Klikzink
Een horecagebouw hangt vaak vol licht dat er overdag niet is. Spots onder de overkapping, een lichtlijn langs de dakrand, een terrasverlichting die tegen de gevel schijnt zodra het buiten donker wordt. Dat verandert de vraag die u zich stelt bij de gevelbekleding. Het gaat niet alleen om hoe het gebouw eruitziet op een grijze middag, maar ook om hoe het reageert zodra het kunstlicht aangaat. Zinklook en leisteen zijn daarin allebei donkere, matte materialen, maar ze doen fundamenteel iets anders met dat licht, en dat komt door de maat van de eenheid waaruit de gevel is opgebouwd.
Leisteen is klein. Een leiblad is doorgaans niet groter dan een paar decimeter, en op een gevel of dak liggen ze in een dekking met horizontale overlappen en een fijne, onregelmatige textuur. Van een afstand oogt dat als een grofkorrelig vlak, bijna als een stof. Onder kunstlicht dat schuin over de gevel scheert, licht elk leiblad een beetje anders op door de kleine verschillen in stand en dikte. Dat geeft een levendig, wat ruw beeld, precies wat veel mensen bij leisteen zoeken. Op een horecapand met een lange, rustige gevel kan die textuur ook onrustig gaan werken zodra er meerdere lichtpunten op schijnen: veel kleine schaduwtjes die elkaar overlappen.
Zinklook werkt met een heel andere eenheid. De banen zijn 475 millimeter breed en lopen in één lijn door, van dakrand tot gevelvoet als het even kan. Tussen de banen zit één rechte, opstaande fels van 35 millimeter, en dat is de enige schaduwlijn die er is. Onder kunstlicht betekent dat een gevel met een paar lange, scherpe lijnen in plaats van honderden kleine. Bij een restaurant met een lichtstrip onder de dakoverstek zien we dat de fels die lijn oppikt en doortrekt over de hele breedte van het pand: één doorgaand streepje licht en schaduw, geen ruis.
Er zijn horecagebouwen waarbij die kleinschalige textuur precies het punt is. Een pand met een lage, brede kap, ingebed tussen bomen, met her en der een lantaarn: daar geeft leisteen een zachtheid die zinklook niet heeft. De felsen van zinklook blijven onder alle omstandigheden strak en geometrisch; dat is de kracht van het materiaal, maar het is ook een keuze die niet bij elk beeld past. Als de opdracht een ambachtelijke, wat rommelige uitstraling vraagt, met schaduwpartijen die van avond tot avond net anders liggen, dan is leisteen eerlijk gezegd de logischere weg. Wij zeggen dat liever nu dan achteraf.
Zinklook wint het juist waar de gevel functioneert als achtergrond voor iets anders: het terras, de belichting, het silhouet van het gebouw tegen de avondhemel. Bij een gebouw waar de horecaformule draait om zicht op en vanaf het terras, telt de gevel vooral als rustig vlak dat de aandacht niet naar zich toe trekt. Een grote, ononderbroken plaat met een paar strakke lijnen doet dat beter dan een oppervlak met honderden kleine hoogteverschillen. We werken dat verder uit bij [de baanbreedte en de schaal bij een horecagebouw](/zinklook/horecagebouw/baanbreedte), want de maat van de baan is precies waar dit verschil in beeld ontstaat.
Een tweede punt waarop de twee materialen uiteenlopen, is de glans, en dat wordt bij kunstlicht belangrijker dan bij daglicht. Natuurleisteen heeft een oppervlak dat licht behoorlijk richting-afhankelijk terugkaatst; sommige stukken glimmen net iets, andere zijn stomp. Onder felle spots kan dat leiden tot een gevel met wisselende glansplekken, wat bij natuursteen normaal is en er ook bij hoort. Zinklook heeft een coating met een glansgraad onder de 5, dus vlak over de hele oppervlakte, ook onder kunstlicht van dichtbij. Een spot die op de gevel schijnt geeft geen fel hoogtepunt, geen spiegeling, maar een gelijkmatige, dove waas over de plaat. Voor een horecagebouw waar 's avonds het meeste bezoek komt, is dat vaak precies waarom voor zinklook wordt gekozen: het oppervlak doet niets onverwachts als de lampen aangaan.
De drie kleuren die er zijn, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zijn met dat oogpunt gekozen: donker genoeg om als achtergrond te werken, licht genoeg om onder spots niet in het zwart te verdwijnen. Slate Grey ligt qua toon dicht bij een matte leisteen, wat kan verklaren waarom die twee vaak in dezelfde overweging terechtkomen. Het verschil zit dan niet in de kleur maar in wat we hierboven al noemden: de maat van het vlak en de manier waarop het licht erover valt.
Overdag, zonder kunstlicht, verschuift de vergelijking weer. Leisteen krijgt dan zijn eigen leven door weer en zonlicht; het materiaal is nooit helemaal gelijk van kleur en dat wordt in de loop van jaren nog wat grilliger. Zinklook verandert nauwelijks: de coating vergrijst of verkleurt niet zichtbaar op een termijn die u zou merken, en het oppervlak van vandaag is ook het oppervlak van over tien jaar. Voor een horecazaak die 's ochtends open is voor koffie en 's avonds voor het diner, betekent dat een gevel die op beide momenten hetzelfde silhouet toont, alleen anders belicht. Bij leisteen is dat verschil er ook, maar dan in twee richtingen: het materiaal zelf verandert langzaam mee met de jaren, en het licht verandert per dagdeel.
Er is nog een praktisch punt dat bij een horecagebouw vaker meespeelt dan bij woningbouw: het gewicht op de dakconstructie en de snelheid van uitvoering, zeker als er onder tijdsdruk gebouwd of verbouwd wordt tussen twee seizoenen. Leisteen wordt los per stuk gelegd en is aanzienlijk zwaarder per vierkante meter dan stalen felsbanen, die ongeveer 5 kilo per vierkante meter wegen en in lange, op maat gewalste stroken worden aangebracht. Dat zegt niets over hoe het eruitziet, maar het is vaak de reden waarom een aannemer die al voor het beeld van zinklook had gekozen, daar ook in de uitvoering bij blijft.
Als het pand vooral 's avonds leeft, met spots op het terras en op de gevel, is een groot, mat en strak vlak doorgaans de sterkere keuze, en dat is precies het beeld dat zinklook geeft. Als het gebouw juist gedijt bij een kleinschalige, wat organische textuur die overdag en 's avonds allebei hun eigen leven leiden, is leisteen het overwegen waard, ook al is dat niet ons product. Wij denken op tekening mee, kosteloos, en hebben van alle drie de kleuren monsters liggen op Boylestraat 22 in Ede, zodat u het verschil onder uw eigen verlichting kunt zien voordat er iets besteld wordt.