoeklijn niet per ongeluk half in een baan valt. Dat is precies het soort detail dat wij graag vooraf doorrekenen, zonder kosten voor het meedenken op tekening.

Wat er in de praktijk gebeurt, is dat een architect of aannemer ons een tekening stuurt van de gevelhoek met de gewenste lichtpositie erbij, en dat wij samen kijken hoe de banen, de felsrichting en het lichtplan op elkaar aansluiten. Soms betekent dat een kleine aanpassing in de plaats van een armatuur, soms een andere baanverdeling. Voor drie kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zijn monsters beschikbaar, en die kunnen we aanraden om juist bij avondlicht te bekijken, op de plek zelf of onder vergelijkbare verlichting, omdat een monster onder daglicht in de showroom een ander beeld geeft dan hetzelfde monster onder een warme spot in de avond.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink