Klikzink
Bij een horecagebouw komt er meer tegen de gevel dan bij een woonhuis of een kantoor. Terrasstoelen die tegen de plint schuiven, een leverancier die met een steekwagen langs de zijgevel rijdt, fietsen die tegen de gevel geparkeerd worden omdat er nu eenmaal geen andere plek is. De gevel staat op ooghoogte van iemand die aan het bier zit, en dat is een andere blootstelling dan een dak of een gevel op vier meter hoogte.
De coating van deze platen is een gelakte laag van 50 micrometer op verzinkt staal, geen dikke beschermlaag die krassen zelf herstelt. Een harde, puntige klap door het lak heen legt het zink daaronder bloot, en dat plekje gaat op termijn anders verkleuren dan de rest van de plaat. Een schuurbeweging, zoals een fietsslot dat langs de plaat sleept, laat vaak alleen een oppervlakkige matte veeg achter die in het dagbeeld nauwelijks opvalt, zeker in een donkere kleur als Nordic Night Black. Het onderscheid tussen die twee, een lakschade die het zink raakt en een oppervlakkige schuring die alleen de mat verstoort, is precies waar de zichtbaarheid om draait.
Het plafond en de mat bepalen wat je overdag ziet. De glansgraad van deze platen ligt onder de 5, wat het licht diffuus terugkaatst in plaats van het te spiegelen. Een verse kras heeft, in elk geval eerst, vaak wél een beetje glans, omdat het beschadigde vlak anders reflecteert dan de omringende mat. Op een grijze middag, met bewolkt licht van boven, valt dat weinig op. Op een zonnige namiddag met laagstaand licht dat schuin over de gevel strijkt, licht diezelfde kras zichtbaar op, precies zoals ook de schaduwlijn tussen de banen dan sterker wordt, zoals wij uitleggen bij [de schaduwlijn tussen de banen bij een horecagebouw](/zinklook/horecagebouw/schaduwlijn).
Een horecagevel werkt 's avonds anders dan overdag, en dat is precies de reden dat wij deze vraag apart behandelen. Terrasverlichting, wandspots, een lichtstrip onder de luifel: die lichtbronnen staan vaak laag en dichtbij, en laag, dichtbij licht doet iets anders met een oppervlak dan hoog daglicht van veraf. Het scheert over de gevel in plaats van erop te vallen, en juist dat scherend licht maakt een oneffenheid zichtbaarder, of het nu een deuk, een kras of een lasnaad is. Een schram die overdag onder diffuus licht wegvalt in de mat, kan 's avonds onder een spot op een meter afstand als een streepje glans opduiken.
Dat werkt ook averechts in het voordeel van de gevel: dezelfde eigenschap die een kras 's avonds zichtbaarder maakt, maakt ook de baan zelf en de schaduwlijn tussen de banen 's avonds scherper en grafischer. Wie voor de avondbeleving van de gevel kiest, met warm kunstlicht dat langs de banen speelt, aanvaardt daarmee ook dat kleine beschadigingen in dat scenario meer opvallen dan bij een gevel die alleen bij daglicht wordt bekeken. Dat is een afweging die je vooraf maakt, niet iets waar je achteraf tegenaan loopt.
Op plaatsen waar je weet dat er contact komt, een terrasplint, een hoek bij de fietsenstalling, een zone waar het personeel met karren langsloopt, kan het zinvol zijn om vooraf een andere aanpak te overwegen dan op de rest van de gevel. Denk aan een aanrijdstootrand van een ander materiaal op exact die plek, of aan het bewust kiezen van de donkerste kleur, Nordic Night Black, in de zones die het meest te verduren krijgen, omdat een beschadiging op donker minder verkleuring laat zien dan op een lichtere kleur als Metallic Dark Silver. Dat is geen garantie dat er niets te zien is, het is een manier om de kans op een opvallende plek te verkleinen.
Ook de uitvoering van het vlak speelt hierin mee. Een vlak met micro-lines of een verstijvingsril breekt het oppervlak optisch al op in fijne lijnen, waardoor een enkele kras minder als vreemd element opvalt dan op een volledig vlakke, gladde plaat waar elke onregelmatigheid meteen de aandacht trekt. Bij een groot vlak op een horecagebouw, bijvoorbeeld een zijgevel zonder ramen die uitkijkt op het terras, is dat een overweging die los staat van welke kleur er gekozen wordt.
Als een gevel op ooghoogte structureel blootstaat aan zwaar contact, een laad- en losstraat waar pallets tegenaan schuren, een fietsenstalling die letterlijk tegen de plaat leunt, dan is een gelakte stalen plaat op die precieze plek niet de sterkste keuze. De coating is gemaakt om weer en licht te weerstaan, niet om herhaalde mechanische slijtage op te vangen. In dat geval is het verstandiger om op de onderste meter een ander, robuuster materiaal te plaatsen en de zinklook boven die zone te laten beginnen, zodat het beeld van de banen intact blijft waar het gezien wordt en de plint doet wat een plint moet doen. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en leveren de platen vervolgens op maat af zodat de overgang geen rare restmaat wordt.
Een kras die er eenmaal is, gaat niet vanzelf weer weg zoals dat bij zink kan gebeuren doordat het patina zich over de jaren opnieuw sluit; dat verschil met echt zink is een van de plekken waar het materiaal zich het duidelijkst verraadt, zoals wij toelichten bij [waaraan je het verschil met zink ziet bij een horecagebouw](/zinklook/horecagebouw/verschil-met-zink). Bij een zichtbare beschadiging op een horecagevel is vervanging van de betreffende baan de gangbare oplossing, en dat is met deze platen goed te doen: ze worden op de millimeter afgekort geleverd, zodat een enkele baan te vervangen is zonder de rest van het vlak aan te tasten. Weet u waar op uw gevel de kans op contact het grootst is, dan helpt het om dat gewoon te benoemen voordat de keuze voor kleur en uitvoering wordt gemaakt.