Klikzink

Zinklook horecagebouw van dichtbij bekeken

Bij een horecagebouw staat er altijd iemand dicht op de gevel. Bij de ingang wachtend op een tafel, aan de bar die tegen het raam grenst, op het terras met de rug naar de wand. Dat is anders dan bij een loods of een woonhuis, waar de gevel meestal van een afstand wordt bekeken, vanaf de weg of vanaf de oprit. Hier staat de gevel op ooghoogte, op handafstand, onder een terrasluifel of naast de deur waar mensen roken. Die afstand verandert wat er van het materiaal te zien is, en dat is precies waar de vraag om zinklook op scherp komt te staan.

Op tien meter afstand doet een zinklook gevel wat hij moet doen: hij toont banen, een schaduwlijn, een rustig oppervlak zonder glans. Op die afstand ziet niemand of het staal is of zink. Op een meter afstand verandert dat. Dan ziet u de fels zelf, de opstaande naad van 35 millimeter, en u ziet dat die naad volstrekt gelijk is over de hele lengte van de gevel. Bij zink dat op een bouwplaats is gefelst, zit er altijd een beetje leven in die naad: een lichte bocht, een net iets andere hoek per meter, het handwerk van iemand die met een gereedschap langs een plaat is gegaan. Bij onze banen is de fels machinaal gezet, in de fabriek, en dat betekent dat hij overal exact hetzelfde profiel heeft. Van dichtbij is dat het eerste dat opvalt: niet de kleur, niet de glans, maar de volmaakte herhaling van de naad.

Of dat een probleem is, hangt af van wat voor horecagebouw het is. Bij een grand café met een gevel van vijftien meter breed, waar gasten aan tafeltjes zitten en zelden hun hand op de gevel leggen, is die herhaling geen punt: iedereen bekijkt het geheel, niemand bestudeert de fels. Bij een kleine tapasbar met een ingang van twee meter breed, waar de wachtende rij letterlijk tegen de gevel aan staat, is de kans groter dat iemand met een vinger langs de naad gaat en de regelmaat opmerkt. Dat is het moment waarop dit de verkeerde keuze kan zijn: als de architectuur juist inzet op het tonen van handwerk, op een gevel die je van dichtbij mag aanraken en waarderen om de onregelmatigheid, dan werkt een machinaal gelijke fels tegen die intentie in plaats van ervoor.

Het tweede dat van dichtbij zichtbaar wordt is het oppervlak zelf, en dat is waar de coating zijn werk doet. Van een meter afstand ziet u geen vlak metaal, maar een oppervlak met een lichte korrel, een dofheid die het licht opneemt in plaats van teruggeeft. Dat is de glansgraad onder de 5 die met opzet zo laag is gehouden. Bij kunstlicht, en dat is bij een horecagebouw zelden weg te denken, is dit onderdeel waar het beeld overdag en 's avonds echt anders wordt beproefd dan bij een willekeurig ander gebouw. Overdag valt zonlicht schuin over het vlak en de dofheid absorbeert dat rustig. 's Avonds, met een spot vlak boven de deur of een lichtlijn onder de luifel, valt het licht van dichtbij en onder een scherpe hoek op het oppervlak. Bij echte glans zou dat een felle lichtvlek geven, een blinkende plek precies waar niemand hem wil. Bij deze coating blijft het oppervlak ook dan mat, en dat is meetbaar het verschil tussen een gevel die 's avonds prettig oogt en een gevel die op de foto's van gasten een onbedoelde spiegeling laat zien naast de kaarsjes op tafel.

Waar het dichtbij wél afwijkt van echt zink, is in de textuur van het metaal zelf. Zink krijgt in de loop van jaren een oppervlak met een lichte structuur, een soort levende ruwheid die ontstaat doordat het materiaal zelf met de lucht reageert. Van dichtbij is dat te voelen en te zien: geen egale vlakte, maar een oppervlak met karakter, met plekken die iets lichter of donkerder zijn dan de rest. Onze platen blijven, ook na jaren, een gelijkmatiger oppervlak houden. Dat is een bewuste eigenschap van de coating, niet een gebrek, maar het is wel het punt waarop een kenner die met de neus op de gevel staat het verschil ziet. Bij een horecaterras waar gasten uren zitten en tijd hebben om details op te merken, is de kans groter dat iemand dat verschil daadwerkelijk registreert dan bij een gebouw waar mensen alleen in het voorbijgaan kijken.

De verstijvingsril en de micro-lines spelen op deze afstand een andere rol dan op tien meter. Van veraf houden ze een groot vlak optisch rustig, ze breken de vlakte zonder de baanstructuur te verstoren. Van dichtbij worden ze zelf zichtbaar als apart element: fijne lijnen in het midden van elke baan, die bij laag invallend kunstlicht een subtiele schaduw kunnen werpen. Bij een gevel die 's avonds wordt aangelicht kan dat gewenst zijn, het geeft extra reliëf aan een verder vlak vlak. Bij een gevel waar juist rust gezocht wordt in het directe zicht, bijvoorbeeld bij een deel dat vlak naast de glazen pui zit waar mensen aan de bar zitten en recht op de gevel kijken, kan diezelfde ril juist onrustig ogen omdat hij van die afstand als een losse lijn wordt gelezen in plaats van als onderdeel van het grote geheel.

Er is nog een detail dat pas op een meter afstand opvalt: de rand van de plaat, daar waar een baan overgaat in de volgende of waar het vlak langs een deur of raam afsluit. Omdat de klemmen onder de fels verstopt zitten, ziet u geen schroeven of bevestigingspunten; het vlak sluit strak af zonder zichtbare hardware. Van dichtbij, precies naast een deurkozijn waar gasten hun hand op de gevel kunnen leggen terwijl ze wachten, is dat een detail dat wél opvalt in positieve zin: geen boutjes, geen roestplekjes rond een schroef, alleen de doorlopende lijn van de fels tot aan de rand.

Wie dit voor een horecagebouw overweegt, doet er goed aan om niet alleen op tien meter te kijken, maar ook een monster in de hand te nemen en het onder verschillend licht te bekijken, bij daglicht en bij een lamp die vergelijkbaar is met de terrasverlichting die er komt. Wij hebben monsters van alle drie de kleuren, en het is geen moeite om samen op tekening te kijken naar de plekken waar gasten daadwerkelijk dicht op de gevel staan, zodat u vooraf weet wat er op die afstand te zien zal zijn.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink