Klikzink
Op de bouwtekening is een dak of gevel een egaal vlak. Op de dag dat het echt regent, is dat niet meer zo. Water verandert de manier waarop een oppervlak licht teruggeeft, en juist daar zit het verschil tussen een glanzend en een dof materiaal. Bij een nieuwbouwwoning is dat een test die u zich vooraf kunt voorstellen, want het gebouw staat er nog niet.
Een glanzend dakvlak spiegelt de lucht. Bij bewolkt weer is dat al een grijzige gloed, maar bij regen komt daar iets bij: het water vormt een dunne, bewegende laag boven het metaal, en die laag spiegelt op zijn beurt weer verder. Het resultaat is een dak dat lijkt te leven, met lichtvlekken die verschuiven zodra u een paar stappen zet of zodra de wind over het water beweegt. Op een schuine kap valt dat het meest op, omdat u het vlak dan grotendeels in één keer overziet.
Onze zinklook heeft een glansgraad onder de 5. Dat is met opzet zo laag: het oppervlak neemt licht op in plaats van het terug te kaatsen. Regen verandert daar weinig aan. De banen worden donkerder, net als elk materiaal dat nat wordt, maar ze blijven vlak in de zin dat er geen bewegende lichtvlekken ontstaan. Wat u ziet is een dak dat consequent hetzelfde beeld houdt, van droog naar nat en terug, in plaats van een dak dat bij elke weersverandering een ander gezicht laat zien.
Het zit in de coating, niet in het weer. GreenCoat Pural BT is dof afgewerkt, en die dofheid is een oppervlak-eigenschap: microscopisch gezien is de laag niet spiegelglad maar licht ruw, waardoor invallend licht in veel richtingen verstrooit in plaats van in één richting terugkaatst. Een regendruppel op zo'n oppervlak verandert de lokale weerkaatsing wel een beetje, maar er is geen grote vlakke waterfilm die als spiegel gaat werken zoals bij een glanzend, glad metaal kan gebeuren. Vandaar dat het verschil bij nat weer klein blijft in plaats van groot.
Bij een bestaand gebouw is de baanindeling vaak al bepaald door wat er staat: bestaande dakvlakken, bestaande gevelopeningen. Bij nieuwbouw is dat niet zo. Er ligt nog geen dak, er hangt nog geen gevel, en dat betekent dat u de indeling van de banen nu nog kunt afstemmen op de vorm van het gebouw in plaats van er later mee te moeten leven. Dat is relevant voor de regen-vraag, want een dof materiaal maakt onregelmatigheden in de baanindeling juist beter zichtbaar dan een glanzend materiaal: zonder afleidende lichtvlekken ziet het oog de lijnen zelf, en dus ook een baan die net iets smaller uitvalt bij de dakrand of een gootlijn die niet aansluit op de nok.
Op de tekentafel is dat nog gratis te corrigeren. Onze plaat wordt op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 millimeter, en op maat gewalst voor uw dakvlak of gevelvak. Dat is precies waarom meedenken op tekening zin heeft voordat er iets ligt: een dakvlak van bijvoorbeeld 4,75 meter breed kan in exact tien banen van 475 millimeter, zonder restbaan tegen de dakrand. Wordt dat pas na plaatsing opgemerkt, dan is de enige oplossing het vervangen van platen, en dat is nooit gratis.
De fout die we in de praktijk vaak zien bij nieuwbouw is dat de architect het dakvlak tekent zonder de baanbreedte al mee te nemen, en dat de baanindeling dan achteraf wordt ingevuld door de uitvoerende partij. Het resultaat is dan meestal een volle rij banen van 475 millimeter en aan één kant een smalle restbaan die opvalt, precies omdat het materiaal dof is en de lijnen dus het beeld dragen. Op een glanzend materiaal valt zo'n restbaan minder op, omdat de blik al wordt afgeleid door de reflectie. Bij een dof zinklook-dak is dat niet zo, en dat is een reden om de indeling vroeg vast te leggen, samen met de keuze voor de baanrichting die wij toelichten bij de richting van de banen bij een nieuwbouwwoning.
Een tweede punt dat bij regen zichtbaar wordt, is de schaduwlijn tussen de banen. Bij droog weer zorgt de haaks opstaande fels van 35 millimeter voor een scherpe schaduw zolang de zon er schuin op staat; bij bewolkt en regenachtig weer is er weinig richtinggevend licht, en wordt die lijn vlakker. Op dat moment moet het beeld het doen van de baanbreedte zelf en van het contrast tussen de kleur en de lucht, niet van de schaduw. Dat is precies de reden waarom een consequente, doordachte indeling meer gewicht krijgt op een regenachtige dag dan op een zonnige.
Als de wens juist is om het dak te laten glinsteren, om het licht actief te laten spelen over het vlak bij regen of bij lage zon, dan is een dof materiaal de verkeerde keuze. Sommige opdrachtgevers willen precies dat leven in het dakvlak, die beweeglijkheid die een glanzend metaal geeft. Dat is een legitieme smaak, maar dan moet u niet bij een dof zinklook-systeem zijn: het is met opzet zo ontwikkeld dat het oppervlak stabiel oogt, ook nat, en dat is het tegenovergestelde van glinsteren. Vraag uzelf dus af of u een dak wilt dat rust uitstraalt in alle weer, of een dak dat het weer juist laat zien. Voor de meeste nieuwbouwwoningen is het eerste de reden om voor deze uitvoering te kiezen, maar het is geen automatische keuze.
Heeft u de plattegrond en de gevelaanzichten al, dan kunnen wij de baanindeling voor u uittekenen voordat er iets besteld wordt, zodat u vooraf ziet waar de banen vallen en waar de fels loopt. Dat meedenken op tekening kost niets, en er zijn monsters van alle drie de kleuren om ook het effect van een nat oppervlak op locatie te bekijken.