Klikzink
Bij een horecagebouw hangt er, meer dan bij een loods of een woonhuis, altijd wel iemand naar het dak of de gevel te kijken. Niet omdat het moet, maar omdat een terras, een entree of een parkeerplaats naar dat vlak toe gericht is terwijl er gegeten, gedronken of gewacht wordt. Zonnepanelen op zo'n dak of gevel worden dus gezien, en de vraag is niet of ze passen binnen het vlak, maar of ze het beeld overnemen of erin opgaan.
Onze felsbanen hebben een werkende breedte van 475 millimeter en een fels van 35 millimeter die haaks opstaat. Dat geeft een duidelijke maat om panelen op af te stemmen. Een paneel van ongeveer 1 meter breed beslaat dan grofweg twee banen; een rij panelen die precies op de felsen begint en eindigt, oogt als een bewuste strook binnen het dakvlak, niet als iets dat er later is opgeplakt. Bij een restaurant met een plat of licht hellend dak dat vanaf de weg of vanaf een verdieping ertegenover te zien is, is dat vaak de betere keuze: de rij panelen krijgt zijn eigen regelmaat, evenwijdig aan de banen, en het vlak blijft leesbaar als één geheel met daarin één strook techniek.
Er zijn situaties waarin uitlijnen juist de aandacht vestigt op de panelen, terwijl u ze liever een terugtrekkende rol geeft. Op een gevel bijvoorbeeld, waar zonlicht schuin invalt en de schaduwlijn tussen de banen al de belangrijkste tekening van het vlak vormt: als de panelen daar strak op meelopen, ontstaat een tweede rooster naast het eerste, en die twee rasters gaan met elkaar concurreren in plaats van elkaar te versterken. In dat geval kan het beter zijn de panelen juist niet op de banen te leggen, ze in een blok te groeperen op een plek waar het vlak toch al onderbroken wordt (bij een dakrand, een luchtkanaal, een schoorsteen), en de rest van het vlak ongestoord te laten. De rangschikking is dan geen esthetische opsmuk maar een keuze over waar u de aandacht wel en niet naartoe leidt.
Wat een horecagebouw onderscheidt van bijvoorbeeld een kantoor, is dat het gevel- of dakvlak vaak twee keer per dag een andere rol speelt. Overdag is het een rustig, dof achtergrondvlak: de matte coating met een glansgraad onder de 5 kaatst geen fel licht terug, en de panelen, als ze goed geplaatst zijn, lezen als een tweede laag structuur binnen dat vlak. 's Avonds verandert dat. Met kunstlicht erop, of met een gevel die zelf verlicht wordt vanaf het terras of vanaf de luifel, wordt het reliëf van de felsen en de rand van de panelen juist scherper zichtbaar dan overdag, omdat schuin invallend kunstlicht harde slagschaduwen geeft die de zon op dat moment van de dag niet meer geeft. Een paneel dat overdag nauwelijks opvalt omdat het in de lijn van de banen ligt, kan 's avonds als een donker blok afsteken tegen een verlicht vlak erboven of ernaast. Denk aan een gevel die 's avonds met lage lichtpunten wordt aangelicht om de ingang te markeren: als de panelen in dat verlichte deel liggen, tekenen ze zich 's avonds veel harder af dan overdag. Wilt u dat de gevel 's avonds als rustig vlak overkomt, dan is het verstandig de panelen te plaatsen buiten het bereik van de avondverlichting, of ze juist te reserveren voor het dakvlak dat 's avonds toch niet zichtbaar is vanaf het terras.
Een fout die we vaker zien dan verwacht: een horecagebouw met een symmetrisch gevelvlak, bijvoorbeeld met de ingang precies in het midden, waarbij de panelen om technische redenen (schaduw van een naburig gebouw, oriëntatie op de zon) alleen op één helft van het dak passen. Overdag valt dat weinig op, omdat het dakvlak van beneden af nauwelijks te zien is. Maar zodra het gebouw 's avonds wordt aangelicht en het dak vanaf een terras op een verdieping ertegenover wel zichtbaar wordt, springt die asymmetrie in het oog: de ene helft van het dak heeft een duidelijke rastertekening van panelen, de andere helft niet. Dat is geen fout van het materiaal, maar van de planning: de vraag waar de panelen zichtbaar zijn had voor de bouw al beantwoord moeten worden, niet pas nadat het dak al belegd was.
De drie beschikbare kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zijn alle drie zo donker en dof dat ze qua toon dicht bij de meeste zonnepanelen liggen. Dat helpt: een zwart paneel op Nordic Night Black valt minder op dan een zwart paneel op een lichte, glanzende dakbedekking, simpelweg omdat het contrast in tint kleiner is. Dat betekent niet dat het verschil verdwijnt. De felsbanen blijven een duidelijke, regelmatige lijnentekening geven; een paneel heeft een eigen, vaak net iets andere donkere kleur en een eigen, vlakkere structuur zonder felslijnen. Van dichtbij, en zeker met kunstlicht dat het oppervlak apart belicht, ziet u nog steeds waar het dakvlak stopt en het paneel begint. Wat de kleurkeuze wel doet, is de overgang minder hard maken, zodat het niet als een lichte vlek op een donker dak oogt, maar als een net iets andere donkere band.
Bij een horecagebouw met een uitgesproken beschermd of representatief gevelbeeld, aan een terras, een plein of een waterkant, is de nuchtere vraag: moet dit vlak per se de panelen dragen? Vaak is er een tweede dakvlak, een bijgebouw of een luifel die vanaf het terras niet of nauwelijks gezien wordt, en dat is dan de logischer plek. Zeker als de gevel 's avonds met kunstlicht wordt geaccentueerd om de horecafunctie te benadrukken, is het jammer om diezelfde gevel overdag te belasten met een rasterpatroon dat 's avonds als donkere blokken terugkomt. In dat geval is de keuze niet uitlijnen of niet uitlijnen, maar: hier wel of hier niet plaatsen.
Wij leveren de felsbanen op maat, op de millimeter afgekort, zodat een rij panelen precies op een veelvoud van de baanbreedte kan uitkomen als u daarvoor kiest. Dat vraagt om vooraf een tekening te bekijken, niet om achteraf te passen. Meedenken op tekening kost niets, en als u wilt zien hoe de drie kleuren zich 's avonds onder kunstlicht gedragen, kunnen we u de monsters meegeven om dat zelf op locatie te bekijken, bij daglicht en bij het licht waarmee u de gevel 's avonds aankleedt.