Klikzink
Een horecagebouw wordt op twee heel verschillende momenten bekeken. Overdag staat de gevel in daglicht, tussen de bomen van het terras of tegen de lucht, en moet hij rustig ogen naast tafels, parasols en mensen die er langslopen. 's Avonds gaat het licht aan: spots onder de luifel, lantaarns op het terras, verlichting die vanuit de zaak naar buiten valt. Dezelfde gevel krijgt dan een ander karakter, en de kleur die overdag klopte moet dat 's avonds ook nog doen. Dat is de vraag die bij dit gebouwtype meespeelt en bij een loods of een woonhuis veel minder.
De drie kleuren die wij leveren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zijn alle drie mat, met een glansgraad onder de 5. Dat is geen slogan, dat is de reden dat ze zich anders gedragen onder kunstlicht dan een blinkend of gelakt oppervlak. Een glanzend materiaal gooit het licht van een spot in een felle streep terug, en die streep verschuift met de kijkhoek: mensen die aan verschillende tafels zitten, zien een andere gevel. Een mat oppervlak verstrooit dat licht. Er ontstaat geen harde lichtvlek, maar een zachtere, gelijkmatige gloed over het vlak. Voor een terras waar mensen nu eenmaal vanuit allerlei hoeken naar de gevel kijken, is dat precies het verschil tussen een gevel die rustig blijft staan en een gevel die 's avonds gaat schitteren op plekken waar u dat niet had gepland.
Het zwart is overdag het meest grafische van de drie: het tekent de baanindeling en de schaduwlijn het scherpst, en tegen een lichte lucht of een groene omgeving staat het gebouw er stevig bij. 's Avonds, met spots erop, gebeurt er iets anders. Zwart absorbeert veel licht, dus de gevel wordt niet lichter, maar de plekken waar het licht wel raakt, contrasteren sterker met de rest. Bij een luifel met spots die strak naar beneden schijnen, geeft dat een gevel die er 's avonds bijna als een decor bij staat: donkere vlakken, met daartussen een paar heldere lichtvegen op de fels of de rand. Dat werkt goed bij een pand dat op smaak wil zijn, een cocktailbar of een restaurant dat bewust weinig licht op de gevel zelf zet en het licht op de tafels en de ingang concentreert. Bij een familierestaurant met veel terrasverlichting, lantaarns en sfeerverlichting in de bomen, kan zwart 's avonds juist wegvallen tot een silhouet, en dat is niet altijd wat je wilt van de gevel die je zaak moet laten herkennen vanaf de weg.
Slate Grey is de kleur die het dichtst bij traditioneel zink blijft en die het meest voorspelbaar reageert op licht, in de goede zin. Overdag pakt hij de kleur van de lucht een beetje mee, van koel bij bewolking tot iets warmer bij avondzon. Onder kunstlicht blijft hij herkenbaar zichzelf: hij wordt lichter waar het licht raakt, zonder de sterke schaduwval van zwart of de kille afstand die zilver soms kan hebben onder een koude LED-spot. Voor een horecagebouw dat zowel overdag als 's avonds een gelijkmatig, verzorgd beeld wil geven zonder veel drama, is grijs vaak de kleur die het minste risico geeft op een onaangename verrassing bij het testen van de verlichting achteraf. Dat maakt het niet de meest spectaculaire keuze, maar wel de meest betrouwbare als u geen aparte lichtplan-sessie voor de gevel wilt organiseren.
Metallic Dark Silver heeft, ondanks de lage glansgraad, iets meer leven in het oppervlak dan de andere twee: er zit een fijne metallic structuur in de coating die bij bepaalde lichthoeken zacht opflikkert. Overdag valt dat nauwelijks op, het blijft een rustig dof grijs. 's Avonds, met spots die laag en schuin over de gevel strijken, zoals vaak het geval is bij verlichting onder een luifel of in een nis, kan die structuur net genoeg licht opvangen om de gevel iets levendiger te maken dan een volledig vlakke kleur zou doen. Voor een horecagebouw waar de eigenaar bewust met lichtaccenten werkt, een uitgelicht logo, een spot op de ingang, wandlampen die omhoog stralen, kan dat net het beetje beweging geven dat zwart en grijs niet hebben. Het risico is dat die metallic flikkering bij goedkope of te felle verlichting onrustig gaat aanvoelen, vooral als er meerdere lichtbronnen onder verschillende hoeken op dezelfde gevel staan. Bij zo'n situatie is het geen verkeerde kleur, maar wel een kleur die om overleg met de lichtplanner vraagt voordat de armaturen definitief hangen.
Er zijn horecagebouwen waarbij de kleurkeuze in zinklook helemaal niet het probleem oplost dat er speelt. Als de verlichting zelf te fel, te wit of te ongelijk verdeeld is, gaat elke gevelkleur er onrustig uitzien, mat of niet. Een paar felle spots op een verder onverlichte gevel maken van elk materiaal een gevel met harde lichtvlekken; dat is een verlichtingsvraagstuk, geen materiaalvraagstuk, en wij zouden hier iemand die alleen over kleur belt, ook op wijzen. En bij een pand waar de gevel vooral overdag moet werken, bijvoorbeeld een lunchroom die 's avonds dicht is, weegt het avondbeeld nauwelijks mee en kan de keuze veel simpeler op de omgeving en de baksteen of het hout ernaast gebaseerd worden, zonder rekening te houden met kunstlicht dat er nooit op valt.
Omdat licht 's avonds zo veel doet met een oppervlak, raden wij bij een horecagevel aan om een monster van de gekozen kleur echt buiten te bekijken op het moment dat de terrasverlichting of de gevelspots aan zouden staan, niet alleen in daglicht op een tekentafel. Wij hebben van alle drie de kleuren monsters beschikbaar, en het meedenken over welke kleur bij uw lichtplan past kost niets. Een gevel die er overdag rustig bij staat en 's avonds precies het beeld geeft dat bij de zaak past, is meestal het resultaat van die twee momenten samen bekeken, niet van één keer in het daglicht kijken en hopen dat het 's avonds ook klopt.